Verpleegkundige diagnostiek
1.1: Begrippen : VPK diagnostiek
o Inleiding van de diagnosen (ZIE CARPENITO)
A.
Verpleegkundige diagnosen (actueel/potentieel)
B.
Multidisciplinaire problemen
C.
Welzijnsdiagnosen
D.
Syndroomdiagnosen
1.2: Taxonomie (oorsprong)
o NANDA-I: North American Nursing Diagnosis Association-International
o Sinds 1973 tweejaarlijks samen voor update van de diagnosen
o Gelijke taal over grenzen heen => Professioneel taalgebruik
o Verdeeld in domeinen =) gezondheidspatronen
o NOC: 560 meetbare outcomes met 5pt Likert schaal
o Gelinkt aan de VPK diagnoses van NANDA en gezondheidspatronen
o Geïndexeerde termen in databanken
o NIC (1992) 565 interventies
1.3: 11 gezondheidspatronen (ZIE VERDER IN SAMENVATTING)
Marjorie Gordon
!: ook subjectieve beleving hoort in het patroon.
1.4: ICF (Internationale classificatie menselijk functioneren)
Systematische verpleegkundig handelen (SVH 5 STAPPEN)
1.
gegevens verzamelen
2.
verpleegproblemen vaststellen
3.
doelstellingen bepalen en evaluatiecriteria aangeven
4.
Acties plannen en uitvoeren
5.
het proces evalueren en bijsturen
STAP 1: GEGEVENS VERZAMELEN
,A) gezondheidspatronen
B) ICF model
= International Classification of Functioning, Disability and Health
Ontwikkeld door WHO
Aanvullend op ICD-10 (international classification of Diseases, 10 de uitgave)
GEEN classificatie van PERSONEN!
DOEL
1.
Op wetenschappelijk onderbouwde manier het menselijk functioneren bestuderen
2.
INTERdisciplinaire gemeenschappelijke taal
3.
Vergelijkingen in de tijd en uit verschillende vakgebieden en sectoren mogelijk
4.
Systematisch codestelsel voor informatiesystemen in de gezondheidszorg
TOEPASSINGEN
- Vastleggen van statistische gegevens (vb gezondheidsenquêtes)
- Ontwikkelen van onderzoeksinstrumenten (vb QOL schaal)
- Als basis om behoefte aan zorg vast te stellen,
- Als basis bij uitkeringsstelsels voor sociale overheid
- Als basis voor ontwikkelen lesprogramma’s
PRAKTIJKVOORBEELD
De ICF in België
De ICF wordt in België momenteel toegepast door onder meer het ‘Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering’ (RIZIV)
in het kader van de nomenclatuur van mobiliteitshulpmiddelen. Tevens vormt de ICF in het Waals Gewest de basis voor het
toekennen van technische hulpverlening aan mindervaliden door het ‘Agence pour une vie de qualité’ (AVIQ).
Visuele voorstelling ICF
Structuur van ICF
, 2 grote delen:
A) het menselijk functioneren en de problemen daarmee
B) factoren
o Elk deel bestaat uit 2 componenten (ZIE TEKENING)
1.
Functioneren + problemen
Functies en anatomische eigenschappen (orgaansystemen)
Activiteiten en participatie (menselijk handelen + deelname
maatschappelijk leven)
2. Externe factoren en persoonlijke factoren
Externe factoren (van nabij tot algemene omgeving)
Persoonlijke factoren (niet geclassificeerd)
Componenten (4)
Elke component kan goed of slecht worden gebruikt, de componenten worden
neutraal geformuleerd.
Elke component bestaat uit verschillende domeinen en elk domein uit categorieën.
Iemands functioneren wordt vastgelegd door het selecteren van de toepasselijke
categorie (basis classificatie) met bijbehorende code of codes.
HIERNA: typering toegevoegd. Dit zijn numerieke codes die mate en omvang van het
functioneren of functioneringsprobleem in de betreffende categorie specificeren, of
de mate waarin een externe factor ondersteunend is of een belemmering vormt.
BSDE=componenten
B= functies S= Anatomische eigenschappen D= Activiteiten + participatie E= Externe factors
Functies (B) en anatomische eigenschappen (S)
- 2 afzonderlijke classificaties maar lopen parallel
- Functies zijn de fysiologische en mentale eigenschappen van het menselijk
organisme.
- Anatomische eigenschappen: positie, aanwezigheid, vorm en continuïteit van
onderdelen van het menselijk lichaam.
- Stoornissen zijn afwijkingen in of verlies van functies of anatomische eigenschappen.
Geordend naar aard, niet naar oorzaak (vb ontbreken lidmaat)
1.1: Begrippen : VPK diagnostiek
o Inleiding van de diagnosen (ZIE CARPENITO)
A.
Verpleegkundige diagnosen (actueel/potentieel)
B.
Multidisciplinaire problemen
C.
Welzijnsdiagnosen
D.
Syndroomdiagnosen
1.2: Taxonomie (oorsprong)
o NANDA-I: North American Nursing Diagnosis Association-International
o Sinds 1973 tweejaarlijks samen voor update van de diagnosen
o Gelijke taal over grenzen heen => Professioneel taalgebruik
o Verdeeld in domeinen =) gezondheidspatronen
o NOC: 560 meetbare outcomes met 5pt Likert schaal
o Gelinkt aan de VPK diagnoses van NANDA en gezondheidspatronen
o Geïndexeerde termen in databanken
o NIC (1992) 565 interventies
1.3: 11 gezondheidspatronen (ZIE VERDER IN SAMENVATTING)
Marjorie Gordon
!: ook subjectieve beleving hoort in het patroon.
1.4: ICF (Internationale classificatie menselijk functioneren)
Systematische verpleegkundig handelen (SVH 5 STAPPEN)
1.
gegevens verzamelen
2.
verpleegproblemen vaststellen
3.
doelstellingen bepalen en evaluatiecriteria aangeven
4.
Acties plannen en uitvoeren
5.
het proces evalueren en bijsturen
STAP 1: GEGEVENS VERZAMELEN
,A) gezondheidspatronen
B) ICF model
= International Classification of Functioning, Disability and Health
Ontwikkeld door WHO
Aanvullend op ICD-10 (international classification of Diseases, 10 de uitgave)
GEEN classificatie van PERSONEN!
DOEL
1.
Op wetenschappelijk onderbouwde manier het menselijk functioneren bestuderen
2.
INTERdisciplinaire gemeenschappelijke taal
3.
Vergelijkingen in de tijd en uit verschillende vakgebieden en sectoren mogelijk
4.
Systematisch codestelsel voor informatiesystemen in de gezondheidszorg
TOEPASSINGEN
- Vastleggen van statistische gegevens (vb gezondheidsenquêtes)
- Ontwikkelen van onderzoeksinstrumenten (vb QOL schaal)
- Als basis om behoefte aan zorg vast te stellen,
- Als basis bij uitkeringsstelsels voor sociale overheid
- Als basis voor ontwikkelen lesprogramma’s
PRAKTIJKVOORBEELD
De ICF in België
De ICF wordt in België momenteel toegepast door onder meer het ‘Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering’ (RIZIV)
in het kader van de nomenclatuur van mobiliteitshulpmiddelen. Tevens vormt de ICF in het Waals Gewest de basis voor het
toekennen van technische hulpverlening aan mindervaliden door het ‘Agence pour une vie de qualité’ (AVIQ).
Visuele voorstelling ICF
Structuur van ICF
, 2 grote delen:
A) het menselijk functioneren en de problemen daarmee
B) factoren
o Elk deel bestaat uit 2 componenten (ZIE TEKENING)
1.
Functioneren + problemen
Functies en anatomische eigenschappen (orgaansystemen)
Activiteiten en participatie (menselijk handelen + deelname
maatschappelijk leven)
2. Externe factoren en persoonlijke factoren
Externe factoren (van nabij tot algemene omgeving)
Persoonlijke factoren (niet geclassificeerd)
Componenten (4)
Elke component kan goed of slecht worden gebruikt, de componenten worden
neutraal geformuleerd.
Elke component bestaat uit verschillende domeinen en elk domein uit categorieën.
Iemands functioneren wordt vastgelegd door het selecteren van de toepasselijke
categorie (basis classificatie) met bijbehorende code of codes.
HIERNA: typering toegevoegd. Dit zijn numerieke codes die mate en omvang van het
functioneren of functioneringsprobleem in de betreffende categorie specificeren, of
de mate waarin een externe factor ondersteunend is of een belemmering vormt.
BSDE=componenten
B= functies S= Anatomische eigenschappen D= Activiteiten + participatie E= Externe factors
Functies (B) en anatomische eigenschappen (S)
- 2 afzonderlijke classificaties maar lopen parallel
- Functies zijn de fysiologische en mentale eigenschappen van het menselijk
organisme.
- Anatomische eigenschappen: positie, aanwezigheid, vorm en continuïteit van
onderdelen van het menselijk lichaam.
- Stoornissen zijn afwijkingen in of verlies van functies of anatomische eigenschappen.
Geordend naar aard, niet naar oorzaak (vb ontbreken lidmaat)