Wiskunde
Bewerkingen
Basisbegrippen
Optellen en aftrekken
Optelling: 5 + 2 = 7
je mag termen van plaats/verwisselen, de som
→ 5 = het opteltal
de termen verandert niet
→ 2 = de opteller
→ 7 = de som
Optellen = ‘het bij elkaar nemen’ van 2 of meerdere getallen zodat je het totaal van de
samenvoeging verkrijgt
Aftrekking: 7 – 2 = 5
→ 7 = het aftrektal je mag termen niet van plaats/verwisselen, het
de termen verschil verandert
→ 2 = de aftrekker
→ 5 = het verschil
Relatie tussen optellen en aftrekken:
Aftrekken is het tegenovergestelde van optellen → de aftrekking is de inverse bewerking van de
optelling.
vb.: 80 + 20 = 100 en 100 – 20 = 80
Vermenigvuldigen en delen
Vermenigvuldiging: 8 x 2 = 16
→ 8 = de vermenigvuldiger
de factoren
→ 2 = het vermenigvuldigtal
→ 16 = het product
Relatie tussen optellen en vermenigvuldigen:
Wanneer je telkens een getal optelt, krijg je een herhaalde optelling. Die kun je korter noteren
als een vermenigvuldiging.
vb. 6 + 6 + 6 + 6 = 24 → 6 x 4
Vermenigvuldiging met 0 → het product = 0
vb. 7 x 0 = 0
, Wiskunde
Deling: 16 : 2 = 8
→ 16 = het deeltal
de factoren
→ 2 = de deler
→ 8 = het quotiënt
• Opgaande deling= getal is deelbaar door een bepaald getal wanneer het quotiënt
opnieuw een geheel getal is/ als de deler een geheel aantal keer in het deeltal past.
• Niet-opgaande deling = getal is niet deelbaar door een bepaald getal → deling met rest
• Verhoudingsdeling = deling gaat na hoeveel keer eenzelfde aantal in een hoeveelheid
• Verdelingsdeling = deling gaat een hoeveelheid in gelijke delen verdelen
Een getal delen door 0 = 0
vb. 0 : 124 = 0
In een deling mag ik het deeltal functioneel in een som of een verschil splitsen zonder dat het
quotiënt wijzigt.
Relatie tussen aftrekken en delen
Herhaalde aftrekking = hoeveelheden die je steeds met eenzelfde getal kunt verminderen tot je
niets meer over hebt → korter schrijven als deling
vb. 18 – 3 – 3 – 3 – 3 – 3 – 3 = 0
18 : 6 = 3
Relatie tussen vermenigvuldigen en delen
Delen is de (inverse) omgekeerde bewerking van vermenigvuldigen. Als je een deeltal deelt door
een deler, dan bereken je hoeveel keer die deler past in het deeltal.
vb. 21 : 7 = 3 en 3 x 7 = 21
Machtsverheffing en worteltrekking
Machtsverheffing = een getal meerdere keren met zichzelf kan vermenigvuldigen = herhaalde
vermenigvuldiging
Worteltrekking = inverse bewerking van een machtsverheffing
→ wordt niet in de lagere school behandelt
Bewerkingen
Basisbegrippen
Optellen en aftrekken
Optelling: 5 + 2 = 7
je mag termen van plaats/verwisselen, de som
→ 5 = het opteltal
de termen verandert niet
→ 2 = de opteller
→ 7 = de som
Optellen = ‘het bij elkaar nemen’ van 2 of meerdere getallen zodat je het totaal van de
samenvoeging verkrijgt
Aftrekking: 7 – 2 = 5
→ 7 = het aftrektal je mag termen niet van plaats/verwisselen, het
de termen verschil verandert
→ 2 = de aftrekker
→ 5 = het verschil
Relatie tussen optellen en aftrekken:
Aftrekken is het tegenovergestelde van optellen → de aftrekking is de inverse bewerking van de
optelling.
vb.: 80 + 20 = 100 en 100 – 20 = 80
Vermenigvuldigen en delen
Vermenigvuldiging: 8 x 2 = 16
→ 8 = de vermenigvuldiger
de factoren
→ 2 = het vermenigvuldigtal
→ 16 = het product
Relatie tussen optellen en vermenigvuldigen:
Wanneer je telkens een getal optelt, krijg je een herhaalde optelling. Die kun je korter noteren
als een vermenigvuldiging.
vb. 6 + 6 + 6 + 6 = 24 → 6 x 4
Vermenigvuldiging met 0 → het product = 0
vb. 7 x 0 = 0
, Wiskunde
Deling: 16 : 2 = 8
→ 16 = het deeltal
de factoren
→ 2 = de deler
→ 8 = het quotiënt
• Opgaande deling= getal is deelbaar door een bepaald getal wanneer het quotiënt
opnieuw een geheel getal is/ als de deler een geheel aantal keer in het deeltal past.
• Niet-opgaande deling = getal is niet deelbaar door een bepaald getal → deling met rest
• Verhoudingsdeling = deling gaat na hoeveel keer eenzelfde aantal in een hoeveelheid
• Verdelingsdeling = deling gaat een hoeveelheid in gelijke delen verdelen
Een getal delen door 0 = 0
vb. 0 : 124 = 0
In een deling mag ik het deeltal functioneel in een som of een verschil splitsen zonder dat het
quotiënt wijzigt.
Relatie tussen aftrekken en delen
Herhaalde aftrekking = hoeveelheden die je steeds met eenzelfde getal kunt verminderen tot je
niets meer over hebt → korter schrijven als deling
vb. 18 – 3 – 3 – 3 – 3 – 3 – 3 = 0
18 : 6 = 3
Relatie tussen vermenigvuldigen en delen
Delen is de (inverse) omgekeerde bewerking van vermenigvuldigen. Als je een deeltal deelt door
een deler, dan bereken je hoeveel keer die deler past in het deeltal.
vb. 21 : 7 = 3 en 3 x 7 = 21
Machtsverheffing en worteltrekking
Machtsverheffing = een getal meerdere keren met zichzelf kan vermenigvuldigen = herhaalde
vermenigvuldiging
Worteltrekking = inverse bewerking van een machtsverheffing
→ wordt niet in de lagere school behandelt