COGNITIEVE PSYCHOLOGIE
2021-2022
, Hoofdstukken HOC
• Inleiding
• Geschiedenis
• Perceptie
• Aandacht
• Kortetermijngeheugen
• Langetermijngeheugen
• Taal
Algemene informatie
• 70% examen, 30% taak
• Gesloten boek examen met MC vragen HOC + WPO met verhoogd cesuur (12,5)
o 2 uur tijd
• WPO
o De teksten op canvas niet
• Soorten vragen
o Kennisvragen: theorieën, experimenten, manipulaties,.. incl. cruciale details
• Inzichtsvragen
o Overeenkomsten en verschillen tussen twee theorieën, experimenten,..
• Toepassing
o Kennis kunnen toepassen in het dagelijks leven
o Niet- behandelde experimenten kunnen interpreteren om te bepalen welke
theorie ondersteund wordt,..
Voorbeeldvragen
1
, Inleiding (H1)
= Wetenschappelijke studie van mentale processen namelijk de processen die het ons mogelijk
maakt de omgeving waar te nemen, dingen te onthouden, taal te gebruiken etc.,
• Er zijn verschillende domeinen binnen de cognitieve
psychologie (dit zijn gespecialiseerde subdomeinen)
o Perceptie
o Aandacht en bewustzijn
o Geheugen
o Taal
o Probleemoplossend en redeneren
o ….
• De subdomeinen maken samen het studiegebied van de
cognitieve psychologie
• Mentale processen worden wetenschappelijk bestudeerd
• Voorbeelden:
o Waarom vallen mensen van een klif bij het nemen van een selfie?
o Bestaat multitasking?
o Zorgen sterke emoties voor betere herinneringen?
Cognitieve wetenschappen
• Cognitieve psychologie = Interdisciplinair onderzoek, cognitie is een wetenschap op zich
geworden:
o Het gaat kennis lenen aan de volgende wetenschappen:
• Psychologie
• Neurowetenschappen: bv. Aandachtsprocessen, geheugenlocatie in het brein
• Linguïstiek: Taalkunde
• Computerwetenschappen: bv vergelijking met menselijk brein en de werking van
de computer.
• Filosofie: Bv. Wat is vrije wil?
De cognitieve wetenschappen is dus breder dan enkel de cognitieve psychologie
2
, DE WETENSCHAPPELIJLKE METHODE
Een andere naam voor cognitieve psychologie is de experimentele psychologie
• In de cognitieve psychologie wordt er voornamelijk gebruik gemaakt van de experimentele
methode namelijk doormiddel van experimenten data verzamelen.
o Bijvoorbeeld: UGent noemt dit experimentele psychologie omdat het grotendeels
steunt op de experimentele methode.
• Maar: Cognitieve psychologie is een juistere benaming omdat het gaan om onderzoek naar
de menselijke cognitie
HOE WERKT EEN EXPERIMENTEEL ONDERZOEK?
• We gaan een aantal onafhankelijke variabelen kiezen en deze manipuleren om daarvan het
effect na te gaan op de afhankelijke variabelen.
• Er zijn variabelen die een effect kunnen hebben op je uitkomst die je onder controle wilt
houden waarbij je ook rekening moet houden die men de controle variabele noemt
• Bijvoorbeeld: Wat is het effect van amfetamine op het geheugen?
Wat kan je hierbij manipuleren?
o Onafhankelijke variabele: De amfetamine wordt hier gemanipuleerd.
▪ Eerste groep krijgt dosis, andere niet.
o Afhankelijke variabele: Het geheugen
o Controle variabelen: De storende variabelen onder controle houden a.d.h.v.
▪ Randomisatie: Het proces waarbij proefpersonen willekeurig worden
verdeeld in groepen zodat de invloed gecontroleerd wordt.
▪ Counterbalancing: Bv. Helft van mensen eerst test laten afnemen onder
invloed van amfetaminen, andere helft eerst placebo toegediend
▪ Matching: Twee groepen met parkinsonpatiënten
• De controlegroep moet zelfde leeftijd hebben, zelfde geslacht, …
anders heeft het geen zin om te vergelijken
o Storende variabele: Menstruatiecyclus van de vrouw heeft invloed op de reactie van
amfetamine.
▪ Oplossing, enkel mannen.
Experimentele onderzoeken gaan dus onderzoeksvragen beantwoorden a.d.h.v. experimenten
3
2021-2022
, Hoofdstukken HOC
• Inleiding
• Geschiedenis
• Perceptie
• Aandacht
• Kortetermijngeheugen
• Langetermijngeheugen
• Taal
Algemene informatie
• 70% examen, 30% taak
• Gesloten boek examen met MC vragen HOC + WPO met verhoogd cesuur (12,5)
o 2 uur tijd
• WPO
o De teksten op canvas niet
• Soorten vragen
o Kennisvragen: theorieën, experimenten, manipulaties,.. incl. cruciale details
• Inzichtsvragen
o Overeenkomsten en verschillen tussen twee theorieën, experimenten,..
• Toepassing
o Kennis kunnen toepassen in het dagelijks leven
o Niet- behandelde experimenten kunnen interpreteren om te bepalen welke
theorie ondersteund wordt,..
Voorbeeldvragen
1
, Inleiding (H1)
= Wetenschappelijke studie van mentale processen namelijk de processen die het ons mogelijk
maakt de omgeving waar te nemen, dingen te onthouden, taal te gebruiken etc.,
• Er zijn verschillende domeinen binnen de cognitieve
psychologie (dit zijn gespecialiseerde subdomeinen)
o Perceptie
o Aandacht en bewustzijn
o Geheugen
o Taal
o Probleemoplossend en redeneren
o ….
• De subdomeinen maken samen het studiegebied van de
cognitieve psychologie
• Mentale processen worden wetenschappelijk bestudeerd
• Voorbeelden:
o Waarom vallen mensen van een klif bij het nemen van een selfie?
o Bestaat multitasking?
o Zorgen sterke emoties voor betere herinneringen?
Cognitieve wetenschappen
• Cognitieve psychologie = Interdisciplinair onderzoek, cognitie is een wetenschap op zich
geworden:
o Het gaat kennis lenen aan de volgende wetenschappen:
• Psychologie
• Neurowetenschappen: bv. Aandachtsprocessen, geheugenlocatie in het brein
• Linguïstiek: Taalkunde
• Computerwetenschappen: bv vergelijking met menselijk brein en de werking van
de computer.
• Filosofie: Bv. Wat is vrije wil?
De cognitieve wetenschappen is dus breder dan enkel de cognitieve psychologie
2
, DE WETENSCHAPPELIJLKE METHODE
Een andere naam voor cognitieve psychologie is de experimentele psychologie
• In de cognitieve psychologie wordt er voornamelijk gebruik gemaakt van de experimentele
methode namelijk doormiddel van experimenten data verzamelen.
o Bijvoorbeeld: UGent noemt dit experimentele psychologie omdat het grotendeels
steunt op de experimentele methode.
• Maar: Cognitieve psychologie is een juistere benaming omdat het gaan om onderzoek naar
de menselijke cognitie
HOE WERKT EEN EXPERIMENTEEL ONDERZOEK?
• We gaan een aantal onafhankelijke variabelen kiezen en deze manipuleren om daarvan het
effect na te gaan op de afhankelijke variabelen.
• Er zijn variabelen die een effect kunnen hebben op je uitkomst die je onder controle wilt
houden waarbij je ook rekening moet houden die men de controle variabele noemt
• Bijvoorbeeld: Wat is het effect van amfetamine op het geheugen?
Wat kan je hierbij manipuleren?
o Onafhankelijke variabele: De amfetamine wordt hier gemanipuleerd.
▪ Eerste groep krijgt dosis, andere niet.
o Afhankelijke variabele: Het geheugen
o Controle variabelen: De storende variabelen onder controle houden a.d.h.v.
▪ Randomisatie: Het proces waarbij proefpersonen willekeurig worden
verdeeld in groepen zodat de invloed gecontroleerd wordt.
▪ Counterbalancing: Bv. Helft van mensen eerst test laten afnemen onder
invloed van amfetaminen, andere helft eerst placebo toegediend
▪ Matching: Twee groepen met parkinsonpatiënten
• De controlegroep moet zelfde leeftijd hebben, zelfde geslacht, …
anders heeft het geen zin om te vergelijken
o Storende variabele: Menstruatiecyclus van de vrouw heeft invloed op de reactie van
amfetamine.
▪ Oplossing, enkel mannen.
Experimentele onderzoeken gaan dus onderzoeksvragen beantwoorden a.d.h.v. experimenten
3