Nederlands sa hoofdstuk 3 31 maart
Nederlands samenvatting
Argumentatie
Feitelijke (objectieve) argumenten kun je controleren .
Waarderende (subjectieve) argumenten gaan over meningen.
Als je een standpunt met een argument onderbouwt heet dit enkelvoudige argumentatie. Als je
meerdere argumenten gebruikt noem je dit nevenschikkende argumentatie. Je kan ook een
argument onderbouwen met een ondersteunend argument, dit heet een onderschikkende
argumentatie. Als laatst kun je een of meer argumenten met een nevenschikkende argumentatie
ondersteunt, is er sprake van onder- en nevenschikkende argumentatie.
Argumentenschema leren.
Beeldspraak
asyndetische vergelijking; dit is een vergelijking waarbij het verbindingswoord tussen beeld en
object, bijvoorbeeld als, zoals, lijken, is weggelaten.
– Mark, die magere lat, zou wat beter moeten eten.
homerische vergelijking; dit is een vergelijking waarbij het beeld breed is uitgewerkt; dit soort
vergelijking komt veel voor in het werk van Homerus:
– Rij na rij bewogen de Grieken zich voorwaarts. Zoals de golven der zee dicht na elkander aanrollen
op de ruisende kust, gezweept door de wind uit het westen – zo dicht opeen rukten de rijen gestaag
in de strijd op.
synesthesie; dit is een combinatie van twee zintuiglijke indrukken, bijvoorbeeld de tastzin en het
gehoor:
– de warme klanken van de hoorn.
Metafoor; je gebruikt een woord voor iets anders, waarmee het een overeenkomst vertoont.
Metoniem; Je gebruikt metonymie als je niet rechtstreeks zegt wat je bedoelt, maar een woord
gebruikt dat daarmee te maken heeft.
Vergelijking;
Personificatie;
Tekstdoelen
Informeren, activeren, instrueren, adviseren, overtuigen
TekststructurenuswOpsomming,middel-doel, probleem-oplossing, oorzaak-gevolg,
overeenkomst-verschil, vraag-antwoord
Nederlands samenvatting
Argumentatie
Feitelijke (objectieve) argumenten kun je controleren .
Waarderende (subjectieve) argumenten gaan over meningen.
Als je een standpunt met een argument onderbouwt heet dit enkelvoudige argumentatie. Als je
meerdere argumenten gebruikt noem je dit nevenschikkende argumentatie. Je kan ook een
argument onderbouwen met een ondersteunend argument, dit heet een onderschikkende
argumentatie. Als laatst kun je een of meer argumenten met een nevenschikkende argumentatie
ondersteunt, is er sprake van onder- en nevenschikkende argumentatie.
Argumentenschema leren.
Beeldspraak
asyndetische vergelijking; dit is een vergelijking waarbij het verbindingswoord tussen beeld en
object, bijvoorbeeld als, zoals, lijken, is weggelaten.
– Mark, die magere lat, zou wat beter moeten eten.
homerische vergelijking; dit is een vergelijking waarbij het beeld breed is uitgewerkt; dit soort
vergelijking komt veel voor in het werk van Homerus:
– Rij na rij bewogen de Grieken zich voorwaarts. Zoals de golven der zee dicht na elkander aanrollen
op de ruisende kust, gezweept door de wind uit het westen – zo dicht opeen rukten de rijen gestaag
in de strijd op.
synesthesie; dit is een combinatie van twee zintuiglijke indrukken, bijvoorbeeld de tastzin en het
gehoor:
– de warme klanken van de hoorn.
Metafoor; je gebruikt een woord voor iets anders, waarmee het een overeenkomst vertoont.
Metoniem; Je gebruikt metonymie als je niet rechtstreeks zegt wat je bedoelt, maar een woord
gebruikt dat daarmee te maken heeft.
Vergelijking;
Personificatie;
Tekstdoelen
Informeren, activeren, instrueren, adviseren, overtuigen
TekststructurenuswOpsomming,middel-doel, probleem-oplossing, oorzaak-gevolg,
overeenkomst-verschil, vraag-antwoord