Pedagogische module
De leraar als leer-kracht: het
ARK-model
Krachtige leeromgeving
Iedereen heeft een eigen idee over wat onderwijs of lesgeven is. Dit idee kan/zal veranderen
doorheen de jaren, door leservaringen, door moeilijke of schitterende momenten. Toch is iedereen
het ermee eens dat het onderwijs/lesgeven krachtig moet zijn. Die kracht komt voort uit 4
uitgangspunten/handvaten die de leerkracht voor ogen heeft.
Elk onderwijs:
- Moet maximaal doelgericht zijn
- Heeft een lat die moet inhoudelijk hoog gelegd wordt
- Hanteert een gevarieerde aanpak of methodiek (= didactische werkvormen)
- Mag niet losstaan van toetsing/evaluatie. Evaluatie moet als een rode draad doorheen de
lessen lopen.
Proberen zo goed en realistisch mogelijk een beeld schetsen van de leerling(en) in zijn leeromgeving.
(=beginsituatie)
- Essentie van lesgeven
o Creëren van een krachtige leeromgeving voor jouw leerlingen zodat zij gemotiveerd
en betrokken kunnen bijleren.
ARK-model
Kan je mee aan de slag in je lesgeven; houvast
Gebruiken als:
- Observatie-instrument: herkennen van een krachtige leeromgeving
- Planningsinstrument: in je voorbereiding als houvast om een krachtige les te ontwerpen
- Reflectie-instrument: door terug te blikken aan de hand van het ARK-model kom je op het
spoor van mogelijke handelingsalternatieven die je eigen les kunnen verbeteren
,Beginsituatie
- Wat kunnen/kennen de leerlingen al?
- Wat hebben leerlingen nodig om tot leren te komen?
- Welke factoren spelen nog mee in het leerproces van leerlingen?
Didactisch kader van ARK-model
Doelen
- Focus op wat je met de leerlingen wil bereiken; keuzes en prioriteiten stellen om de focus te
behouden; NIET laat afleiding door zijpaden, tegenslapen, tegenwerking,…
- Wat wil je dat leerlingen leren?
- Welke doelen wil je in deze les nastreven?
- Naar welke doelen in het leerplan verwijs je?
Inhoud
- Kennis, vaardigheden, gedragingen CONCREET uitschrijven (beeldkracht); bewust zijn van het
feit dat K, V en G elkaar onderling beïnvloeden (versterkend/verzwakkend).
- Welke inhoud verkies je in functie van je doelen?
- Welke bronnen gebruik je?
- Hoe bouw je met deze inhoud je les op?
Werkvormen
- Met afwisseling tussen didactische werkvormen; criteria voor afwisseling zijn legio
- Met welke werkvormen breng je leerlingen tot leren?
- Wat doen leerlingen (leeractiviteit), wat doe jij (onderwijsactiviteit)?
- Met welke leermiddelen/media ondersteun je het leren?
Evaluatie
- Vooraf tijdens en op het einde van de les de leerlingen ‘aftoetsen’ om als leerkracht keuzes
te kunnen maken voor het lesverloop
- Hoe ga je jezelf evalueren?
- Hoe ga je de leerlingen evalueren?
- Wat ga je bij leerlingen evalueren (proces-product evaluatie)?
Didactische principes
PRINCIPE-brillen
Werkelijkheidsnabijheid/Aanschouwelijkheid
- Doel: leren voor het leven in direct contact met de werkelijkheid / komen tot hoger
abstractieniveau.
, - (Deel)aspecten: (in)direct zintuigelijk waarneembaar, visualisatie, authentieke situaties,
zinvolle toepassingen, actualiseren, geleidelijkheid, moderne media/aantrekkelijke
leermiddelen
- Focus op:
o concrete ervaring en waarneming om tot inzichtelijk leren te komen
o ervaring en waarnemingen in authentieke situaties en met authentieke materialen,
ook buiten de schoolomgeving.
o zinvolle toepassingen van de inhoud.
o de visualisatie/gebruik van media om levensechtheid en actualisatie te bevorderen.
o geleidelijkheid door inzetten van ASA-principe (aanschouwelijk – schematisch –
abstract) en/of GAS-principe (globaal – analytisch – synthese).
- Dit veronderstelt:
o Systematische aanpak van de les
o Kennis van de beginsituatie van de doelgroep
Activatie
- Doel: verhogen van leerwinst door actieve betrokkenheid (zelf-denken, zelf-ontdekken, zelf-
doen)
- (Deel)aspecten: Afwisseling en verscheidenheid, autonomie en zelfwerkzaamheid,
mogelijkheid om op verschillende niveaus te participeren (cognitief, verbaal, motorisch),
samenwerkend / coöperatief leren
- Focus op:
o (denk)activiteit van leerlingen
o Variatie in werkvormen en opdrachten
o Expressie en mogelijkheid tot uitdrukken, ook als middel tot vastzetting
o De meerwaarde van samenwerkend en interactief leren (verdieping van eigen leren /
ervaring van verbondenheid
- Dit veronderstelt:
o Openheid voor actieve inbreng van leerlingen
o Aandacht voor haalbare organisatie
Integratie
- Doel: Leggen van verbanden tussen nieuwe en opgedane kennis en ervaringen en die in de
toekomst kunnen gebruiken. Zin geven aan het geleerde.
- (Deel)aspecten: functionaliteit, zingeving, betekenisgeving, transfer / verbinding maken,
activeren van voorkennis
- Focus op:
De leraar als leer-kracht: het
ARK-model
Krachtige leeromgeving
Iedereen heeft een eigen idee over wat onderwijs of lesgeven is. Dit idee kan/zal veranderen
doorheen de jaren, door leservaringen, door moeilijke of schitterende momenten. Toch is iedereen
het ermee eens dat het onderwijs/lesgeven krachtig moet zijn. Die kracht komt voort uit 4
uitgangspunten/handvaten die de leerkracht voor ogen heeft.
Elk onderwijs:
- Moet maximaal doelgericht zijn
- Heeft een lat die moet inhoudelijk hoog gelegd wordt
- Hanteert een gevarieerde aanpak of methodiek (= didactische werkvormen)
- Mag niet losstaan van toetsing/evaluatie. Evaluatie moet als een rode draad doorheen de
lessen lopen.
Proberen zo goed en realistisch mogelijk een beeld schetsen van de leerling(en) in zijn leeromgeving.
(=beginsituatie)
- Essentie van lesgeven
o Creëren van een krachtige leeromgeving voor jouw leerlingen zodat zij gemotiveerd
en betrokken kunnen bijleren.
ARK-model
Kan je mee aan de slag in je lesgeven; houvast
Gebruiken als:
- Observatie-instrument: herkennen van een krachtige leeromgeving
- Planningsinstrument: in je voorbereiding als houvast om een krachtige les te ontwerpen
- Reflectie-instrument: door terug te blikken aan de hand van het ARK-model kom je op het
spoor van mogelijke handelingsalternatieven die je eigen les kunnen verbeteren
,Beginsituatie
- Wat kunnen/kennen de leerlingen al?
- Wat hebben leerlingen nodig om tot leren te komen?
- Welke factoren spelen nog mee in het leerproces van leerlingen?
Didactisch kader van ARK-model
Doelen
- Focus op wat je met de leerlingen wil bereiken; keuzes en prioriteiten stellen om de focus te
behouden; NIET laat afleiding door zijpaden, tegenslapen, tegenwerking,…
- Wat wil je dat leerlingen leren?
- Welke doelen wil je in deze les nastreven?
- Naar welke doelen in het leerplan verwijs je?
Inhoud
- Kennis, vaardigheden, gedragingen CONCREET uitschrijven (beeldkracht); bewust zijn van het
feit dat K, V en G elkaar onderling beïnvloeden (versterkend/verzwakkend).
- Welke inhoud verkies je in functie van je doelen?
- Welke bronnen gebruik je?
- Hoe bouw je met deze inhoud je les op?
Werkvormen
- Met afwisseling tussen didactische werkvormen; criteria voor afwisseling zijn legio
- Met welke werkvormen breng je leerlingen tot leren?
- Wat doen leerlingen (leeractiviteit), wat doe jij (onderwijsactiviteit)?
- Met welke leermiddelen/media ondersteun je het leren?
Evaluatie
- Vooraf tijdens en op het einde van de les de leerlingen ‘aftoetsen’ om als leerkracht keuzes
te kunnen maken voor het lesverloop
- Hoe ga je jezelf evalueren?
- Hoe ga je de leerlingen evalueren?
- Wat ga je bij leerlingen evalueren (proces-product evaluatie)?
Didactische principes
PRINCIPE-brillen
Werkelijkheidsnabijheid/Aanschouwelijkheid
- Doel: leren voor het leven in direct contact met de werkelijkheid / komen tot hoger
abstractieniveau.
, - (Deel)aspecten: (in)direct zintuigelijk waarneembaar, visualisatie, authentieke situaties,
zinvolle toepassingen, actualiseren, geleidelijkheid, moderne media/aantrekkelijke
leermiddelen
- Focus op:
o concrete ervaring en waarneming om tot inzichtelijk leren te komen
o ervaring en waarnemingen in authentieke situaties en met authentieke materialen,
ook buiten de schoolomgeving.
o zinvolle toepassingen van de inhoud.
o de visualisatie/gebruik van media om levensechtheid en actualisatie te bevorderen.
o geleidelijkheid door inzetten van ASA-principe (aanschouwelijk – schematisch –
abstract) en/of GAS-principe (globaal – analytisch – synthese).
- Dit veronderstelt:
o Systematische aanpak van de les
o Kennis van de beginsituatie van de doelgroep
Activatie
- Doel: verhogen van leerwinst door actieve betrokkenheid (zelf-denken, zelf-ontdekken, zelf-
doen)
- (Deel)aspecten: Afwisseling en verscheidenheid, autonomie en zelfwerkzaamheid,
mogelijkheid om op verschillende niveaus te participeren (cognitief, verbaal, motorisch),
samenwerkend / coöperatief leren
- Focus op:
o (denk)activiteit van leerlingen
o Variatie in werkvormen en opdrachten
o Expressie en mogelijkheid tot uitdrukken, ook als middel tot vastzetting
o De meerwaarde van samenwerkend en interactief leren (verdieping van eigen leren /
ervaring van verbondenheid
- Dit veronderstelt:
o Openheid voor actieve inbreng van leerlingen
o Aandacht voor haalbare organisatie
Integratie
- Doel: Leggen van verbanden tussen nieuwe en opgedane kennis en ervaringen en die in de
toekomst kunnen gebruiken. Zin geven aan het geleerde.
- (Deel)aspecten: functionaliteit, zingeving, betekenisgeving, transfer / verbinding maken,
activeren van voorkennis
- Focus op: