Samenvatting Strafrecht week 1t/m6
Week 1:
Doel van straffen:
- generale en speciale preventie (voorkoming)
- vergelding
-> Generale preventie = iedereen wordt afgeschrokken om een strafbaar feit
te plegen, omdat er wordt gestraft.
-> Speciale preventie = dader wordt afgeschrokken om nog eens een
strafbaar feit te plegen, omdat hij al is gestraft.
------ > In Europa wordt het liefst preventie gebruikt
Formeel = vooral de procedure
Bestanddelen (voorwaarden) art. 289 Sr. (Materieel Sr.)
Moet bewezen worden!!
1. Opzettelijk
2. Met voorbedachten rade
3. Een ander v.h. leven beroofd
-> kwalificatie: schuldig aan moord
Elementen
- Wederrechtelijkheid en schuld (verwijtbaarheid)
Niet in de delictsomschrijving opgenomen (hoeven niet bewezen te
worden)
De rechter gaat er van uit dat dit zo is (dat dit aanwezig is) tenzij het
tegendeel bewezen is.
Causaliteit
- Leer van redelijke toerekening
Letale Longembolie arrest
Ongeval met letsel
Noodzakelijke bedrust
Longembolie
Overlijden 12 dagen na ongeval
-> toerekening degene die het ongeval veroorzaakt.
, Het vierlagenmodel:
1. menselijke gedraging – moet door een mens gedaan zijn, handeling door
een mens (niet gestraft door hoe je denkt etc.)
2. wettelijke delictsomschrijving – moet in de wet staan dat het strafbaar is
(legaliteitsbeginsel (dan pas is het legaal)) en verbod op terugwerkende
kracht (je kan niet gestraft worden door wat je gister hebt gedaan als de wet
pas vandaag ingaat) (stel je doet iets op 12 dec. En er gaat een wet pas in op
13 dec. Dan kan jij niet gestraft worden over 12 dec. (in het strafrecht!))
3. wederrechtelijkheid – in strijd met het recht (ongeschreven en geschreven)
(element, hoeft niet bewezen te worden tenzij het in wel in de wet staat dan
moet het bewezen worden)
4. schuld (als verwijtbaarheid) – verwijtbaarheid (niet te bewijzen tenzij hij er
niks aan kon doen (psychische stoornis, onder invloed van verdovende
middelen, ontoerekeningsvatbaar zijn -> schulduitsluitingsgrond)
Week 2
Roekeloosheid = ergste vorm
Wederrechtelijkheid – in strijd met het recht
Opzet = dolus -> doleuze delicten
Schuld als element = verwijtbaarheid
Schuld als bestanddeel = culpa -> culpoze delicten
Opzet (boek 2)
- ‘’Willens en wetens handelen’’
- ‘’Opzettelijk’’ (art. 289 Sr)
- ‘’Wetende dat’’ (art. 343 Sr (wist dat))
- ‘’Oogmerk’’ (art. 310) -> Zwaarste vorm
- ‘’Ingeblikt opzet’’ (art. 300 Sr)
Hoofdregel: opzet heeft betrekking op alle bestanddelen die na het woord
‘opzettelijk’ volgen.
Opzet schema
-> als er oogmerk in staat is voorwaardelijk opzet niet van toepassing
-> als voorwaardelijk opzet bewezen is, is er sprake van opzet. (Het
simpelste)
-> roekeloosheid is een strafverzwarende omstandigheid van een culpoos
delict
Week 1:
Doel van straffen:
- generale en speciale preventie (voorkoming)
- vergelding
-> Generale preventie = iedereen wordt afgeschrokken om een strafbaar feit
te plegen, omdat er wordt gestraft.
-> Speciale preventie = dader wordt afgeschrokken om nog eens een
strafbaar feit te plegen, omdat hij al is gestraft.
------ > In Europa wordt het liefst preventie gebruikt
Formeel = vooral de procedure
Bestanddelen (voorwaarden) art. 289 Sr. (Materieel Sr.)
Moet bewezen worden!!
1. Opzettelijk
2. Met voorbedachten rade
3. Een ander v.h. leven beroofd
-> kwalificatie: schuldig aan moord
Elementen
- Wederrechtelijkheid en schuld (verwijtbaarheid)
Niet in de delictsomschrijving opgenomen (hoeven niet bewezen te
worden)
De rechter gaat er van uit dat dit zo is (dat dit aanwezig is) tenzij het
tegendeel bewezen is.
Causaliteit
- Leer van redelijke toerekening
Letale Longembolie arrest
Ongeval met letsel
Noodzakelijke bedrust
Longembolie
Overlijden 12 dagen na ongeval
-> toerekening degene die het ongeval veroorzaakt.
, Het vierlagenmodel:
1. menselijke gedraging – moet door een mens gedaan zijn, handeling door
een mens (niet gestraft door hoe je denkt etc.)
2. wettelijke delictsomschrijving – moet in de wet staan dat het strafbaar is
(legaliteitsbeginsel (dan pas is het legaal)) en verbod op terugwerkende
kracht (je kan niet gestraft worden door wat je gister hebt gedaan als de wet
pas vandaag ingaat) (stel je doet iets op 12 dec. En er gaat een wet pas in op
13 dec. Dan kan jij niet gestraft worden over 12 dec. (in het strafrecht!))
3. wederrechtelijkheid – in strijd met het recht (ongeschreven en geschreven)
(element, hoeft niet bewezen te worden tenzij het in wel in de wet staat dan
moet het bewezen worden)
4. schuld (als verwijtbaarheid) – verwijtbaarheid (niet te bewijzen tenzij hij er
niks aan kon doen (psychische stoornis, onder invloed van verdovende
middelen, ontoerekeningsvatbaar zijn -> schulduitsluitingsgrond)
Week 2
Roekeloosheid = ergste vorm
Wederrechtelijkheid – in strijd met het recht
Opzet = dolus -> doleuze delicten
Schuld als element = verwijtbaarheid
Schuld als bestanddeel = culpa -> culpoze delicten
Opzet (boek 2)
- ‘’Willens en wetens handelen’’
- ‘’Opzettelijk’’ (art. 289 Sr)
- ‘’Wetende dat’’ (art. 343 Sr (wist dat))
- ‘’Oogmerk’’ (art. 310) -> Zwaarste vorm
- ‘’Ingeblikt opzet’’ (art. 300 Sr)
Hoofdregel: opzet heeft betrekking op alle bestanddelen die na het woord
‘opzettelijk’ volgen.
Opzet schema
-> als er oogmerk in staat is voorwaardelijk opzet niet van toepassing
-> als voorwaardelijk opzet bewezen is, is er sprake van opzet. (Het
simpelste)
-> roekeloosheid is een strafverzwarende omstandigheid van een culpoos
delict