Ziekte van Parkinson
- Ziekte van Parkinson?
o Langzaam progressief neurodegeneratieve aandoening
o Chronische ziekte
o Verschijnselen verdwijnen niet meer
o Herstel is niet mogelijk
- Normale fysiologie van prikkeloverdracht
1. Zenuw impuls door zenuw
2. Bereikt uiteinde
3. Blaasjes openbarsten
4. Neurotransmitter gaan via wand zenuwuiteinde in de synapsspleet
5. Oppervlak van zenuw bevinden receptoren
6. Contact met passend neurotransmitter (stroomopstootje)
7. Signaal kan weg volgen
8. Zenuwcel wordt geactiveerd (spier of kliercel wordt geactiveerd)
- Fysiopathologie van prikkeloverdracht +oorzaak bij ontwikkeling Parkinson
o Neurotransmitter dopamine faalt
Verantwoordelijk voor: bewegen, gang en evenwicht
o Minder cellen in synaptische spleet = minder vorming dopamine
o Probleem = dopamine producerende cellen sterven af
o Ook andere neurotransmitters verstoord hierdoor
Noradrenaline vegetieve symp. (vb speekseloverdracht)
Serotonine slaap en stemmingsstoornissen (depressie)
Acetylcholine: cognitieve stoornissen, bradykenesie en rigiditeit (houdt ook
dopamine gehalte in evenwicht)
- Oorzaak van situatie, persoon en omgeving
o Onbekend
o Genetisch eerder minimaal (5-10%)
o Vergiftiging
o Veroudering
- Kenmerken
o Prodromi
= verschijnselen die aan een ziekte voorafgaan, diagnose kan niet gesteld
worden
Worden gekoppeld aan normaal ouder worden en niet aan Z van Parkinson
Vb. beven
o Kenmerken Parkinson
Motorische
Regiditeit : stijfheid door constant gespannen spieren
o Tandradfenomeen= beweging loopt in kleine
o Motorische blokkering
o Draaien gebeurd niet vlot
o Minder slikbeweging
Bradykinesie en hypokinesie
o Zeer geleidelijk
o Traagheid van de beweging + beweging beperking
, o Gevolg van spierstijfheid
o Samen met rigiditeit hypokinesie verantwoordelijk voor
karakteristieke houding
o Vb.
Complexe beweging moeilijk
Minder oogknipperen
Monotone stem
Schuifelende pasjes
Tremor
o Bij 60% van pt
o Meestal opvallend: geld tellen, slagroomkloppen
o Binnen 3 j bilateraal
o Autonome verschijnselen
Nocturie (oncontroleerbare drang tot urineren ’s nachts)
Moeilijk kunnen urineren/urineretentie
Verhoogde speekselvloed
Meer talgafscheiding
Meer transpiratie
o Stemmingsstoornissen
Apathie
Depressie
Angst
1/3 wordt dementerend
o Posturale instabiliteit
Vallen
Neiging om voorover of achterover te hellen
o Kinesea paradoxa
Paradoxale bewegelijkheid
Verrassingseffect is een onwaarschijnlijke soepelheid van beweging
Vb. op vraag een bal vangen lukt niet
Bal onverwachts gooien lukt wel om te vangen
o Gedragsstoornissen
Overmatig eten
Moeite om te blijven zitten
20% verhoogd libido
o Psychische stoornissen
Verminderd denken, waarnemen, concentratie, initiatief en interesse
Vaak hallucinatie en psychosen
Verminderd zelfvertrouwen sociaal isolement
o Sensorische stoornissen
Onverklaarbare pijn
Paresthesie (stoornis gevoelswaarneming)
o Oftalmologische stoornissen
- Ziekte van Parkinson?
o Langzaam progressief neurodegeneratieve aandoening
o Chronische ziekte
o Verschijnselen verdwijnen niet meer
o Herstel is niet mogelijk
- Normale fysiologie van prikkeloverdracht
1. Zenuw impuls door zenuw
2. Bereikt uiteinde
3. Blaasjes openbarsten
4. Neurotransmitter gaan via wand zenuwuiteinde in de synapsspleet
5. Oppervlak van zenuw bevinden receptoren
6. Contact met passend neurotransmitter (stroomopstootje)
7. Signaal kan weg volgen
8. Zenuwcel wordt geactiveerd (spier of kliercel wordt geactiveerd)
- Fysiopathologie van prikkeloverdracht +oorzaak bij ontwikkeling Parkinson
o Neurotransmitter dopamine faalt
Verantwoordelijk voor: bewegen, gang en evenwicht
o Minder cellen in synaptische spleet = minder vorming dopamine
o Probleem = dopamine producerende cellen sterven af
o Ook andere neurotransmitters verstoord hierdoor
Noradrenaline vegetieve symp. (vb speekseloverdracht)
Serotonine slaap en stemmingsstoornissen (depressie)
Acetylcholine: cognitieve stoornissen, bradykenesie en rigiditeit (houdt ook
dopamine gehalte in evenwicht)
- Oorzaak van situatie, persoon en omgeving
o Onbekend
o Genetisch eerder minimaal (5-10%)
o Vergiftiging
o Veroudering
- Kenmerken
o Prodromi
= verschijnselen die aan een ziekte voorafgaan, diagnose kan niet gesteld
worden
Worden gekoppeld aan normaal ouder worden en niet aan Z van Parkinson
Vb. beven
o Kenmerken Parkinson
Motorische
Regiditeit : stijfheid door constant gespannen spieren
o Tandradfenomeen= beweging loopt in kleine
o Motorische blokkering
o Draaien gebeurd niet vlot
o Minder slikbeweging
Bradykinesie en hypokinesie
o Zeer geleidelijk
o Traagheid van de beweging + beweging beperking
, o Gevolg van spierstijfheid
o Samen met rigiditeit hypokinesie verantwoordelijk voor
karakteristieke houding
o Vb.
Complexe beweging moeilijk
Minder oogknipperen
Monotone stem
Schuifelende pasjes
Tremor
o Bij 60% van pt
o Meestal opvallend: geld tellen, slagroomkloppen
o Binnen 3 j bilateraal
o Autonome verschijnselen
Nocturie (oncontroleerbare drang tot urineren ’s nachts)
Moeilijk kunnen urineren/urineretentie
Verhoogde speekselvloed
Meer talgafscheiding
Meer transpiratie
o Stemmingsstoornissen
Apathie
Depressie
Angst
1/3 wordt dementerend
o Posturale instabiliteit
Vallen
Neiging om voorover of achterover te hellen
o Kinesea paradoxa
Paradoxale bewegelijkheid
Verrassingseffect is een onwaarschijnlijke soepelheid van beweging
Vb. op vraag een bal vangen lukt niet
Bal onverwachts gooien lukt wel om te vangen
o Gedragsstoornissen
Overmatig eten
Moeite om te blijven zitten
20% verhoogd libido
o Psychische stoornissen
Verminderd denken, waarnemen, concentratie, initiatief en interesse
Vaak hallucinatie en psychosen
Verminderd zelfvertrouwen sociaal isolement
o Sensorische stoornissen
Onverklaarbare pijn
Paresthesie (stoornis gevoelswaarneming)
o Oftalmologische stoornissen