Literatuur:
- Elementaire Theorie Accountantscontrole, Grondslagen van Auditing & Assurance; Hoofdredactie:
Prof. dr. G.C.M. Majoor RA, 7e/e8e druk
- Elementaire theorie Accountantscontrole, De praktijk van Auditing & Assurance; Redactie: Majoor,
van Kollenburg, 7e/8e druk
- NV COS (Via website NBA, zie link Zie NBA-website, te raadplegen via )
- Wet op het accountantsberoep (Via website NBA, zie link)
- Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) / Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta). (Te
raadplegen via www.nba.nl of www.afm.nl.)
- Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA), Toelichting op de VGBA, Verordening
inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO), Toelichting op de ViO
Toetsmatrijs:
1
,Week 1: Behoefte aan accountantscontrole, Stramien Assurance-opdrachten, Controleproces
Auditing & Assurance = “het op systematische en objectieve wijze vergaren en evalueren van
bewijsmateriaal voor het beoordelen van informatie en het beoordelen van de inrichting en het
functioneren van de in een organisatie gehanteerde systemen ten behoeve van het besturen en
beheersen van een organisatie en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
afgelegd, alsmede het kenbaar maken van de uitkomsten van deze beoordeling”
(definitie hoeft niet 100% uit het hoofd geleerd te worden, gaat meer om begrijpen)
De behoefte aan de accountantscontrole is ontstaan door de scheiding tussen eigendom en het
beheer van (risicodragende) vermogensbestanddelen.
Hiervoor zijn 4 theoretische grondslagen:
1. Informatietheorie = de behoefte aan een accountantscontrole wordt verklaard vanuit het
informatierisico. Dit is het risico dat informatie onjuist is. Dit betreft voornamelijk de relatie tussen
het management en het maatschappelijk verkeer. Een bank bepaalt bijv. het rentepercentage van
een lening o.b.v. het informatierisico. Door de controleverklaring van de accountant gaat het
informatierisico omlaag en zal het rentepercentage lager zijn dan zonder verklaring.
Het informatierisico ontstaat door:
- De afstand van de gebruiker tot het te beoordelen object
- Het bestaan van tegengestelde belangen
- De toenemende omvang van de te verwerken gegevens
- De complexiteit van de transacties
De gebruiker van de jaarrekening kan zelf informatierisico beperken door:
- Zelf de informatie te controleren → niet praktisch en niet efficiënt.
- Het risico beperken door het eisen van schadevergoedingen bij het verstrekken van onjuiste
informatie → niet haalbaar, geleden schade kan niet altijd worden verhaald.
- Controle van de informatie eisen door een onafhankelijke deskundige → de accountantscontrole.
2. Agency theorie = de behoefte aan een accountantscontrole wordt verklaard vanuit tegengestelde
belangen tussen management en aandeelhouders. Dit betreft een belangentegenstelling tussen de
leiding en de eigenaar/eigenaren van een onderneming. Er is sprake van een overeenkomst tussen
het management (de lasthebber/agent) en de eigenaren (lastgever/principaal). De agent neemt de
bedrijfsvoering voor zijn rekening ten behoeve van de principaal.
De agent en principaal hebben vaak tegengestelde belangen. De principaal (aandeelhouders) willen
zo hoog mogelijke winsten, zodat de waarde van hun aandelen stijgt en er hoger dividend wordt
uitgekeerd. De agent (management) wil liever lagere winsten of opbrengsten niet volledig
verantwoorden, zodat waarden uit de onderneming getrokken kunnen worden. De principalen lopen
het grootste risico en om dit te beperken moet er verantwoording worden afgelegd door de agent in
de vorm van een jaarrekening en onafhankelijke controle hierop door een accountant.
2
, 3. Verzekeringstheorie = de controlekosten (premie voor uitvoeren opdracht) worden gezien als een
vergoeding voor het overdragen van het risico van onjuiste informatie. De te betalen premie vs. het
risico van onbetrouwbare informatie en de gevolgen van beslissingen die op basis van die
onbetrouwbare informatie worden genomen. Er zijn 2 vormen van aansprakelijkheid voor de
accountant:
- De specifieke aansprakelijkheid t.o.v. de opdrachtgevers (contractueel, voortvloeiend uit
overeenkomst, bijv. bij wanprestatie)
- Aansprakelijkheid t.o.v. derden (wettelijke aansprakelijkheid, voortvloeiend uit een onrechtmatige
daad)
4. Vertrouwenstheorie = het maatschappelijk verkeer staat centraal (= banken, aandeelhouders,
belastingdienst, werknemers, etc.). De accountant is de vertrouwensman van het maatschappelijk
verkeer. Het bestaansrecht van de accountantscontrole is afhankelijk van het vertrouwen dat de
controlefunctie van de accountant wekt bij het maatschappelijk verkeer. Er is een verwachtingskloof:
Stramien voor Assurance-opdrachten
Vanuit de behoefte aan de accountantscontrole is ook behoefte aan zekerheid bij andere typen van
verantwoordinginformatie ontstaan:
- Financiële informatie (historisch of toekomstig)
- Niet financiële informatie
- Systemen en processen
- Gedrag
Het stramien is geen standaard, maar een referentiekader. Het heeft betrekking op assurance-
opdrachten die door accountants worden uitgevoerd:
- Assurance-opdracht met een redelijke mate van zekerheid (bijv. jaarrekeningcontrole)
- Assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid (bijv. beoordelingsopdracht)
Het stramien kent 5 elementen + een conclusie:
1. Betrokkenheid van 3 partijen (accountant, verantwoordelijke partij en beoogde gebruikers)
2. Object van onderzoek (financiële informatie, niet-financiële informatie, systemen/processen,
gedrag)
3. Criteria (relevant, volledig, betrouwbaar, neutraal en begrijpelijk)
4. Assurance-informatie (toereikend = voldoende en geschikt)
5. Assurancerapport (worden de uitkomsten van het gevraagde onderzoek schriftelijk
gerapporteerd?)
6. Conclusie (wordt er voldaan aan het stramien? Zo ja = assurance opdracht waarbij zekerheid kan
worden verstrekt, zo nee = geen sprake van assurance opdracht dus ook geen zekerheid)
3