Nederlands samenvatting examenstof
Hoe herken ik een column?
Een column bevat:
- De aanleiding voor het schrijven van de column.
- De persoonlijke mening van de columnist.
Een uiteenzetting heeft als doel informeren.
Een betoog heeft als doel overtuigen.
Een beschouwing heeft als doel opiniëren (Lezers laten nadenken -> (zelf) mening vormen)
Mengvormen van tekstsoorten -> Meer dan 1 doel
Belangrijkste voorbeelden:
Informeren – Overtuigen / Uiteenzetting – Betoog
Overtuigen – Activeren / Betoog – Activerende tekst
Opiniëren – Overtuigen / Beschouwing – Betoog
Activeren – Opiniëren / Activerende tekst – Beschouwing
Feitelijk argument = Standpunt wordt ondersteund met een feitelijke uitspraak.
Waarderend argument = Standpunt wordt ondersteund met een mening.
Met een tegenargument ontkracht je het standpunt.
Weerlegging ontkracht juist het argument. Let op: 2 verschillende dingen!!!
Er zijn verschillende argumentatieschema’s gebaseerd op:
- Oorzaak en gevolg
- Kenmerk of eigenschap
- Voor- en nadelen
- Voorbeelden
- Vergelijking
- Autoriteit
4 basisstructuren van argumentatieschema’s:
- Enkelvoudige argumentatie = 1 argument ondersteunt het standpunt.
- Onderschikkende argumentatie = Een argument wordt ondersteund door een ander
argument.
- Nevenschikkende argumentatie (onafhankelijk) = 2 argumenten ondersteunen onafhankelijk
van elkaar het standpunt.
- Nevenschikkende argumentatie (afhankelijk) = 2 ondersteunende argumenten vormen in
combinatie met elkaar het standpunt.
Drogredenen worden ingedeeld in 2 groepen:
1. Argumentatieschema wordt onjuist gebruikt.
2. Discussieregel wordt overtreden.
1. Onjuist gebruik van argumentatieschema:
- Onjuist beroep op oorzaak-gevolgschema = Argument is niet voldoende om tot het gevolg te
leiden.
- Onjuist beroep op kenmerk/eigenschapschema = Een bepaald kenmerk krijgt veel aandacht
terwijl relevante kenmerken worden vergeten.
Esmée Kristelijn
Hoe herken ik een column?
Een column bevat:
- De aanleiding voor het schrijven van de column.
- De persoonlijke mening van de columnist.
Een uiteenzetting heeft als doel informeren.
Een betoog heeft als doel overtuigen.
Een beschouwing heeft als doel opiniëren (Lezers laten nadenken -> (zelf) mening vormen)
Mengvormen van tekstsoorten -> Meer dan 1 doel
Belangrijkste voorbeelden:
Informeren – Overtuigen / Uiteenzetting – Betoog
Overtuigen – Activeren / Betoog – Activerende tekst
Opiniëren – Overtuigen / Beschouwing – Betoog
Activeren – Opiniëren / Activerende tekst – Beschouwing
Feitelijk argument = Standpunt wordt ondersteund met een feitelijke uitspraak.
Waarderend argument = Standpunt wordt ondersteund met een mening.
Met een tegenargument ontkracht je het standpunt.
Weerlegging ontkracht juist het argument. Let op: 2 verschillende dingen!!!
Er zijn verschillende argumentatieschema’s gebaseerd op:
- Oorzaak en gevolg
- Kenmerk of eigenschap
- Voor- en nadelen
- Voorbeelden
- Vergelijking
- Autoriteit
4 basisstructuren van argumentatieschema’s:
- Enkelvoudige argumentatie = 1 argument ondersteunt het standpunt.
- Onderschikkende argumentatie = Een argument wordt ondersteund door een ander
argument.
- Nevenschikkende argumentatie (onafhankelijk) = 2 argumenten ondersteunen onafhankelijk
van elkaar het standpunt.
- Nevenschikkende argumentatie (afhankelijk) = 2 ondersteunende argumenten vormen in
combinatie met elkaar het standpunt.
Drogredenen worden ingedeeld in 2 groepen:
1. Argumentatieschema wordt onjuist gebruikt.
2. Discussieregel wordt overtreden.
1. Onjuist gebruik van argumentatieschema:
- Onjuist beroep op oorzaak-gevolgschema = Argument is niet voldoende om tot het gevolg te
leiden.
- Onjuist beroep op kenmerk/eigenschapschema = Een bepaald kenmerk krijgt veel aandacht
terwijl relevante kenmerken worden vergeten.
Esmée Kristelijn