Persoonlijke informatie
Naam cliënt: John Doe Onderzoeksdatum: 26-01-2021; 02-02-2021
Geslacht: Mannelijk Onderzoeker:
Leeftijd: 65 jaar Supervisor:
Geboortedatum: 04-01-1956 Datum rapport: 15-04-2022
Doorverwijzing: Huisarts
Reden van doorverwijzing
John Doe is een 65-jarige gehuwde man die is doorverwezen door zijn huisarts voor
zowel een neuropsychologisch onderzoek als een intelligentieonderzoek. De evaluatie is,
in samenspraak met de heer Doe, aangevraagd ter beoordeling van somberheidsklachten
en cognitieve tekorten, zodat kan worden bekeken of deze uitkomsten corresponderen
met de subjectieve klachten die de heer Doe op dit moment ervaart bij het uitvoeren van
zijn baan en het doen van alledaagse taken.
Tijdens het gesprek met zijn huisarts heeft de heer Doe aangegeven dat hij sinds
zes maanden niet goed in zijn vel zit. Dit uit zich in dat hij het grootste deel van de dag
een somber gevoel heeft en zich vermoeid voelt. De somberheid zorgt enkele keren per
week voor een huilbui. Hij heeft met name last van deze klachten wanneer hij thuiskomt
van zijn werk. De heer Doe rapporteert dat hij tijdens zijn baan als docent lichamelijke
opvoeding moeite heeft met de kinderen onder controle houden en creatieve manieren
bedenken voor nieuwe spelvormen. Daarnaast geeft hij aan dat het lesgeven hem meer
energie kost dan voorheen en dat hij sneller ingrijpt bij vertrouwde lessen. Ten gevolge
heeft hij het idee dat hij op alle vlakken tekortschiet als docent, wat hem onzeker en
verdrietig maakt. Tot slot rapporteert zijn huisarts dat problemen met woordvinding ook
ten grondslag liggen aan de doorverwijzing.
De informatie in dit rapport is afkomstig van de refererende huisarts van de heer
Doe, de verklaringen van zijn echtgenoot en een gesprek met testafname van
ondergetekende. De huisarts heeft een MMSE afgenomen, waarbij hij 25 uit 30 scoort.
Relevante geschiedenis en achtergrondinformatie
John Doe is op 4 januari 1956 geboren en is opgegroeid als vierde kind in een gezin met
vijf broers en zussen. Over het algemeen beschrijft hij zijn jeugd als positief en geeft hij
aan dat hij een goede band hand met zowel zijn ouders als zijn broers en zussen. In zijn
jeugd was hij voornamelijk bezig met het timmeren aan de weg tot professioneel
wielrenner. Helaas heeft hij deze droom vroegtijdig op moeten geven wegens een
beenblessure. Wielrennen doet hij nu nog hobbymatig en hij heeft zijn droom verruild
voor docent lichamelijke opvoeding, waarvan hij aangeeft geen spijt te hebben.
, De heer Doe is twee keer getrouwd. Het eerste huwelijk is beëindigd door het
overlijden van zijn eerste partner op 48-jarige leeftijd in 2003. Met haar heeft hij ook
drie kinderen gekregen: twee dochters en één zoon. Vervolgens is hij acht jaar geleden
opnieuw getrouwd en geeft aan erg gelukkig te zijn met zijn huidige partner, welke ook
aanwezig is bij het gesprek met de huisarts. Buiten zijn eerste vrouw, is inmiddels ook
zijn moeder overleden op 87-jarige leeftijd. Volgens de heer Doe was zij tot haar dood
nog helder van geest. Dit in tegenstelling tot zijn vader, welke op 80-jarige leeftijd
dementie heeft ontwikkeld. De heer Doe rapporteert dat hij het hier erg moeilijk mee
heeft. Hij zag zijn vader als rolmodel, maar ziet hem nu steeds verder achteruitgaan. Zijn
broers en zussen zijn nog in leven, maar de heer Doe geeft aan dat zijn beide zussen in
periodes met een depressie kampen.
De somberheids- en onzekerheidsklachten die eerder in het gesprek met de
huisarts werden vermeld, zijn ook eerder voorgekomen tijdens het overlijden van zijn
eerste vrouw. De heer Doe geeft aan dat hij maandenlang huilbuien heeft gehad en zich
regelmatig afvroeg hoe hij het zorgen voor zijn destijds drie jonge kinderen kon
combineren met het zijn werk. Dit gevoel is met de tijd afgenomen door middel van veel
hulp en steun.
Sinds zes maanden zijn deze klachten echter (deels) teruggekomen. De heer Doe
geeft aan dat hij minder goed in zijn vel zit en dat zich dat met name uit in somberheids-
en vermoeidheidsklachten. Deze klachten uiten zich met name na thuiskomst van zijn
werk, maar hij ervaart ook tijdens zijn werk dat hij minder creatief is en dat lesgeven
hem meer energie kost. Ook haalt hij minder plezier uit zijn hobby: koken. Hij geeft aan
dat hij meer fouten maakt zoals verkeerde verhoudingen, het inschatten van kooktijden
en het benoemen van gerechten. Dit zorgt vaak voor een huilbui. Daarnaast geeft hij aan
dat hij al een geruime tijd van zijn leven moeite heeft met het onthouden van namen en
tijdsaanduidingen. Ook geeft hij aan dat hij mindere interesse heeft in het dagelijkse
nieuws, minder goed details kan benoemen en moeite heeft met het volgen van
discussies. Ondanks deze omstandigheden is de heer Doe van mening dat hij geen
problemen heeft met geheugen en aandacht. Daarnaast is hij van mening dat zijn
nachtrust van vijf tot zes uur niet de oorzaak is van zijn vermoeidheidsklachten.
De echtgenote van de heer Doe is ook aanwezig bij het gesprek met de huisarts.
Zij geeft aan dat zij de heer Doe heeft leren kennen als een echte levensgenieter. Dit uit
zich voornamelijk in uitgebreid koken voor zijn familie met daarbij een alcoholische
versnapering. Volgens haar drinkt hij minstens twee of drie glazen wijn per avond, maar
zijn er ook periodes geweest waar dit meer was. De laatste maanden merkt zij echter dat
haar echtgenoot minder goed uit zijn woorden komt. Hij kan bepaalde woorden zoals
‘bechamelsaus’ niet meer benoemen, ook al ligt dat binnen zijn expertise. Ze weet echter
niet zeker of deze opmerking komt door haar over-oplettendheid of het daadwerkelijke
, gedrag van de heer Doe. Op het gebied van geheugen en taal zijn geen andere
bijzonderheden opgemerkt. Daarnaast merkt zij op dat hij discussies minder goed volgt,
terwijl hij vroeger erg bevlogen was. Ze weet echter niet of de onderwerpen hem minder
interesseren, of dat hij het niet meer kan volgen. Tot slot merkt ze op dat de heer Doe in
toenemende mate emotioneel is. Volgens haar barst hij plotseling in huilbuilen uit,
zonder dat daar een aanleiding voor is. Ze geeft aan dat ze dit niet eerder heeft
meegemaakt, omdat hij eerder een trotse, doorzettende man was die uitdagingen niet uit
de weg ging. Nu ziet zij echter dat hij sneller opgeeft en geïrriteerd is wanneer iets hem
niet lukt. Om bovengenoemde redenen vindt zij het ook tijd worden voor zijn pensioen.
De heer Doe wil daar echter geen gehoor aangeven.
Tot slot geeft hij aan geen medicatie te slikken en nog nooit eerder een
neuropsychologisch onderzoek te zijn ondergaan.
Gedragsobservaties
De heer Doe lijkt wat jonger dan 65 jaar, mogelijk door zijn sportieve verleden. Hij
maakt een verzorgde indruk. Tijdens het eerste gesprek maakt hij geen duidelijke
neerslachtige indruk. Hij lijkt echter wel onzeker en zoekt naar bevestiging bij zijn
echtgenote. Wanneer zijn echtgenote aangeeft welke problemen haar zijn opgevallen is
hij zichtbaar emotioneel. Ook vraagt hij enkele keren wat zijn echtgenote gaat doen
tijdens zijn testafnames.
Bij het testonderzoek lijkt deze onzekerheid ook voor te komen, omdat hij
herhaaldelijk vraagt of hij het goede antwoord heeft gegeven. Ook wordt hij emotioneel
wanneer hij het gevoel heeft dat hij een test niet goed heeft gemaakt. Daarnaast worden
enkele woordvindproblemen opgemerkt en is merkbaar dat de heer Doe een aantal keer
vastloopt bij het uitspreken van zinnen. Tot slot is de aandacht van de heer Doe vaak
gericht op het onderzoek, maar bij enkele testen is hij verhoogd afleidbaar. Woorden die
hem doen denken aan taken die hij nog moest doen zorgen ervoor dat hij deze taak
hardop uitspreekt, zoals bij het woord ‘hoen’: “Ik ben vergeten een parelhoen te kopen
bij de slager.” Tot slot is opmerkzaam dat hij vermoeid raakt naarmate meerdere testen
zijn afgenomen.
Onderzoeksvragen en hypotheses
Allereerst geeft de heer Doe aan dat hij kampt met somberheidsklachten. Om deze reden
zullen de volgende twee onderzoeksvragen in het neuropsychologisch onderzoek centraal
staan: Is er sprake van somberheidsklachten en/of een affectieve stoornis? De
verwachting is dat de heer mogelijk kampt met een depressie, vanwege de aanhoudende
somberheid.
Naam cliënt: John Doe Onderzoeksdatum: 26-01-2021; 02-02-2021
Geslacht: Mannelijk Onderzoeker:
Leeftijd: 65 jaar Supervisor:
Geboortedatum: 04-01-1956 Datum rapport: 15-04-2022
Doorverwijzing: Huisarts
Reden van doorverwijzing
John Doe is een 65-jarige gehuwde man die is doorverwezen door zijn huisarts voor
zowel een neuropsychologisch onderzoek als een intelligentieonderzoek. De evaluatie is,
in samenspraak met de heer Doe, aangevraagd ter beoordeling van somberheidsklachten
en cognitieve tekorten, zodat kan worden bekeken of deze uitkomsten corresponderen
met de subjectieve klachten die de heer Doe op dit moment ervaart bij het uitvoeren van
zijn baan en het doen van alledaagse taken.
Tijdens het gesprek met zijn huisarts heeft de heer Doe aangegeven dat hij sinds
zes maanden niet goed in zijn vel zit. Dit uit zich in dat hij het grootste deel van de dag
een somber gevoel heeft en zich vermoeid voelt. De somberheid zorgt enkele keren per
week voor een huilbui. Hij heeft met name last van deze klachten wanneer hij thuiskomt
van zijn werk. De heer Doe rapporteert dat hij tijdens zijn baan als docent lichamelijke
opvoeding moeite heeft met de kinderen onder controle houden en creatieve manieren
bedenken voor nieuwe spelvormen. Daarnaast geeft hij aan dat het lesgeven hem meer
energie kost dan voorheen en dat hij sneller ingrijpt bij vertrouwde lessen. Ten gevolge
heeft hij het idee dat hij op alle vlakken tekortschiet als docent, wat hem onzeker en
verdrietig maakt. Tot slot rapporteert zijn huisarts dat problemen met woordvinding ook
ten grondslag liggen aan de doorverwijzing.
De informatie in dit rapport is afkomstig van de refererende huisarts van de heer
Doe, de verklaringen van zijn echtgenoot en een gesprek met testafname van
ondergetekende. De huisarts heeft een MMSE afgenomen, waarbij hij 25 uit 30 scoort.
Relevante geschiedenis en achtergrondinformatie
John Doe is op 4 januari 1956 geboren en is opgegroeid als vierde kind in een gezin met
vijf broers en zussen. Over het algemeen beschrijft hij zijn jeugd als positief en geeft hij
aan dat hij een goede band hand met zowel zijn ouders als zijn broers en zussen. In zijn
jeugd was hij voornamelijk bezig met het timmeren aan de weg tot professioneel
wielrenner. Helaas heeft hij deze droom vroegtijdig op moeten geven wegens een
beenblessure. Wielrennen doet hij nu nog hobbymatig en hij heeft zijn droom verruild
voor docent lichamelijke opvoeding, waarvan hij aangeeft geen spijt te hebben.
, De heer Doe is twee keer getrouwd. Het eerste huwelijk is beëindigd door het
overlijden van zijn eerste partner op 48-jarige leeftijd in 2003. Met haar heeft hij ook
drie kinderen gekregen: twee dochters en één zoon. Vervolgens is hij acht jaar geleden
opnieuw getrouwd en geeft aan erg gelukkig te zijn met zijn huidige partner, welke ook
aanwezig is bij het gesprek met de huisarts. Buiten zijn eerste vrouw, is inmiddels ook
zijn moeder overleden op 87-jarige leeftijd. Volgens de heer Doe was zij tot haar dood
nog helder van geest. Dit in tegenstelling tot zijn vader, welke op 80-jarige leeftijd
dementie heeft ontwikkeld. De heer Doe rapporteert dat hij het hier erg moeilijk mee
heeft. Hij zag zijn vader als rolmodel, maar ziet hem nu steeds verder achteruitgaan. Zijn
broers en zussen zijn nog in leven, maar de heer Doe geeft aan dat zijn beide zussen in
periodes met een depressie kampen.
De somberheids- en onzekerheidsklachten die eerder in het gesprek met de
huisarts werden vermeld, zijn ook eerder voorgekomen tijdens het overlijden van zijn
eerste vrouw. De heer Doe geeft aan dat hij maandenlang huilbuien heeft gehad en zich
regelmatig afvroeg hoe hij het zorgen voor zijn destijds drie jonge kinderen kon
combineren met het zijn werk. Dit gevoel is met de tijd afgenomen door middel van veel
hulp en steun.
Sinds zes maanden zijn deze klachten echter (deels) teruggekomen. De heer Doe
geeft aan dat hij minder goed in zijn vel zit en dat zich dat met name uit in somberheids-
en vermoeidheidsklachten. Deze klachten uiten zich met name na thuiskomst van zijn
werk, maar hij ervaart ook tijdens zijn werk dat hij minder creatief is en dat lesgeven
hem meer energie kost. Ook haalt hij minder plezier uit zijn hobby: koken. Hij geeft aan
dat hij meer fouten maakt zoals verkeerde verhoudingen, het inschatten van kooktijden
en het benoemen van gerechten. Dit zorgt vaak voor een huilbui. Daarnaast geeft hij aan
dat hij al een geruime tijd van zijn leven moeite heeft met het onthouden van namen en
tijdsaanduidingen. Ook geeft hij aan dat hij mindere interesse heeft in het dagelijkse
nieuws, minder goed details kan benoemen en moeite heeft met het volgen van
discussies. Ondanks deze omstandigheden is de heer Doe van mening dat hij geen
problemen heeft met geheugen en aandacht. Daarnaast is hij van mening dat zijn
nachtrust van vijf tot zes uur niet de oorzaak is van zijn vermoeidheidsklachten.
De echtgenote van de heer Doe is ook aanwezig bij het gesprek met de huisarts.
Zij geeft aan dat zij de heer Doe heeft leren kennen als een echte levensgenieter. Dit uit
zich voornamelijk in uitgebreid koken voor zijn familie met daarbij een alcoholische
versnapering. Volgens haar drinkt hij minstens twee of drie glazen wijn per avond, maar
zijn er ook periodes geweest waar dit meer was. De laatste maanden merkt zij echter dat
haar echtgenoot minder goed uit zijn woorden komt. Hij kan bepaalde woorden zoals
‘bechamelsaus’ niet meer benoemen, ook al ligt dat binnen zijn expertise. Ze weet echter
niet zeker of deze opmerking komt door haar over-oplettendheid of het daadwerkelijke
, gedrag van de heer Doe. Op het gebied van geheugen en taal zijn geen andere
bijzonderheden opgemerkt. Daarnaast merkt zij op dat hij discussies minder goed volgt,
terwijl hij vroeger erg bevlogen was. Ze weet echter niet of de onderwerpen hem minder
interesseren, of dat hij het niet meer kan volgen. Tot slot merkt ze op dat de heer Doe in
toenemende mate emotioneel is. Volgens haar barst hij plotseling in huilbuilen uit,
zonder dat daar een aanleiding voor is. Ze geeft aan dat ze dit niet eerder heeft
meegemaakt, omdat hij eerder een trotse, doorzettende man was die uitdagingen niet uit
de weg ging. Nu ziet zij echter dat hij sneller opgeeft en geïrriteerd is wanneer iets hem
niet lukt. Om bovengenoemde redenen vindt zij het ook tijd worden voor zijn pensioen.
De heer Doe wil daar echter geen gehoor aangeven.
Tot slot geeft hij aan geen medicatie te slikken en nog nooit eerder een
neuropsychologisch onderzoek te zijn ondergaan.
Gedragsobservaties
De heer Doe lijkt wat jonger dan 65 jaar, mogelijk door zijn sportieve verleden. Hij
maakt een verzorgde indruk. Tijdens het eerste gesprek maakt hij geen duidelijke
neerslachtige indruk. Hij lijkt echter wel onzeker en zoekt naar bevestiging bij zijn
echtgenote. Wanneer zijn echtgenote aangeeft welke problemen haar zijn opgevallen is
hij zichtbaar emotioneel. Ook vraagt hij enkele keren wat zijn echtgenote gaat doen
tijdens zijn testafnames.
Bij het testonderzoek lijkt deze onzekerheid ook voor te komen, omdat hij
herhaaldelijk vraagt of hij het goede antwoord heeft gegeven. Ook wordt hij emotioneel
wanneer hij het gevoel heeft dat hij een test niet goed heeft gemaakt. Daarnaast worden
enkele woordvindproblemen opgemerkt en is merkbaar dat de heer Doe een aantal keer
vastloopt bij het uitspreken van zinnen. Tot slot is de aandacht van de heer Doe vaak
gericht op het onderzoek, maar bij enkele testen is hij verhoogd afleidbaar. Woorden die
hem doen denken aan taken die hij nog moest doen zorgen ervoor dat hij deze taak
hardop uitspreekt, zoals bij het woord ‘hoen’: “Ik ben vergeten een parelhoen te kopen
bij de slager.” Tot slot is opmerkzaam dat hij vermoeid raakt naarmate meerdere testen
zijn afgenomen.
Onderzoeksvragen en hypotheses
Allereerst geeft de heer Doe aan dat hij kampt met somberheidsklachten. Om deze reden
zullen de volgende twee onderzoeksvragen in het neuropsychologisch onderzoek centraal
staan: Is er sprake van somberheidsklachten en/of een affectieve stoornis? De
verwachting is dat de heer mogelijk kampt met een depressie, vanwege de aanhoudende
somberheid.