DYSFAGIE
HOORCOLLEGES EN THEORIEBOEK
Aymee van Gerner
Windesheim | LEERJAAR 1 PERIODE 3
,Leerdoelen
1. Student beschrijft fysiologie van normale en afwijkende slik aan de hand van casuïstiek
1.1 Kenmerken van de 4 fases van het slikken
1.2 Toelichten welke problemen bij verschillende fases van slikken
2. Student legt relatie tussen neurologische aandoeningen en dysfagie bij volwassenen
2.1 Uitval koppelen van hersenzenuwen en andere neurologische aandoeningen aan
de fases van het slikken.
2.2 Beredeneren aan de hand van casuïstiek in welke fase van slikken de cliënt een
probleem ervaart.
3. Student onderzoekt in simulatie aan de hand van het Radboud Oraal Onderzoek en/of het
functioneel slikonderzoek een volwassen cliënt met dysfagie na niet-aangeboren
hersenletsel (NAH) en stelt een passende logopedische diagnose op basis van ICF.
3.1 Kenmerken van ROO en functioneel slikonderzoek
3.2 In simulatie demonstreren van ROO en/of functioneel slikonderzoek
3.3 Op basis van onderzoeksgegevens een logopedische diagnose aan de hand van
ICF-principes passen bij casus opstellen.
4. Student stelt een behandelplan op voor een (fictieve) volwassen cliënt met dysfagie na
NAH, voert behandeling in simulatie uit en stelt na evaluatie het behandelplan bij.
4.1 Kenmerken van compenstatietechnieken, slikmanoeuvres en
consistentieaanpassingen.
4.2 In simulatie demonstreren van aanleren van slikmanoeuvre en/of
compensatietechniek (krachtig slikken, naslikken, chin-tuck, hoofd draaien, hoofd
kantelen, supraglottische slik, super-supraglottische slik, falseoefening,
mendelsohmanoeuvre)
4.3 behandeldoelen opstellen voor volwassen cliënt met dysfagie na NAH
4.4 reflexteren op uitgeboerde behandeling en aangeven welke vervolgstappen
passend zijn
5. Student stemt onderzoeks- en interventiemogelijkheden af op de (on)mogelijkheden van
de (fictieve) volwassen cliënt met dysfagie na NAH.
5.1 beredeneren aan hand van anamnese en/of onderzoeksgegevens welk
vervolgonderzoek passend is bij een cliënt met dysfagie.
5.2 Kenmerken FEES-onderzoek en slikvideo
5.3 Uitkomsten koppelen van FEES- onderzoek en slikvideo aan fases van slikken en
mogelijke slikstoornissen
5.4 Beredeneren aan hand van onderzoeksgegevens welke interventies
(slikmanoeuvres, cosistentieaanpassingen) in een specifiek behandelplan passend zijn
bij cliënt met dysfagie.
5.5 Uitleggen welke meerwaarde een multidisciplinaire aanpak heeft tijdens de
slikrevalidatie
6. Student beredeneert op basis van literatuur welke keuzes tijdens het verlenen van
logopedische zorg gemaakt worden.
, 7. Student demonstreert zijn eigen communicatieve vaardigheden in simulatie tijdens
onderzoeken en/of behandelen van een volwassen cliënt met dysfagie na NAH.
Hoofdstuk 1
Wat is GEEN dysfagie?
Dysfagie onderscheidt zich van eetstoornissen zoals anorexia en boulemia, dit zijn geen
problemen met slikken maar met het eten.
Motorische problemen ter hoogte van armen en handen waardoor voedsel niet naar de
mond gebracht kan worden is geen dysfagie.
Classificaties dysfagie
Ontwikkelingsdysfagie kinderen kunnen door afwijkingen, ziekte of
ontwikkelingsstoornissen niet of moeilijk slikken.
Verworven dysfagie slikstoornis op latere leeftijd.
Presbyfagie het gevolg van normale verouderingsprocessen.
Indeling volgens fase (volwassenen)
Orofaryngeale dysfagie = symptomen situeren zich ter hoogte van de mond en/of ter
hoogte van de keel.
Oesofgeale dysfagie = symptomen van slikstoornis zijn ter hoogte van slokdarm
(oesofageale aard). Wordt veroorzaakt door een verstoorde peristaltiek of door
obstructie van de doorstoming van de bolus.
Indeling volgens etiologie (volwassen)
Neurogene dysfagie
- Acute dysfagie: wanneer de slikstoornis plots optreedt ten gevolge van CVA,
hersenbloeding, traumatisch hersenletsel, neurochirurgische ingreep, syndroom van
Guillain-Barré, polymyositis.
- Chronische dysfagie: Acute dysfagie recupereert niet.
- Degeneratieve dysfagie: bij bepaalde ziektebeelden zoals Parkinson, Multiple
Sclerose en verschillende neuromusculaire aandoeningen (ALS, Steinert, Myasthenia
Gravis) vermindert efficiëntie van slikfunctie in loop van de tijd. Naargelang van aard
van aandoening is er een snelle of trage progressie.
Structurele dysfagie
- Pathologie: tumor die zorgt voor obstructie, mate van dysfagie is afhankelijk van
grootte tumor en lokalisatie.
- Behandeling: van structurele probleem
Door chirurgische resectie/reconstructie worden bestaande structuren
veranderd. Ook vorming van littekenweefsel kan invloed hebben op
beweeglijkheid van de larynx en farynx.
Radiotherapie en/of chemotherapie: dit leidt tot verminderde
beweeglijkheid van de larynx en farynx, tot verminderde
speekselproductie.
HOORCOLLEGES EN THEORIEBOEK
Aymee van Gerner
Windesheim | LEERJAAR 1 PERIODE 3
,Leerdoelen
1. Student beschrijft fysiologie van normale en afwijkende slik aan de hand van casuïstiek
1.1 Kenmerken van de 4 fases van het slikken
1.2 Toelichten welke problemen bij verschillende fases van slikken
2. Student legt relatie tussen neurologische aandoeningen en dysfagie bij volwassenen
2.1 Uitval koppelen van hersenzenuwen en andere neurologische aandoeningen aan
de fases van het slikken.
2.2 Beredeneren aan de hand van casuïstiek in welke fase van slikken de cliënt een
probleem ervaart.
3. Student onderzoekt in simulatie aan de hand van het Radboud Oraal Onderzoek en/of het
functioneel slikonderzoek een volwassen cliënt met dysfagie na niet-aangeboren
hersenletsel (NAH) en stelt een passende logopedische diagnose op basis van ICF.
3.1 Kenmerken van ROO en functioneel slikonderzoek
3.2 In simulatie demonstreren van ROO en/of functioneel slikonderzoek
3.3 Op basis van onderzoeksgegevens een logopedische diagnose aan de hand van
ICF-principes passen bij casus opstellen.
4. Student stelt een behandelplan op voor een (fictieve) volwassen cliënt met dysfagie na
NAH, voert behandeling in simulatie uit en stelt na evaluatie het behandelplan bij.
4.1 Kenmerken van compenstatietechnieken, slikmanoeuvres en
consistentieaanpassingen.
4.2 In simulatie demonstreren van aanleren van slikmanoeuvre en/of
compensatietechniek (krachtig slikken, naslikken, chin-tuck, hoofd draaien, hoofd
kantelen, supraglottische slik, super-supraglottische slik, falseoefening,
mendelsohmanoeuvre)
4.3 behandeldoelen opstellen voor volwassen cliënt met dysfagie na NAH
4.4 reflexteren op uitgeboerde behandeling en aangeven welke vervolgstappen
passend zijn
5. Student stemt onderzoeks- en interventiemogelijkheden af op de (on)mogelijkheden van
de (fictieve) volwassen cliënt met dysfagie na NAH.
5.1 beredeneren aan hand van anamnese en/of onderzoeksgegevens welk
vervolgonderzoek passend is bij een cliënt met dysfagie.
5.2 Kenmerken FEES-onderzoek en slikvideo
5.3 Uitkomsten koppelen van FEES- onderzoek en slikvideo aan fases van slikken en
mogelijke slikstoornissen
5.4 Beredeneren aan hand van onderzoeksgegevens welke interventies
(slikmanoeuvres, cosistentieaanpassingen) in een specifiek behandelplan passend zijn
bij cliënt met dysfagie.
5.5 Uitleggen welke meerwaarde een multidisciplinaire aanpak heeft tijdens de
slikrevalidatie
6. Student beredeneert op basis van literatuur welke keuzes tijdens het verlenen van
logopedische zorg gemaakt worden.
, 7. Student demonstreert zijn eigen communicatieve vaardigheden in simulatie tijdens
onderzoeken en/of behandelen van een volwassen cliënt met dysfagie na NAH.
Hoofdstuk 1
Wat is GEEN dysfagie?
Dysfagie onderscheidt zich van eetstoornissen zoals anorexia en boulemia, dit zijn geen
problemen met slikken maar met het eten.
Motorische problemen ter hoogte van armen en handen waardoor voedsel niet naar de
mond gebracht kan worden is geen dysfagie.
Classificaties dysfagie
Ontwikkelingsdysfagie kinderen kunnen door afwijkingen, ziekte of
ontwikkelingsstoornissen niet of moeilijk slikken.
Verworven dysfagie slikstoornis op latere leeftijd.
Presbyfagie het gevolg van normale verouderingsprocessen.
Indeling volgens fase (volwassenen)
Orofaryngeale dysfagie = symptomen situeren zich ter hoogte van de mond en/of ter
hoogte van de keel.
Oesofgeale dysfagie = symptomen van slikstoornis zijn ter hoogte van slokdarm
(oesofageale aard). Wordt veroorzaakt door een verstoorde peristaltiek of door
obstructie van de doorstoming van de bolus.
Indeling volgens etiologie (volwassen)
Neurogene dysfagie
- Acute dysfagie: wanneer de slikstoornis plots optreedt ten gevolge van CVA,
hersenbloeding, traumatisch hersenletsel, neurochirurgische ingreep, syndroom van
Guillain-Barré, polymyositis.
- Chronische dysfagie: Acute dysfagie recupereert niet.
- Degeneratieve dysfagie: bij bepaalde ziektebeelden zoals Parkinson, Multiple
Sclerose en verschillende neuromusculaire aandoeningen (ALS, Steinert, Myasthenia
Gravis) vermindert efficiëntie van slikfunctie in loop van de tijd. Naargelang van aard
van aandoening is er een snelle of trage progressie.
Structurele dysfagie
- Pathologie: tumor die zorgt voor obstructie, mate van dysfagie is afhankelijk van
grootte tumor en lokalisatie.
- Behandeling: van structurele probleem
Door chirurgische resectie/reconstructie worden bestaande structuren
veranderd. Ook vorming van littekenweefsel kan invloed hebben op
beweeglijkheid van de larynx en farynx.
Radiotherapie en/of chemotherapie: dit leidt tot verminderde
beweeglijkheid van de larynx en farynx, tot verminderde
speekselproductie.