MENS EN LEREN 2
Werkcollege 1: Introductie
Ontwikkelingsstoornis versus probleem
Ontwikkelingsstoornis (p14 HB):
= Een neurobiologische stoornis die in de (vroege) ontwikkelingsperiode tot uiting komt, die
gekenmerkt wordt door ontwikkelingsachterstanden op een of meerdere functiedomeinen en die
levenslang beperkingen veroorzaakt in het persoonlijke, sociale, schoolse of beroepsmatige
functioneren.
o Neurobiologisch
o Start in de vroege ontwikkelingsperiode
o Ontwikkelingsachterstanden
Ontwikkeling wordt beperkt op 1 of meerdere domeinen
o Levenslange beperkingen
o Bijvoorbeeld een kind met ADHD
Ontwikkelingsprobleem
o Kortere duur/fase
o Kan deel zijn van de ontwikkeling
o Maar op 1 plaats en 1 domein
o Mogelijkheid tot oplossing of beperking
o Bijvoorbeeld een opstandige puber tegen leerkrachten
Faire diagnostiek
Vertrouwensrelatie creëren
Positief kader opbouwen
Voldoende informatie verzamelen
Eigen waarden en (voor)oordelen onder ogen zien
Breed kijken, rekening houden met context, geeft deze test juiste weerspiegeling van de situatie, cultuurvrije
test…
Geloven in veranderbaarheid, ook bij kansarmen en hun omgeving
,Werkcollege 2: Gesprekken met ouders en kinderen
2.1 Gesprekken met kinderen
Luisteren: vier niveaus
1. Ik luister selectief en hoor alleen wat ik wil horen.
2. Ik luister kritisch of ik het eens ben met de ander of niet (en probeer de ander dan te overtuigen van
mijn gelijk).
3. Ik weet dat iedereen een andere mening over iets heeft maar ga uit van ‘twee weten meer dan één’.
4. Ik ga ervan uit dat ik van iedereen kan leren en verander mijn eigen denkbeelden door het luisteren
naar de ander.
2.2 Gesprekken met kinderen/jongeren
Overzicht op digitap
Stem af op de leeftijd
o < 6 jaar
o Tussen 6 en 8 jaar
o Tussen 8 en 10 jaar
o Tussen 10 en 12 jaar
o Tussen 12 en 14 jaar
o Tussen 14 en 16 jaar
o Tussen 16 en 18 jaar
Rekening houden met aandacht spanne per leeftijd, kadering, omgeving om gesprek te voeren (spelen bij
jonge kinderen, ergens buiten op de gang bij hogere leeftijd), taalgebruik bij leeftijd: verbaal en non-verbaal.
Jong kinderen nog moeilijkheden met zich te uiten, oppassen met suggestieve antwoorden.
2.3 Gesprekken met ouders
Boze ouders
o Wat te doen?
Boosheid serieus nemen
Regie behouden
Geef je professionele grenzen aan
De-escalerend handelen
Ongeïnteresseerde ouders
o Wat te doen?
Toon begrip
Informeer hen over het kind
Zoek naar gemeenschappelijk belang
Perfectionistische ouders
o Wat te doen?
Spreek waardering uit
Vraag naar concrete verwachtingen
Stel hun perspectief bij, anders druk en spanning -> slechter presteren
Professionele ouders (werken ook in onderwijs)
o Wat te doen?
Advies serieus nemen
Wees duidelijk over de verantwoordelijkheid
Geef grenzen aan en werk samen
Afhankelijke ouders (ondergeschikt opstellen naar de school)
o Wat te doen?
Wees duidelijk
Ondersteuning bieden
Samenwerken
Overbezorgde of beschermende ouders
, o Wat te doen?
Objectieve en eerlijke informatie geven
Zorgen erkennen
Ondersteuning bieden
Verwaarlozende ouders (reeds al zwaar belast)
o Wat te doen?
In gesprek gaan
Leg de verantwoordelijkheid van de school uit
Overweeg doorverwijzing
Ouders uit niet – Westerse culturen
o Wat te doen?
Taalbarrière
Wat is ‘goed onderwijs’
Toon respect voor de achtergrond en gewoonten
, Werkcollege 3: HDG en HGW, Faire diagnostiek, Taak
3.1 Handelingsgerichte diagnostiek
Intake = Info verzamelen
Strategie = Reflectie rond aanpak
Onderzoek = Duidelijk beeld scheppen
Integratie/aanbeveling = Info verwerken + hypothese
Advies = Gesprek met alle betrokkenen
Interventie + evaluatie = Plan uitvoeren
Gesprekken vinden plaats in de intake fase, onderzoeksfase, advies fase
Andere fasen wordt er niet per se een gesprek gevoerd maar vooral onderzoek
Laatste fase, belangrijkste fase. Plan wordt uitgevoerd.
7 uitganspunten:
1. Gericht op onderwijs- en ondersteuning
2. Afstemming/ wisselwerking
3. Leerkracht doet ertoe
4. Positieve aspecten
5. Constructieve samenwerking
6. Doelgericht
7. Systematisch – transparant
HGD-systeem van een school.
Werkcollege 1: Introductie
Ontwikkelingsstoornis versus probleem
Ontwikkelingsstoornis (p14 HB):
= Een neurobiologische stoornis die in de (vroege) ontwikkelingsperiode tot uiting komt, die
gekenmerkt wordt door ontwikkelingsachterstanden op een of meerdere functiedomeinen en die
levenslang beperkingen veroorzaakt in het persoonlijke, sociale, schoolse of beroepsmatige
functioneren.
o Neurobiologisch
o Start in de vroege ontwikkelingsperiode
o Ontwikkelingsachterstanden
Ontwikkeling wordt beperkt op 1 of meerdere domeinen
o Levenslange beperkingen
o Bijvoorbeeld een kind met ADHD
Ontwikkelingsprobleem
o Kortere duur/fase
o Kan deel zijn van de ontwikkeling
o Maar op 1 plaats en 1 domein
o Mogelijkheid tot oplossing of beperking
o Bijvoorbeeld een opstandige puber tegen leerkrachten
Faire diagnostiek
Vertrouwensrelatie creëren
Positief kader opbouwen
Voldoende informatie verzamelen
Eigen waarden en (voor)oordelen onder ogen zien
Breed kijken, rekening houden met context, geeft deze test juiste weerspiegeling van de situatie, cultuurvrije
test…
Geloven in veranderbaarheid, ook bij kansarmen en hun omgeving
,Werkcollege 2: Gesprekken met ouders en kinderen
2.1 Gesprekken met kinderen
Luisteren: vier niveaus
1. Ik luister selectief en hoor alleen wat ik wil horen.
2. Ik luister kritisch of ik het eens ben met de ander of niet (en probeer de ander dan te overtuigen van
mijn gelijk).
3. Ik weet dat iedereen een andere mening over iets heeft maar ga uit van ‘twee weten meer dan één’.
4. Ik ga ervan uit dat ik van iedereen kan leren en verander mijn eigen denkbeelden door het luisteren
naar de ander.
2.2 Gesprekken met kinderen/jongeren
Overzicht op digitap
Stem af op de leeftijd
o < 6 jaar
o Tussen 6 en 8 jaar
o Tussen 8 en 10 jaar
o Tussen 10 en 12 jaar
o Tussen 12 en 14 jaar
o Tussen 14 en 16 jaar
o Tussen 16 en 18 jaar
Rekening houden met aandacht spanne per leeftijd, kadering, omgeving om gesprek te voeren (spelen bij
jonge kinderen, ergens buiten op de gang bij hogere leeftijd), taalgebruik bij leeftijd: verbaal en non-verbaal.
Jong kinderen nog moeilijkheden met zich te uiten, oppassen met suggestieve antwoorden.
2.3 Gesprekken met ouders
Boze ouders
o Wat te doen?
Boosheid serieus nemen
Regie behouden
Geef je professionele grenzen aan
De-escalerend handelen
Ongeïnteresseerde ouders
o Wat te doen?
Toon begrip
Informeer hen over het kind
Zoek naar gemeenschappelijk belang
Perfectionistische ouders
o Wat te doen?
Spreek waardering uit
Vraag naar concrete verwachtingen
Stel hun perspectief bij, anders druk en spanning -> slechter presteren
Professionele ouders (werken ook in onderwijs)
o Wat te doen?
Advies serieus nemen
Wees duidelijk over de verantwoordelijkheid
Geef grenzen aan en werk samen
Afhankelijke ouders (ondergeschikt opstellen naar de school)
o Wat te doen?
Wees duidelijk
Ondersteuning bieden
Samenwerken
Overbezorgde of beschermende ouders
, o Wat te doen?
Objectieve en eerlijke informatie geven
Zorgen erkennen
Ondersteuning bieden
Verwaarlozende ouders (reeds al zwaar belast)
o Wat te doen?
In gesprek gaan
Leg de verantwoordelijkheid van de school uit
Overweeg doorverwijzing
Ouders uit niet – Westerse culturen
o Wat te doen?
Taalbarrière
Wat is ‘goed onderwijs’
Toon respect voor de achtergrond en gewoonten
, Werkcollege 3: HDG en HGW, Faire diagnostiek, Taak
3.1 Handelingsgerichte diagnostiek
Intake = Info verzamelen
Strategie = Reflectie rond aanpak
Onderzoek = Duidelijk beeld scheppen
Integratie/aanbeveling = Info verwerken + hypothese
Advies = Gesprek met alle betrokkenen
Interventie + evaluatie = Plan uitvoeren
Gesprekken vinden plaats in de intake fase, onderzoeksfase, advies fase
Andere fasen wordt er niet per se een gesprek gevoerd maar vooral onderzoek
Laatste fase, belangrijkste fase. Plan wordt uitgevoerd.
7 uitganspunten:
1. Gericht op onderwijs- en ondersteuning
2. Afstemming/ wisselwerking
3. Leerkracht doet ertoe
4. Positieve aspecten
5. Constructieve samenwerking
6. Doelgericht
7. Systematisch – transparant
HGD-systeem van een school.