Evidence-based diagnostiek van het
bewegingsapparaat
H1: Validiteit
Face validity (indruksvaliditeit)
Hiermee probeert men aan te geven in welke mate men vindt dat een test op het eerste gezicht
datgene lijkt te meten wat men wil weten. Lijkt de test op het oog valide? Het wordt vaak bepaald
door mensen die niet echt een expert zijn op het betreffende vakgebied.
Expert validity (expertvaliditeit)
Hij is vergelijkbaar met face validity, maar nu laat men experts op het betreffende gebied bepalen of
een test of meetinstrument naar hun inzicht valide is.
Content validity (inhoudsvaliditeit)
Content validity geldt voornamelijk voor vragenlijsten. Er wordt gekeken naar de mate waarin de
vragenlijst inhoudelijk het hele construct meet dat men beoogt te meten. Men kijkt dan meer
gedetailleerd naar alle losse vragen (items): zijn alle items in vragenlijst relevant, missen sommige
items, en zijn alle items door de patiënt te begrijpen?
Construct validity (begripsvaliditeit)
De construct validity gaat over de vraag of de test past in het achterliggende theoretische construct
of theoretisch kader. Met andere woorden, zijn de uitkomsten van een test (of meetinstrument) wel
werkelijk een indicatie voor datgene waarover men iets wil weten? In dit geval gaat het om de
samenhang tussen de uitkomsten van de ene test (bijvoorbeeld de functiescore) en de uitkomsten
van een gelijksoortige test die hetzelfde concept beoogt te meten.
Criterion validity (criteriumvaliditeit)
De beste manier om de validiteit van een diagnostische test (indextest) te bepalen, is de uitkomsten
hiervan te vergelijken met de uitkomsten van een erkende en valide test (referentietest). Hij kent 2
vormen:
Concurrent validity
Wanneer men de uitkomsten van een indextest vergelijkt met de uitkomst van een referentietest.
Predictive validity
Het gaat over de mate waarin een diagnostische test in staat is een uitkomst te voorspellen.
Sensitiviteit/specificiteit
Sensitiviteit
bewegingsapparaat
H1: Validiteit
Face validity (indruksvaliditeit)
Hiermee probeert men aan te geven in welke mate men vindt dat een test op het eerste gezicht
datgene lijkt te meten wat men wil weten. Lijkt de test op het oog valide? Het wordt vaak bepaald
door mensen die niet echt een expert zijn op het betreffende vakgebied.
Expert validity (expertvaliditeit)
Hij is vergelijkbaar met face validity, maar nu laat men experts op het betreffende gebied bepalen of
een test of meetinstrument naar hun inzicht valide is.
Content validity (inhoudsvaliditeit)
Content validity geldt voornamelijk voor vragenlijsten. Er wordt gekeken naar de mate waarin de
vragenlijst inhoudelijk het hele construct meet dat men beoogt te meten. Men kijkt dan meer
gedetailleerd naar alle losse vragen (items): zijn alle items in vragenlijst relevant, missen sommige
items, en zijn alle items door de patiënt te begrijpen?
Construct validity (begripsvaliditeit)
De construct validity gaat over de vraag of de test past in het achterliggende theoretische construct
of theoretisch kader. Met andere woorden, zijn de uitkomsten van een test (of meetinstrument) wel
werkelijk een indicatie voor datgene waarover men iets wil weten? In dit geval gaat het om de
samenhang tussen de uitkomsten van de ene test (bijvoorbeeld de functiescore) en de uitkomsten
van een gelijksoortige test die hetzelfde concept beoogt te meten.
Criterion validity (criteriumvaliditeit)
De beste manier om de validiteit van een diagnostische test (indextest) te bepalen, is de uitkomsten
hiervan te vergelijken met de uitkomsten van een erkende en valide test (referentietest). Hij kent 2
vormen:
Concurrent validity
Wanneer men de uitkomsten van een indextest vergelijkt met de uitkomst van een referentietest.
Predictive validity
Het gaat over de mate waarin een diagnostische test in staat is een uitkomst te voorspellen.
Sensitiviteit/specificiteit
Sensitiviteit