Pedagogiek en gerontologie
Werkles week 1
H1
Opzet levenslooppsychologie: ontwikkelingen (veranderingen) die in een mensenleven optreden van
eerste luier tot laatste luier.
- Als sociaal werker ben je gebaat bij een referentiekader waaraan je jouw cliënten kunt
spiegelen en bij hen aan kan sluiten
Pedagogiek: opvoeding van kinderen en jeugdigen van 0-18 jaar (de eerste werklessen)
- Je krijgt te maken met opvoedingssituaties, opvoedingsvragen en opvoedingsproblemen waar
je antwoord op moet kunnen geven.
Gerontologie: begeleiding van ouderen, zowel lichamelijk, geestelijk als maatschappelijk. (de laatste
werklessen)
Pedagogiek
Professionele opvoeders
- Werken van uit de (PED)-Agogiek: leer van het praktisch handelen
- Gericht op verandering door sturing, begeleiding en hulpverlening
- Werken binnen een methodisch kader: bewust, doelgericht, systematisch, procesmatig
Opvoeden: een bepaalde vorm van omgang tussen volwassenen en jeugdigen die erop gericht is steun
en richting te geven aan het proces van volwassenwording
Dimensies van opvoeden
- De wijze van toepassing in de opvoeding is afhankelijk van de waarden, normen en
opvattingen van de ouders.
- Het kind moet zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen
4 basisdemensies:
1. Ondersteuning bieden
- Warmte
- Affectie
- Responsiviteit
- Betrokkenheid
- Emotionele ondersteuning/straffen en belonen
- Aandacht
2. Instructie geven
- Aangeven welk gedrag van het kind wordt verwacht
- Verantwoordelijkheid leren
- Het kind hulp bieden om zich te ontwikkelen
3. Grenzen stellen
- Respect voor autonomie van het kind
- Belonen en straffen
, - Zelfstandigheid
- Zelfredzaamheid
4. Controle uitoefenen
o Autoritair (ik ben de ouder, jij doet wat ik zeg)
- Onderdrukken negatief gedrag
- Machtsuitoefening
o Autoritatief (Gesprek aangaan met het kind, uitleggen)
- Stimuleren positief gedrag
- Uitleggen en verklaren
Uniciteit: iedereen is anders (ben je hetzelfde opgevoed als je broers/zussen?)
➔ Nee: opvoeding elk kind is anders, omdat elk kind ook anders is.
Opvoedingsdoelen
Intentioneel opvoedgedrag: ouder is erop gericht om bewust of onbewust doelstellingen te bereiken
bij het kind
De drie Z’s van Kuipers:
1. Zelfstandigheid
2. Zelfredzaamheid
3. Zelfvertrouwen
Werkles week 2
H2
Ontwikkeling =
• In vaste volgorde (fases) en onomkeerbaar
• Cumulatief: de vaardigheden stapelen zich op, het een bouwt voort op het ander
• In de richting van grotere complexiteit: differentiatie en integratie
De ontwikkeling is vooral discontinuïteit: sprongsgewijs, met stappen (gisteren lukte het niet om te
fietsen en vandaag ineens wel)
Verschillende ontwikkelingsgebieden
1. Psychologische ontwikkeling:
2. Cognitieve ontwikkeling: kennis
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling: persoonlijkheid
4. Seksuele ontwikkeling: begint al bij de geboorte, maar seksuele gedachtes ontwikkelen pas
later. Ze ontdekken hun eigen lichaam vanaf de geboorte.
5. (lichamelijke en motorische ontwikkeling)
Elk ontwikkelingsgebied wordt doorlopen in stappen/fasen
Ontwikkelingsfasen/-taken:
- Ontwikkelingsfasen: de stadia die elk kind doorloopt (baby, peuter, kleuter, etc.)
- Ontwikkelingstaken: vaardigheden die een kind in die periode moet leren beheersen
Opvoedingsopgaven: Alle gedragingen van de ouder die leiden tot het optimaal leren beheersen van
de ontwikkelingstaak
Werkles week 1
H1
Opzet levenslooppsychologie: ontwikkelingen (veranderingen) die in een mensenleven optreden van
eerste luier tot laatste luier.
- Als sociaal werker ben je gebaat bij een referentiekader waaraan je jouw cliënten kunt
spiegelen en bij hen aan kan sluiten
Pedagogiek: opvoeding van kinderen en jeugdigen van 0-18 jaar (de eerste werklessen)
- Je krijgt te maken met opvoedingssituaties, opvoedingsvragen en opvoedingsproblemen waar
je antwoord op moet kunnen geven.
Gerontologie: begeleiding van ouderen, zowel lichamelijk, geestelijk als maatschappelijk. (de laatste
werklessen)
Pedagogiek
Professionele opvoeders
- Werken van uit de (PED)-Agogiek: leer van het praktisch handelen
- Gericht op verandering door sturing, begeleiding en hulpverlening
- Werken binnen een methodisch kader: bewust, doelgericht, systematisch, procesmatig
Opvoeden: een bepaalde vorm van omgang tussen volwassenen en jeugdigen die erop gericht is steun
en richting te geven aan het proces van volwassenwording
Dimensies van opvoeden
- De wijze van toepassing in de opvoeding is afhankelijk van de waarden, normen en
opvattingen van de ouders.
- Het kind moet zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen
4 basisdemensies:
1. Ondersteuning bieden
- Warmte
- Affectie
- Responsiviteit
- Betrokkenheid
- Emotionele ondersteuning/straffen en belonen
- Aandacht
2. Instructie geven
- Aangeven welk gedrag van het kind wordt verwacht
- Verantwoordelijkheid leren
- Het kind hulp bieden om zich te ontwikkelen
3. Grenzen stellen
- Respect voor autonomie van het kind
- Belonen en straffen
, - Zelfstandigheid
- Zelfredzaamheid
4. Controle uitoefenen
o Autoritair (ik ben de ouder, jij doet wat ik zeg)
- Onderdrukken negatief gedrag
- Machtsuitoefening
o Autoritatief (Gesprek aangaan met het kind, uitleggen)
- Stimuleren positief gedrag
- Uitleggen en verklaren
Uniciteit: iedereen is anders (ben je hetzelfde opgevoed als je broers/zussen?)
➔ Nee: opvoeding elk kind is anders, omdat elk kind ook anders is.
Opvoedingsdoelen
Intentioneel opvoedgedrag: ouder is erop gericht om bewust of onbewust doelstellingen te bereiken
bij het kind
De drie Z’s van Kuipers:
1. Zelfstandigheid
2. Zelfredzaamheid
3. Zelfvertrouwen
Werkles week 2
H2
Ontwikkeling =
• In vaste volgorde (fases) en onomkeerbaar
• Cumulatief: de vaardigheden stapelen zich op, het een bouwt voort op het ander
• In de richting van grotere complexiteit: differentiatie en integratie
De ontwikkeling is vooral discontinuïteit: sprongsgewijs, met stappen (gisteren lukte het niet om te
fietsen en vandaag ineens wel)
Verschillende ontwikkelingsgebieden
1. Psychologische ontwikkeling:
2. Cognitieve ontwikkeling: kennis
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling: persoonlijkheid
4. Seksuele ontwikkeling: begint al bij de geboorte, maar seksuele gedachtes ontwikkelen pas
later. Ze ontdekken hun eigen lichaam vanaf de geboorte.
5. (lichamelijke en motorische ontwikkeling)
Elk ontwikkelingsgebied wordt doorlopen in stappen/fasen
Ontwikkelingsfasen/-taken:
- Ontwikkelingsfasen: de stadia die elk kind doorloopt (baby, peuter, kleuter, etc.)
- Ontwikkelingstaken: vaardigheden die een kind in die periode moet leren beheersen
Opvoedingsopgaven: Alle gedragingen van de ouder die leiden tot het optimaal leren beheersen van
de ontwikkelingstaak