100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Chemie samenvattingen

Rating
5.0
(1)
Sold
2
Pages
5
Uploaded on
07-11-2015
Written in
2015/2016

In dit document is een samenvatting gegeven voor de tentamen stof van het van Chemie. Dit komt uit het boek Chemistry van John E. McMurry en Robert C. Fay. Er is gewerkt met de zesde druk. In de samenvatting staat: Hoofdstuk: 2.12, 3.3-3.8, 8.2-8.5, 10.3, 11, 12.1-12.10

Show more Read less
Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
November 7, 2015
Number of pages
5
Written in
2015/2016
Type
Summary

Subjects

Content preview

Chemie
Boek: McMurry-Fay Chemistry 6e ed.

Paragraaf 2.12 Benaming van chemische stoffen.
Zonder regels over de benaming van stoffen zou het onoverzichtelijk worden. De
stoffen moeten een unieke naam hebben die ook aangeeft welke structuur de
stof heeft.

Naamgeving zouten.
Zouten worden benoemd naar beide ionen. Eerst het positieve ion, daarna het
negatieve ion. Het positieve ion heeft dezelfde naam als het atoom, het
negatieve ion daarentegen eindigt nu op –ide. Bijvoorbeeld Natriumchloride. Het
positieve ion heet ook wel het cation. Het negatieve ion wordt ook wel anion
genoemd.
In het periodieksysteem kan je aflezen welk ion welke lading heeft. Dit wordt
bepaald door de groep waar ze in zitten. Groep 1 heeft een lading van +, groep 2
heeft een lading van 2+. Er zijn uitzonderingen op deze regel. Zo kunnen
thallium, ijzer en tin meerdere ladingen hebben. Dit geef je in de naamgeving
aan met een romeins cijfer. Zo is Fe 2+ het ijzer(II)ion.



Naamgeving moleculaire stoffen.
De naamgeving van moleculaire stoffen lijkt erg op die van zouten doordat ze er
van uitgaan dat één molecuul meer cationachtig is. Zo heet HF bijvoorbeeld
waterstoffluoride. Om te bepalen welke het meest op een cation lijkt kun je kijken
naar de plek in het periodiek systeem. Hoe verder naar links het atoom staat hoe
meer het op een cation lijkt. Omdat er vaak meerdere atomen van één atoom
soort in een molecuul zitten worden er in de naamgeving voorvoegsels gebruikt.

Voorvoegsel Betekenis
Mono- 1
Di- 2
Tri- 3
Tetra- 4
Penta- 5
Hexa- 6
Hepta- 7
Octa- 8
Nona- 9
Deca- 10
Zo heet N2O3 distikstoftrioxide.

Naamgeving stoffen met moleculaire ionen
Dit gaat hetzelfde als de naamgeving van zouten, eerst het cation, dan het anion.
Toch is er geen systematische manier om moleculaire ionen naam te geven. Deze
zal je moeten leren.
Hier zijn een paar belangrijke:

Formule Naam Engelse naam
NH4+ Ammoniak Ammonium

, CH3CO2- Acetaat Acetate
CN- Cyanide Cyanide
ClO- hypochlooriet Hypochlorite
ClO2- Chlooriet Chlorite
ClO3- Chlooraat Chlorate
ClO4- Perchloraat Perchlorate
H2PO4- Diwaterstoffosfaat Dihydrogen phosphate
HCO3- Waterstofcarbonaat Hydrogen carbonate
HSO4- Waterstofsulfaat Hydrogen sulfate
OH- Hydroxide Hydroxide
MnO4- Permanganaat Permanganate
NO2- Nitriet Nitrite
NO3- Nitraat Nitrate
CO32- Carbonaat Carbonate
CrO42- Chromaat Chromate
Cr2O72- Dichromaat Dichromate
O22- Peroxide Peroxide
HPO42- waterstoffosfaat Hydrogen phosphate
SO32- Sulfiet Sulfite
SO42- Sulfaat Sulfate
S2O32- Thiosulfaat Thiosulfate
PO43- Fosfaat Fosphate


Hoofdstuk 3
Paragraaf 3
In het periodiek systeem kan je vinden hoe veel een atoom weegt, met deze
kennis kan je rekenen aan reacties. Het gewicht van een atoom staat vaak onder
het symbool van het atoom.

Paragraaf 4
In de berekingen gaan we er vaan van uit dat de reactie compleet verloopt. Dit
blijkt in de praktijk niet zo te zijn. De hoeveelheid die daadwerkelijk gevormd
wordt heet yield (opbrengst).

Yield %= werkelijke opbrengst/theoretische opbrengst*100


Paragraaf 5
In de chemie gebruikt men vaak van 1 stof meer dan dat nodig is, hier is dus een
overvloed van en dit zorgt er voor dat de andere stof meer reageert dan normaal
en daarnaast zal dit de reactie iets versnellen.

Paragraaf 6
Aangezien stoffen vaak mobiel moeten zijn, willen ze reageren, lossen we ze
meestal op. De concentratie wordt gegeven in M(mol/L) M=aantal mol
stof/volume van de oplossing.

Paragraaf 7
Vaak moeten oplossingen verdunt worden om de concentratie te krijgen die nodig
is bij een reactie. Het aantal mol=M*v hierdoor is M 1*v1=M2*v2
Het aantal mol veranderd niet. Bij verdunnen wordt er vaak water bij de oplossing

Available practice questions

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
7 year ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Wenke Hanzehogeschool Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
29
Member since
10 year
Number of followers
16
Documents
13
Last sold
4 year ago

4.5

2 reviews

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions