Hoofdstuk 2: bindingstypen
2.1 metaalbinding
Macroniveau = beschrijving van alles wat je waarneemt (eigenschap)
Microniveau = beschrijving met behulp van deeltjes (structuur)
In een vaste fase zijn de atoomresten van metaal gerangschikt in een
metaalrooster
Een metaal bestaat op microniveau uit positief geladen atoomresten
en vrij bewegende, negatieve elektronen die elkaar sterk aantrekken en zorgen voor een stevige
binding —> metaalbinding
Een metaal is op macroniveau een hard en sterk materiaal met een hoog smeltpunt, de meeste
metalen zijn vast bij kamertemperatuur
Metalen zijn elektrisch geleidbaarheid (ook warmte) en vervormbaar (beweging tast de sterkte niet
aan)
Corrosie = het aantasten van metalen door stoffen uit de lucht (vb:roest)
Vind alleen plaats bij onedelen metalen —> vaak vormt zich alleen een laagje metaaloxide
dat verdere aantasting voorkomt (aluminum, zink, tin, chroom)
Zeer onedelen metalen (natrium, kalium) reageren heel heftig met water en worden daarom onder
olie bewaard
Edelmetalen (platina, goud, zilver) worden niet aangetast door stoffen in de lucht
Legering/alliage = mengsel van een vaste stof (kan ook een metaal zijn) en een metaal
Vb: soldeer, witgoud
Als je koolstof toevoegde aan ijzer krijg je gietijzer —> dit is minder vervormbaar —> het breekt
Erts = gesteente of mineraal dat een economisch winbaar gehalte van een metaal bevat
Vb: gouderts, kopererts, ijzererts
Metalen —> geen moleculen
Niet-metalen —> moleculen
2.2 molecuul- en atoombinding
Vanderwaalsbinding
De binding die moleculen in de vaste en vloeibare fase bij elkaar houdt
Deze binding is het gevolg van tijdelijke ladingsverschillen in het molecuul (bonen) —> niet
erg sterk
, Zware en langgerekte moleculen hebben sterkere VDV-bindingen dan lichte en vertakte moleculen
Vaste fase —> moleculen netjes opgestapeld in molecuulrooster
- moleculen gaan harder bewegen naar mate de temperatuur hoger wordt, bij het smeltpunt
breken de moleculen uit het molecuulrooster
Vloeibare fase —> moleculen bewegen langs elkaar heen, maar blijven elkaar wel aantrekken
- temperatuur blijft stijgen en boven het kookpunt wordt de VDW-binding verbroken
Gas fase —> moleculen bewegen op grote afstand door de ruimte
Hoe sterker de VDW-binding hoe hoger het smelt- en kookpunt van de stof
Atoombinding
gemeenschappelijk elektronenpaar dat 2 positieve atoomresten aan elkaar bindt —> sterke
binding
Molecuulformule —> hoeveel en welke atomen in een
molecuul
Structuurformule —> hoe de atomen onderling zijn
verbonden
Covalentie
het aantal atoombindingen dat een atoom kan
vormen om de edelgasconfiguratie te verkrijgen
Atoombinding = covalente binding
Atoomsoort Covalentie
H 1
F, Cl, Br, I 1
O, S 2
N, P 3
C, Si 4
Systematische naam (binas tabel 66C)
P2O5 = difosforpentaoxide
2.1 metaalbinding
Macroniveau = beschrijving van alles wat je waarneemt (eigenschap)
Microniveau = beschrijving met behulp van deeltjes (structuur)
In een vaste fase zijn de atoomresten van metaal gerangschikt in een
metaalrooster
Een metaal bestaat op microniveau uit positief geladen atoomresten
en vrij bewegende, negatieve elektronen die elkaar sterk aantrekken en zorgen voor een stevige
binding —> metaalbinding
Een metaal is op macroniveau een hard en sterk materiaal met een hoog smeltpunt, de meeste
metalen zijn vast bij kamertemperatuur
Metalen zijn elektrisch geleidbaarheid (ook warmte) en vervormbaar (beweging tast de sterkte niet
aan)
Corrosie = het aantasten van metalen door stoffen uit de lucht (vb:roest)
Vind alleen plaats bij onedelen metalen —> vaak vormt zich alleen een laagje metaaloxide
dat verdere aantasting voorkomt (aluminum, zink, tin, chroom)
Zeer onedelen metalen (natrium, kalium) reageren heel heftig met water en worden daarom onder
olie bewaard
Edelmetalen (platina, goud, zilver) worden niet aangetast door stoffen in de lucht
Legering/alliage = mengsel van een vaste stof (kan ook een metaal zijn) en een metaal
Vb: soldeer, witgoud
Als je koolstof toevoegde aan ijzer krijg je gietijzer —> dit is minder vervormbaar —> het breekt
Erts = gesteente of mineraal dat een economisch winbaar gehalte van een metaal bevat
Vb: gouderts, kopererts, ijzererts
Metalen —> geen moleculen
Niet-metalen —> moleculen
2.2 molecuul- en atoombinding
Vanderwaalsbinding
De binding die moleculen in de vaste en vloeibare fase bij elkaar houdt
Deze binding is het gevolg van tijdelijke ladingsverschillen in het molecuul (bonen) —> niet
erg sterk
, Zware en langgerekte moleculen hebben sterkere VDV-bindingen dan lichte en vertakte moleculen
Vaste fase —> moleculen netjes opgestapeld in molecuulrooster
- moleculen gaan harder bewegen naar mate de temperatuur hoger wordt, bij het smeltpunt
breken de moleculen uit het molecuulrooster
Vloeibare fase —> moleculen bewegen langs elkaar heen, maar blijven elkaar wel aantrekken
- temperatuur blijft stijgen en boven het kookpunt wordt de VDW-binding verbroken
Gas fase —> moleculen bewegen op grote afstand door de ruimte
Hoe sterker de VDW-binding hoe hoger het smelt- en kookpunt van de stof
Atoombinding
gemeenschappelijk elektronenpaar dat 2 positieve atoomresten aan elkaar bindt —> sterke
binding
Molecuulformule —> hoeveel en welke atomen in een
molecuul
Structuurformule —> hoe de atomen onderling zijn
verbonden
Covalentie
het aantal atoombindingen dat een atoom kan
vormen om de edelgasconfiguratie te verkrijgen
Atoombinding = covalente binding
Atoomsoort Covalentie
H 1
F, Cl, Br, I 1
O, S 2
N, P 3
C, Si 4
Systematische naam (binas tabel 66C)
P2O5 = difosforpentaoxide