10.1 Dekolonisatie
Kenmerkende aspect: De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in
de wereld
- Uitleg: Na 1945 verloor het Westen zijn overwicht in de wereld door de
ontmantelingen van de koloniale rijken. Tussen 1946 en 1957 werd bijna heel Azië
onafhankelijk. Tussen 1956 en 1964 kregen bijna alle Afrikaanse kolonies hun
onafhankelijkheid.
10.2 De Koude Oorlog
Kenmerkende aspect: De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep
van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.
- Uitleg: Na de Tweede Wereldoorlog bleven de VS en de Sovjet-Unie over als
supermachten. Hun ideologische tegenstelling leidde tot wantrouwen; beide landen
voelden zich door de ander bedreigd. Onder leiding van de VS en de Sovjet-Unie
kwamen twee ideologische blokken tegenover elkaar te staan. Door de nucleaire
wapenwedloop tussen de blokken groeide de kans op een atoomoorlog. Tijden met
hoog oplopende spanning werden afgewisseld door tijden met ontspanning, waarin
overlegd werd over beperking van de verdere bewapening. In 1989 kwam een
vreedzaam eind aan de Koude Oorlog.
10.3 Welvaart en cultuur
Kenmerkende aspect: De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren 1960 aanleiding
gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.
- Uitleg: In de jaren 1948-1973 vond in West-Europa een ongekend sterke
economische groei plaats. Dankzij de toegenomen welvaart bouwden regeringen een
verzorgingsstaat op, waarin de overheid verantwoordelijk was voor het welzijn van de
burgers. De welvaart en toegenomen sociale zekerheid leidden tot grote
sociaal-culturele veranderingen. Terwijl het individu met zijn behoeftes centraal kwam
te staan, nam de invloed van de kerk en de traditionele moraal af. Ook de
jongerencultuur en de tweede feministische golf droegen in westerse landen bij aan
de grote verandering van normen en waarden vanaf de jaren 1960.
10.4 Eenheid en verdeeldheid in Europa
Kenmerkende aspect: De eenwording van Europa
- Uitleg: Na de Tweede Wereldoorlog besloten West-Europese landen tot
samenwerking om de vrede te bewaren, de welvaart te bevorderen en de democratie
te versterken. Ze voelden zich ook bedreigd door de Sovjet-Unie en wilden samen
sterker staan in de Koude Oorlog. De Europese eenwording begon in 1951 met de
oprichting van de EGKS die in 1957 werd opgevolgd door de EEG. Na de Koude
Oorlog en de Duitse hereniging besloten de twaalf lidstaten tot verdere eenwording in
de Europese Unie. Tussen 1992 en 2013 kwamen er zestien landen bij, waaronder
veel Oost-Europese landen.
Kenmerkende aspect: De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in
de wereld
- Uitleg: Na 1945 verloor het Westen zijn overwicht in de wereld door de
ontmantelingen van de koloniale rijken. Tussen 1946 en 1957 werd bijna heel Azië
onafhankelijk. Tussen 1956 en 1964 kregen bijna alle Afrikaanse kolonies hun
onafhankelijkheid.
10.2 De Koude Oorlog
Kenmerkende aspect: De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep
van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.
- Uitleg: Na de Tweede Wereldoorlog bleven de VS en de Sovjet-Unie over als
supermachten. Hun ideologische tegenstelling leidde tot wantrouwen; beide landen
voelden zich door de ander bedreigd. Onder leiding van de VS en de Sovjet-Unie
kwamen twee ideologische blokken tegenover elkaar te staan. Door de nucleaire
wapenwedloop tussen de blokken groeide de kans op een atoomoorlog. Tijden met
hoog oplopende spanning werden afgewisseld door tijden met ontspanning, waarin
overlegd werd over beperking van de verdere bewapening. In 1989 kwam een
vreedzaam eind aan de Koude Oorlog.
10.3 Welvaart en cultuur
Kenmerkende aspect: De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren 1960 aanleiding
gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.
- Uitleg: In de jaren 1948-1973 vond in West-Europa een ongekend sterke
economische groei plaats. Dankzij de toegenomen welvaart bouwden regeringen een
verzorgingsstaat op, waarin de overheid verantwoordelijk was voor het welzijn van de
burgers. De welvaart en toegenomen sociale zekerheid leidden tot grote
sociaal-culturele veranderingen. Terwijl het individu met zijn behoeftes centraal kwam
te staan, nam de invloed van de kerk en de traditionele moraal af. Ook de
jongerencultuur en de tweede feministische golf droegen in westerse landen bij aan
de grote verandering van normen en waarden vanaf de jaren 1960.
10.4 Eenheid en verdeeldheid in Europa
Kenmerkende aspect: De eenwording van Europa
- Uitleg: Na de Tweede Wereldoorlog besloten West-Europese landen tot
samenwerking om de vrede te bewaren, de welvaart te bevorderen en de democratie
te versterken. Ze voelden zich ook bedreigd door de Sovjet-Unie en wilden samen
sterker staan in de Koude Oorlog. De Europese eenwording begon in 1951 met de
oprichting van de EGKS die in 1957 werd opgevolgd door de EEG. Na de Koude
Oorlog en de Duitse hereniging besloten de twaalf lidstaten tot verdere eenwording in
de Europese Unie. Tussen 1992 en 2013 kwamen er zestien landen bij, waaronder
veel Oost-Europese landen.