100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Judgments

Belangrijkste arresten Strafrecht jaar 1 HBO-Rechten

Rating
-
Sold
-
Pages
2
Uploaded on
04-06-2022
Written in
2020/2021

De 11 meest voorkomende arresten (Strafecht) bij de opleiding HBO-Rechten jaar 1.

Institution
Course








Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 4, 2022
Number of pages
2
Written in
2020/2021
Type
Judgments

Subjects

Content preview

Voorgeschreven jurisprudentie
1. HR 14 februari 1916, NJ 1916, 681 (Melk en water) à Afwezigheid van alle schuld is een
buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond. Bij afwezigheid van alle schuld, dient een verdachte niet te
worden veroordeeld. Afwezigheid van alle schuld is een buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond.
Niets dwingt ertoe dat bij gebleken afwezigheid van alle schuld, niettemin strafbaarheid zou moeten
worden aangenomen.
2. HR 15 oktober 1923, NJ 1923, 1329 (Opticien) à Indien er sprake is van een situatie waarin iemand
in een gevaarlijke, dan wel hulpbehoevende toestand verkeert, hebben de mensen een
maatschappelijke verplichting om de van hen te verwachten hulp te verlenen. In dit geval had de
opticien de verplichting om de slechtziende man na sluitingstijd te helpen. In de gegeven
noodtoestand had de opticien dus mogen kiezen voor het overtreden van de verordening om zo de
man te kunnen helpen. Op grond van artikel 40 Sr kan hij zich in deze situatie beroepen op
overmacht, een schulduitsluitingsgrond. Dit brengt met zich mee dat hij niet strafrechtelijk kan
worden vervolgd voor het overtreden van de wettelijke verplichting. Belangrijk om hierbij op te
merken is dat men wel een juiste keuze moet maken tussen een wettelijke en een maatschappelijke
verplichting. Niet in alle gevallen is het rechtvaardig om de wettelijke verplichting achter de
maatschappelijke verplichting te stellen.
3. HR 20 februari 1933, NJ 1933, 918 (Veearts) à De dader van een strafbaar feit is niet strafbaar als
de doelstelling van de strafrechtelijke norm beter wordt nageleefd, ook al is het dan op papier gezien
wel wederrechtelijk. De Hoge Raad introduceerde hiermee het ontbreken van materiële
wederrechtelijkheid. Dit betekent dat het handelen formeel wel in strijd is met de wet, maar dat
strafbaarheid ontbreekt omdat dit handelen feitelijk niet in strijd is met het recht. In casu heeft de
veearts de wet wel overtreden maar de doelstelling van de wet werd juist beter nageleefd.
4. HR 19 februari 1963, NJ 1963, 512 (Verpleegster) à onbewuste culpa. Dood door schuld
verpleegster. Een verpleegster hield tijdens een operatie een verkeerd flesje vloeistof aan een
andere verpleegster voor, die daarmee een injectiespuit vulde. De patiënt komt uiteindelijk te
overlijden. Verdachte heeft het gevolg niet voorzien, maar is aanmerkelijk te kort geschoten voor wat
betreft de op haar rustende plicht om de nodige oplettendheid te betrachten. Er is sprake van grove
onoplettendheid.
5. HR 1 mei 1971, NJ 1973, 399 (Onverlichte brommer) à bewuste culpa, art. 36 WvW (oud, nu art. 6
WvW 1994). Het is aan de schuld van de automobilist te wijten dat een verkeersongeval plaatsvindt
waardoor een ander wordt gedood. De automobilist weet dat hij, ’s avonds om 20:00 uur (donker),
100km per uur rijdt op een onverlichte weg, met gedimd licht. Hij weet dat op die weg geen apart
fiets- of voetpad is. Hij had er daarom bedacht moeten zijn op verkeersdeelnemers die geen licht
voerden. Met die snelheid had hij niet tijdig kunnen remmen voor opdoemend verkeer en hij had er
niet op mogen vertrouwen dat uitwijken tot een goede afloop zou leiden. De automobilist heeft
bewust aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld.
De risico’s van het handelen worden te positief inschat.
6. HR 12 september 1978, NJ 1979, 60 (Letale longembolie) à Causaliteit: Leer van de redelijke
toerekening: is het gevolg redelijkerwijs aan de dader toe te rekenen? Letale Longembolie:
verkeersongeluk waarbij het slachtoffer twaalf dagen later is overleden door een “massale
longembolie welke als verwikkeling is voortgekomen uit de opgelopen letsels”. De longembolie was
het gevolg van trombose, die weer het gevolg was van noodzakelijke bedrust, voorgeschreven naar
aanleiding van het bij het verkeersongeval opgelopen letsel. Deze medische complicatie is volgens de
Hoge Raad “niet van zodanige aard dat het overlijden van het slachtoffer redelijkerwijze niet meer als
gevolg van de botsing aan de dader zou kunnen worden toegerekend’’.
7. HR 24 oktober 1978, NJ 1979, 52 (Uitzendbureau Cito) à Poging. ‘gedragingen die naar hun
uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het
misdrijf’.
$5.40
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
ongewoonbo

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
ongewoonbo Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
29
Member since
3 year
Number of followers
18
Documents
9
Last sold
2 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions