ARW 1 week 4 rechtsvinding
4 Vragen:
1) De vonnissen in de zaak 172460/HA ZA 08-1157
Het arrest in de zaak 200.057.555
Eiseres en verweerder hebben een affectieve relatie vanaf 1986 en
hebben samengewoond, vanaf 1996 in een woning die eigendom
was van verweerder
De relatie is eind augustus 2007 beëindigd.
Er zijn twee samenlevingsovereenkomst getekend tussen eiseres en
verweerder
Door deze samenlevingsovereenkomst is eiseres er financieel
aanzienlijk beter voor komen te staan.
Ten tijde dat de tweede overeenkomst getekend werd dan wel vlak
ervoor had eiseres nog een relatie met een andere man (betrokkene
1)
Ten tijde dat de eerste samenlevingsovereenkomst was getekend
had eiseres ook al een relatie gehad met betrokkene 1, na dat dit
uitkwam hebben eiseres en verweerder lange tijd overlegt en
besloten toch verder te gaan.
Verweerder wil de overeenkomst vernietigen op grond van dwaling
gezien hij, ten tijde van de tweede overeenkomst, niet op de hoogte
was van de herziende relatie van eiseres en betrokkene 1 en
wanneer hij dit wel was geweest nooit had getekend.
2) Verweerder, hij heeft bij dagvaarding van 8 juli 2008 eiseres
gedagvaard.
3) Hij heeft gevorderd de samenlevingsovereenkomst te vernietigen op
grond van dwaling
4) De eis in reconventie moet dadelijk bij het antwoord worden
ingesteld art. 136 Rv en art. 137 RV, en deze moet op dezelfde
manier worden ingesteld als een normale dagvaarding zoals
beschreven in art. 111 RV
5) De vordering in conventie is afgewezen bij vonnis van 16 december
2009
6) De HR oordeelde dat er geen grond was voor cassatie door de
eiseres in cassatie en stelde daarom de verweerder in het gelijk en
sluit zich bij het oordeel van het hof in Arnhem aan.
7) Is het eerste samenlevingsovereenkomst vernietigbaar op grond van
dwaling art. 6:228 lid 2 BW
8) Ja, A-G Wisskink geeft aan in zijn conclusie dat hij vind dat het arrest
van het hof zou moeten worden vernietigd
9) Dat verweerder zelf ook een affaire had gehad in 1999 en dat
eiseres zich niet voldoende heeft kunnen verdedigen, dat wil zeggen
bewijs heeft mogen aanleveren om te bewijzen dat ze weldegelijk
aan verweerder informatie had medegedeeld
10) Gezien de informatie van doorslaggevend belang was voor de
verweerder en gezien eiseres dit, gelet op de situatie bij het eerste
samenlevingsovereenkomst, had moeten weten dat dit voor hem zo
belangrijk was.
, 11) Extensief, er is ruimte in de wet voor een bepaalde ruimte
waar de rechter per geval over zal moeten oordelen.
5 Vragen:
1) Wanprestatie, Corena belooft aan Theo hem altijd trouw te blijven
met de woorden ‘ik kan dat alleen aan, omdat ik weet dat ik jou
altijd trouw kan blijven’ 6:74 BW en gezien ze nog niet getrouw zijn.
2) Nee, gezien dit van beide hun wettelijke dochter is.
3) Nee, in de samenlevingsovereenkomst wordt ook gezegd dat de
huwelijksvoorwaarden in zullen gaan waar de vermogensrechtelijke
afspraak over het eigendom van het huis in staan.
4) Ja, dan is de overeenkomst op grond van bedrog of dwaling gesloten
gezien Corena zegt hem altijd trouw te blijven terwijl ze dat dan
klaarblijkelijk al niet was, en dit waarschijnlijk voor Theo van
doorslaggevende waarde zal zijn geweest.
7 vragen:
1) Rental, in de conclusie van A-G Wuisman staat ‘bij exploit van 26 juni
2003 maakt Rental bij de rechtbank Amsterdam, sector kanton, een
procedure tegen Gomes aanhangig.’ Hieruit blijkt dus dat Rental de
procedure in eerste aanleg begint.
2) A: Rental vordert tot de teruggave van de Opel, en tot het vergoeden
van een bedrag van 8151,45 Euro aan huurtermijnen en
incassokosten. Bij conclusie van antwoord vordert Gomes 1878,77
Euro van de eerste betaling, 460 Euro voor de prijs van de ingeruilde
Mazda en 180 Euro afleveringskosten.
B: Rental eist dit op grond van de huurovereenkomst van de Opel
tussen Rental en Gomes, art.6:265 BW, en Gomes eist dit op grond
van dwaling. 6:228 BW
3) Rental gaat in hoger beroep ‘Rental komt van het vonnis d.d. 11
februari 2005 van de kantonrechter in appel bij het gerechtshof te
Amsterdam’ (regel 138-139)
4) Gezien Gomes uit de omstandigheden had kunnen en moeten
begrijpen dat bij het aantal kilometers dat de auto zou hebben
gereden volgens de kilometerteller vraagtekens gezet konden
worden. En gezien Gomes bij het aangaan van de overeenkomst die
omstandigheden heeft aanvaard, kan er geen sprake zijn van
dwaling zoals bedoeld in art 6:228 BW. Het stelt dan ook dat de
overeenkomst niet vernietigbaar is.
5) A: Gomes ‘Tegen het arrest van het hof heeft Gomes beroep in
cassatie ingesteld.’ (Regel 273)
B: De klacht dat Gomes niet kan worden tegengeworpen dat zijzelf
vóór de aankoop van de auto geen nader onderzoek heeft gedaan.
En dat de mededelingsplicht van verkoper prevaleert boven de
onderzoeksplicht van de koper, zeker wanneer de verkoper meer
middelen tot zijn beschikking heeft om onderzoek te doen en meer
specifieke informatie te bemachtigen. Onder die omstandigheden
kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aangenomen
worden dat een voorgedrukte vermelding als door het Hof en de in
4 Vragen:
1) De vonnissen in de zaak 172460/HA ZA 08-1157
Het arrest in de zaak 200.057.555
Eiseres en verweerder hebben een affectieve relatie vanaf 1986 en
hebben samengewoond, vanaf 1996 in een woning die eigendom
was van verweerder
De relatie is eind augustus 2007 beëindigd.
Er zijn twee samenlevingsovereenkomst getekend tussen eiseres en
verweerder
Door deze samenlevingsovereenkomst is eiseres er financieel
aanzienlijk beter voor komen te staan.
Ten tijde dat de tweede overeenkomst getekend werd dan wel vlak
ervoor had eiseres nog een relatie met een andere man (betrokkene
1)
Ten tijde dat de eerste samenlevingsovereenkomst was getekend
had eiseres ook al een relatie gehad met betrokkene 1, na dat dit
uitkwam hebben eiseres en verweerder lange tijd overlegt en
besloten toch verder te gaan.
Verweerder wil de overeenkomst vernietigen op grond van dwaling
gezien hij, ten tijde van de tweede overeenkomst, niet op de hoogte
was van de herziende relatie van eiseres en betrokkene 1 en
wanneer hij dit wel was geweest nooit had getekend.
2) Verweerder, hij heeft bij dagvaarding van 8 juli 2008 eiseres
gedagvaard.
3) Hij heeft gevorderd de samenlevingsovereenkomst te vernietigen op
grond van dwaling
4) De eis in reconventie moet dadelijk bij het antwoord worden
ingesteld art. 136 Rv en art. 137 RV, en deze moet op dezelfde
manier worden ingesteld als een normale dagvaarding zoals
beschreven in art. 111 RV
5) De vordering in conventie is afgewezen bij vonnis van 16 december
2009
6) De HR oordeelde dat er geen grond was voor cassatie door de
eiseres in cassatie en stelde daarom de verweerder in het gelijk en
sluit zich bij het oordeel van het hof in Arnhem aan.
7) Is het eerste samenlevingsovereenkomst vernietigbaar op grond van
dwaling art. 6:228 lid 2 BW
8) Ja, A-G Wisskink geeft aan in zijn conclusie dat hij vind dat het arrest
van het hof zou moeten worden vernietigd
9) Dat verweerder zelf ook een affaire had gehad in 1999 en dat
eiseres zich niet voldoende heeft kunnen verdedigen, dat wil zeggen
bewijs heeft mogen aanleveren om te bewijzen dat ze weldegelijk
aan verweerder informatie had medegedeeld
10) Gezien de informatie van doorslaggevend belang was voor de
verweerder en gezien eiseres dit, gelet op de situatie bij het eerste
samenlevingsovereenkomst, had moeten weten dat dit voor hem zo
belangrijk was.
, 11) Extensief, er is ruimte in de wet voor een bepaalde ruimte
waar de rechter per geval over zal moeten oordelen.
5 Vragen:
1) Wanprestatie, Corena belooft aan Theo hem altijd trouw te blijven
met de woorden ‘ik kan dat alleen aan, omdat ik weet dat ik jou
altijd trouw kan blijven’ 6:74 BW en gezien ze nog niet getrouw zijn.
2) Nee, gezien dit van beide hun wettelijke dochter is.
3) Nee, in de samenlevingsovereenkomst wordt ook gezegd dat de
huwelijksvoorwaarden in zullen gaan waar de vermogensrechtelijke
afspraak over het eigendom van het huis in staan.
4) Ja, dan is de overeenkomst op grond van bedrog of dwaling gesloten
gezien Corena zegt hem altijd trouw te blijven terwijl ze dat dan
klaarblijkelijk al niet was, en dit waarschijnlijk voor Theo van
doorslaggevende waarde zal zijn geweest.
7 vragen:
1) Rental, in de conclusie van A-G Wuisman staat ‘bij exploit van 26 juni
2003 maakt Rental bij de rechtbank Amsterdam, sector kanton, een
procedure tegen Gomes aanhangig.’ Hieruit blijkt dus dat Rental de
procedure in eerste aanleg begint.
2) A: Rental vordert tot de teruggave van de Opel, en tot het vergoeden
van een bedrag van 8151,45 Euro aan huurtermijnen en
incassokosten. Bij conclusie van antwoord vordert Gomes 1878,77
Euro van de eerste betaling, 460 Euro voor de prijs van de ingeruilde
Mazda en 180 Euro afleveringskosten.
B: Rental eist dit op grond van de huurovereenkomst van de Opel
tussen Rental en Gomes, art.6:265 BW, en Gomes eist dit op grond
van dwaling. 6:228 BW
3) Rental gaat in hoger beroep ‘Rental komt van het vonnis d.d. 11
februari 2005 van de kantonrechter in appel bij het gerechtshof te
Amsterdam’ (regel 138-139)
4) Gezien Gomes uit de omstandigheden had kunnen en moeten
begrijpen dat bij het aantal kilometers dat de auto zou hebben
gereden volgens de kilometerteller vraagtekens gezet konden
worden. En gezien Gomes bij het aangaan van de overeenkomst die
omstandigheden heeft aanvaard, kan er geen sprake zijn van
dwaling zoals bedoeld in art 6:228 BW. Het stelt dan ook dat de
overeenkomst niet vernietigbaar is.
5) A: Gomes ‘Tegen het arrest van het hof heeft Gomes beroep in
cassatie ingesteld.’ (Regel 273)
B: De klacht dat Gomes niet kan worden tegengeworpen dat zijzelf
vóór de aankoop van de auto geen nader onderzoek heeft gedaan.
En dat de mededelingsplicht van verkoper prevaleert boven de
onderzoeksplicht van de koper, zeker wanneer de verkoper meer
middelen tot zijn beschikking heeft om onderzoek te doen en meer
specifieke informatie te bemachtigen. Onder die omstandigheden
kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aangenomen
worden dat een voorgedrukte vermelding als door het Hof en de in