Deel 2: Transfusies
Omschrijving
omschrijft welk soort wettelijke handeling transfusie is.
o B-2 handeling enkel met voorschrift van de arts
Bloedgroepen zie anatomie module MVB
De wet van Landsteiner.
o Zag verschillende soorten bloed (nooit passende antistof en antigeen) enkel tegen
overstaan vb antigeen A en antistof B
Antigeen op RBC: A, B of AB
Antistof in het serum: A (alfa) en B (beta)
Rh+ en Rh-
verduidelijk de wet van Mendel.
o Bloedgroep wordt overgeërfd
Doel van het bepalen van bloedgroepen
doel van het bepalen van de bloedgroepen.
o Hemolyse reacties voorkomen
o Reactie in 2 richtingen mogelijk
Antistoffen ontvanger (serum) tegen antigenen (RBC) gever
Antistoffen gever tegen antigenen ontvanger
o Test-sera
Hierbij neemt men het bloed van de pt verdeelt over 3 men doet er de
antistof bij (test-sera) even wachten en kijken ok het agglutineert
(klontert) zo niet = juiste bloedgroep + controle test
wanneer er een toepassing is van de universele donor en acceptor.
o Universele donor
Bloedgroep O negatief
O negatief heeft geen antistoffen en ook geen antigenen waardoor men aan
iedereen kan geven zonder dit te gaan klonteren (agglutineren)
o Universele acceptor
Bloedgroep AB+
Heeft alle antistoffen en antigenen waardoor dit niet meer kan klonteren
wanneer de universele donor en acceptor terug van toepassing is.
de drie onderzoeken uitgevoerd met als doel de bloedgroep te bepalen.
verklaar de resultaten van de bloedgroeptesten.
o Zie test-sera
verklaar het rhesussysteem
o resus pos en neg
Eigen woorden de aanwezige antigenen en antistoffen bij het rhesussysteem
, antistof delta (δ) aanwezig is of verworven wordt.
o Druppel erytrocytensuspensie met delta antistof
Geen agglutinatie = RH-neg.
Agglutinatie = RH-pos.
het H.L.A. systeem.
o = humaan leukocyten antigeen
o Systeem van oppervlakkige-antigenen op celwand van kern houdende lichaamscellen
en kernhoudende cellen in bloed
Leukocyten + trombocyten
o Zijn betrokken bij ontstaan koortsreactie
omschrijf de kruisproeven.
o Opsporen van eventuele fouten
o Opsporen irregulaire antistoffen in serum ontvanger
o Normale kruisproef = MAJOR CROSS MATCH
RBC donor + serum pt
Steeds uitgevoerd op volbloed en RBC concentraten
Steeds nazien zakje
Kruisproef neg. = goed
o Omgekeerde kruisproef = MINOR CROSS MATCH
Serum donor + RBC pt
Enkel bij massale transfusie
4. Indicaties voor transfusie
som alle indicaties voor transfusies op.
o Men vervangt wat er om een of andere manier ontbreekt, onvoldoende aanwezig is
of verloren is gegaan
o Kan vol bloed of een bloedcomponent toevoegen
Geen transfusie als niet nodig is
Enkel de aanvullende componenten
Zo weinig mogelijk transfusie
Veel risico
Veel componenten verloren
o Ernstig bloedverlies
Inwendige of uitwendige bloeding
Gastro-intestinale bloeding
Pre-operaties bloedverlies bij hart-, long- en vaatchirurgie
Bevalling met complicaties
Ernstig verkeersongeval
= indicaties voor toediening vol bloed
Gezond persoon kan ½ à ¾ bloedverlies zelf herstellen
Verlies evalueren
Opmeten ( vb. bij bepaalde operaties)
Labocontrolen (CF, Hb, Htc) (dalen niet onmiddellijk)
Goede observatie: bleek, kortademig, angstig, koud zweet,..
o Anemie (bloedarmoede)
Tekort RBC o² tekort
Niet elke anemie vorm transfusie nodig
Omschrijving
omschrijft welk soort wettelijke handeling transfusie is.
o B-2 handeling enkel met voorschrift van de arts
Bloedgroepen zie anatomie module MVB
De wet van Landsteiner.
o Zag verschillende soorten bloed (nooit passende antistof en antigeen) enkel tegen
overstaan vb antigeen A en antistof B
Antigeen op RBC: A, B of AB
Antistof in het serum: A (alfa) en B (beta)
Rh+ en Rh-
verduidelijk de wet van Mendel.
o Bloedgroep wordt overgeërfd
Doel van het bepalen van bloedgroepen
doel van het bepalen van de bloedgroepen.
o Hemolyse reacties voorkomen
o Reactie in 2 richtingen mogelijk
Antistoffen ontvanger (serum) tegen antigenen (RBC) gever
Antistoffen gever tegen antigenen ontvanger
o Test-sera
Hierbij neemt men het bloed van de pt verdeelt over 3 men doet er de
antistof bij (test-sera) even wachten en kijken ok het agglutineert
(klontert) zo niet = juiste bloedgroep + controle test
wanneer er een toepassing is van de universele donor en acceptor.
o Universele donor
Bloedgroep O negatief
O negatief heeft geen antistoffen en ook geen antigenen waardoor men aan
iedereen kan geven zonder dit te gaan klonteren (agglutineren)
o Universele acceptor
Bloedgroep AB+
Heeft alle antistoffen en antigenen waardoor dit niet meer kan klonteren
wanneer de universele donor en acceptor terug van toepassing is.
de drie onderzoeken uitgevoerd met als doel de bloedgroep te bepalen.
verklaar de resultaten van de bloedgroeptesten.
o Zie test-sera
verklaar het rhesussysteem
o resus pos en neg
Eigen woorden de aanwezige antigenen en antistoffen bij het rhesussysteem
, antistof delta (δ) aanwezig is of verworven wordt.
o Druppel erytrocytensuspensie met delta antistof
Geen agglutinatie = RH-neg.
Agglutinatie = RH-pos.
het H.L.A. systeem.
o = humaan leukocyten antigeen
o Systeem van oppervlakkige-antigenen op celwand van kern houdende lichaamscellen
en kernhoudende cellen in bloed
Leukocyten + trombocyten
o Zijn betrokken bij ontstaan koortsreactie
omschrijf de kruisproeven.
o Opsporen van eventuele fouten
o Opsporen irregulaire antistoffen in serum ontvanger
o Normale kruisproef = MAJOR CROSS MATCH
RBC donor + serum pt
Steeds uitgevoerd op volbloed en RBC concentraten
Steeds nazien zakje
Kruisproef neg. = goed
o Omgekeerde kruisproef = MINOR CROSS MATCH
Serum donor + RBC pt
Enkel bij massale transfusie
4. Indicaties voor transfusie
som alle indicaties voor transfusies op.
o Men vervangt wat er om een of andere manier ontbreekt, onvoldoende aanwezig is
of verloren is gegaan
o Kan vol bloed of een bloedcomponent toevoegen
Geen transfusie als niet nodig is
Enkel de aanvullende componenten
Zo weinig mogelijk transfusie
Veel risico
Veel componenten verloren
o Ernstig bloedverlies
Inwendige of uitwendige bloeding
Gastro-intestinale bloeding
Pre-operaties bloedverlies bij hart-, long- en vaatchirurgie
Bevalling met complicaties
Ernstig verkeersongeval
= indicaties voor toediening vol bloed
Gezond persoon kan ½ à ¾ bloedverlies zelf herstellen
Verlies evalueren
Opmeten ( vb. bij bepaalde operaties)
Labocontrolen (CF, Hb, Htc) (dalen niet onmiddellijk)
Goede observatie: bleek, kortademig, angstig, koud zweet,..
o Anemie (bloedarmoede)
Tekort RBC o² tekort
Niet elke anemie vorm transfusie nodig