HOOFDSTUK 11 REDOXREACTIES
Binas tabel 48, 66B
11.1 Elektronenoverdracht
→ Een reactie waarbij elektronenoverdracht plaatsvindt is een redoxreactie.
● het deeltje dat elektronen opneemt (acceptor) noem je de oxidator
● het deeltje dat elektronen afstaat (donor) noem je de reductor
● H3O+, schrijf je als H+ in deze reacties (bijv als een oplossing aangezuurd is)
→ Je hebt halfreacties, die geven de helft van de reactie weer.
● als je twee halfreacties optelt, krijg je de redoxreactie/totaalreactie
→ Om te bepalen of een reactie een redoxreactie is, kijk je of er sprake is van
elektronenoverdracht. Bij elektronenoverdracht moeten er in de reactie deeltjes
aanwezig zijn die van lading veranderen: oxidatiegetallen van deeltjes wisselen.
11.2 Redoxkoppels
→ in een reactie met metalen verdwijnt een onedel metaal en ontstaat een edel
metaal, nooit andersom
→ Edelheid van metalen:
● alle metalen zijn reductoren, ze vormen positieve ionen en staan dus elektronen af
● een onedel metaal, een metaal dat gemakkelijk met andere stoffen reageert, is een
sterke reductor
● een edel metaal, een metaal dat niet zo makkelijk reageert, is een reductor
→ Ag en Ag+ zijn samen een redoxkoppel
● het Ag-atoom noem je de geconjucteerde reductor van de oxidator Ag+
● Het Ag+ -ion is dan weer de geconjucteerde oxidator van het Ag-atoom
→ Achter elk redoxkoppel in Binas tabel 48 staat de zogenaamde
standaardelektronenpotentiaal, V
❑0. V❑0 is een maat voor de sterkte van de oxidator in het koppel.
● hoe hoger de waarde hoe sterker de oxidator
● hoe lager de waarde hoe sterker de reductor
Aflopende reactie ΔV❑0= V❑0(ox) - V❑0(red) ≥ 0,3 V
evenwichtsreactie - 0,3 V < ΔV❑0< 0,3 V
de reactie verloopt niet ΔV❑0≤ - 0,3 V
→ Stappenplan:
1. inventariseer welke deeltjes er zijn
2. zoek de sterkste oxidator en reductor
3. verloopt de reactie ΔV❑0= V❑0(ox) - V❑0(red) [a,b,c,d,e,f,g,h,i,j,k,l,m,n,o]
4. stel de halfreacties op, maak ze kloppend en stel de totaalreactie op
5. controleer
11.3 Redoxreacties in oplossing
● De oxidatoren HSO4- en SO4 2- reageren alleen in warm geconcentreerd
zwavelzuur.
→ stappenplan zelf halfreacties opstellen
1. noteer de gegeven deeltjes
2. stel de halfreacties van de deeltjes op
● zuur milieu: voor de pijl H+ en eventueel H2O als hulp deeltje, na de pijl mag geen
OH- ontstaan
Binas tabel 48, 66B
11.1 Elektronenoverdracht
→ Een reactie waarbij elektronenoverdracht plaatsvindt is een redoxreactie.
● het deeltje dat elektronen opneemt (acceptor) noem je de oxidator
● het deeltje dat elektronen afstaat (donor) noem je de reductor
● H3O+, schrijf je als H+ in deze reacties (bijv als een oplossing aangezuurd is)
→ Je hebt halfreacties, die geven de helft van de reactie weer.
● als je twee halfreacties optelt, krijg je de redoxreactie/totaalreactie
→ Om te bepalen of een reactie een redoxreactie is, kijk je of er sprake is van
elektronenoverdracht. Bij elektronenoverdracht moeten er in de reactie deeltjes
aanwezig zijn die van lading veranderen: oxidatiegetallen van deeltjes wisselen.
11.2 Redoxkoppels
→ in een reactie met metalen verdwijnt een onedel metaal en ontstaat een edel
metaal, nooit andersom
→ Edelheid van metalen:
● alle metalen zijn reductoren, ze vormen positieve ionen en staan dus elektronen af
● een onedel metaal, een metaal dat gemakkelijk met andere stoffen reageert, is een
sterke reductor
● een edel metaal, een metaal dat niet zo makkelijk reageert, is een reductor
→ Ag en Ag+ zijn samen een redoxkoppel
● het Ag-atoom noem je de geconjucteerde reductor van de oxidator Ag+
● Het Ag+ -ion is dan weer de geconjucteerde oxidator van het Ag-atoom
→ Achter elk redoxkoppel in Binas tabel 48 staat de zogenaamde
standaardelektronenpotentiaal, V
❑0. V❑0 is een maat voor de sterkte van de oxidator in het koppel.
● hoe hoger de waarde hoe sterker de oxidator
● hoe lager de waarde hoe sterker de reductor
Aflopende reactie ΔV❑0= V❑0(ox) - V❑0(red) ≥ 0,3 V
evenwichtsreactie - 0,3 V < ΔV❑0< 0,3 V
de reactie verloopt niet ΔV❑0≤ - 0,3 V
→ Stappenplan:
1. inventariseer welke deeltjes er zijn
2. zoek de sterkste oxidator en reductor
3. verloopt de reactie ΔV❑0= V❑0(ox) - V❑0(red) [a,b,c,d,e,f,g,h,i,j,k,l,m,n,o]
4. stel de halfreacties op, maak ze kloppend en stel de totaalreactie op
5. controleer
11.3 Redoxreacties in oplossing
● De oxidatoren HSO4- en SO4 2- reageren alleen in warm geconcentreerd
zwavelzuur.
→ stappenplan zelf halfreacties opstellen
1. noteer de gegeven deeltjes
2. stel de halfreacties van de deeltjes op
● zuur milieu: voor de pijl H+ en eventueel H2O als hulp deeltje, na de pijl mag geen
OH- ontstaan