Strafrecht & Mensenrechten tentamen 26-5-2021
Vraag 1: 25 punten, ongeveer 40 minuten
Vraag A (max. 15 punten)
Verdedig en/of bekritiseer het huidige beleid inzake voorlopige hechtenis (VH) in Nederland
vanuit mensenrechtelijk perspectief.
Waar u het beleid verdedigt: formuleer concrete sterke punten die we moeten behouden.
Waar u het beleid bekritiseert: formuleer concrete verbeterpunten.
Vraag B (max. 10 punten)
I.v.m. maatregelen die getroffen worden in de strijd tegen COVID-19 zijn zogenaamde VH-
zittingen uitgesteld. Bespreek hoe een dergelijk uitstel in uw ogen dient te worden
meegenomen in de (latere) beoordeling van de VH en in het licht van art. 5 EVRM.
Vraag 2: 25 punten, ongeveer 40 minuten
Het Keskin-arrest leidde tot veel discussie in de Nederlandse strafrechtspraktijk. Plaats het
arrest in context. Beargumenteer het in uw ogen meest aannemelijke scenario over de
toekomst van verzoeken die betrekking hebben op het horen van getuigen.
Let op: weeg dit scenario af tegen andere scenario’s, en leg uit waarom die andere
scenario’s volgens u minder aannemelijk zijn.
Vraag 3: 25 punten, ongeveer 40 minuten
Wederzijdse erkenning wordt gezien als de hoeksteen van strafrechtelijke samenwerking
binnen de EU en ligt ten grondslag aan het Europees Aanhoudingsbevel.
Vraag A (max 10 punten)
Leg in uw eigen woorden uit wat de relatie is tussen wederzijdse erkenning en
mensenrechten en welke rol het beginsel van wederzijdse erkenning speelt in de toepassing
van het EAB.
Vraag B (max 15 punten)
Geef, met gebruikmaking van de voorgeschreven literatuur en jurisprudentie een
onderbouwd antwoord op de vraag of naar uw mening de bescherming van mensenrechten
binnen de toepassing van het EAB voldoende is.
Vraag 4: 25 punten, ongeveer 40 minuten
Geef gemotiveerd aan hoe u oordeelt over de volgende stelling:
Het onderzoek naar de databestanden van Ennetcom door de Nederlandse strafvorderlijke
autoriteiten is in strijd met art. 8 EVRM.
Vraag 1: 25 punten, ongeveer 40 minuten
Vraag A (max. 15 punten)
Verdedig en/of bekritiseer het huidige beleid inzake voorlopige hechtenis (VH) in Nederland
vanuit mensenrechtelijk perspectief.
Waar u het beleid verdedigt: formuleer concrete sterke punten die we moeten behouden.
Waar u het beleid bekritiseert: formuleer concrete verbeterpunten.
Vraag B (max. 10 punten)
I.v.m. maatregelen die getroffen worden in de strijd tegen COVID-19 zijn zogenaamde VH-
zittingen uitgesteld. Bespreek hoe een dergelijk uitstel in uw ogen dient te worden
meegenomen in de (latere) beoordeling van de VH en in het licht van art. 5 EVRM.
Vraag 2: 25 punten, ongeveer 40 minuten
Het Keskin-arrest leidde tot veel discussie in de Nederlandse strafrechtspraktijk. Plaats het
arrest in context. Beargumenteer het in uw ogen meest aannemelijke scenario over de
toekomst van verzoeken die betrekking hebben op het horen van getuigen.
Let op: weeg dit scenario af tegen andere scenario’s, en leg uit waarom die andere
scenario’s volgens u minder aannemelijk zijn.
Vraag 3: 25 punten, ongeveer 40 minuten
Wederzijdse erkenning wordt gezien als de hoeksteen van strafrechtelijke samenwerking
binnen de EU en ligt ten grondslag aan het Europees Aanhoudingsbevel.
Vraag A (max 10 punten)
Leg in uw eigen woorden uit wat de relatie is tussen wederzijdse erkenning en
mensenrechten en welke rol het beginsel van wederzijdse erkenning speelt in de toepassing
van het EAB.
Vraag B (max 15 punten)
Geef, met gebruikmaking van de voorgeschreven literatuur en jurisprudentie een
onderbouwd antwoord op de vraag of naar uw mening de bescherming van mensenrechten
binnen de toepassing van het EAB voldoende is.
Vraag 4: 25 punten, ongeveer 40 minuten
Geef gemotiveerd aan hoe u oordeelt over de volgende stelling:
Het onderzoek naar de databestanden van Ennetcom door de Nederlandse strafvorderlijke
autoriteiten is in strijd met art. 8 EVRM.