Biologie hoofdstuk 8 13 april
Biologie samenvatting
8.1 en 8.2
- Vorm en functie van longen/longblaasjes
- Manieren van ademhaling
- Diffusie van zuurstof
8.3 en 8.4
- Onderdelen van het hart
- hartcyclus
- naamgeving bloedvaten
- verschil ader, haarvat, slagader
- bloedsomloop
- bestandsdelen bloed (plasma) (rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes)
Orgaanstelsels functies
Verteringsstelsel: voedsel kleinmaken, zodat de voedingsstoffen naar je bloed
kunnen gaan.
Ademhalingsstelsel: zuurstof opnemen in je bloed en koolstofdioxide afgeven aan de
lucht.
Bloedvatenstelsel: stoffen zoals voedingsstoffen, zuurstof en koolstofdioxide
vervoeren.
Energie door verbranding
Je cellen krijgen energie door verbranding:
glucose + zuurstof → energie + koolstofdioxide + water
Ademhalen
Inademen: ribben omhoog en middenrif plat → borstholte groter → longen groter →
luchtdruk kleiner → lucht in de longen.
Figuur 1 manieren van ademhaling
Uitademen: ribben naar beneden en middenrif bol
→ borstholte kleiner → longen kleiner → luchtdruk
groter → lucht uit de longen.
Borstademhaling: tussenribspieren en zwaartekracht.
Buikademhaling: middenrifspieren en elastische buikwand.
Biologie samenvatting
8.1 en 8.2
- Vorm en functie van longen/longblaasjes
- Manieren van ademhaling
- Diffusie van zuurstof
8.3 en 8.4
- Onderdelen van het hart
- hartcyclus
- naamgeving bloedvaten
- verschil ader, haarvat, slagader
- bloedsomloop
- bestandsdelen bloed (plasma) (rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes)
Orgaanstelsels functies
Verteringsstelsel: voedsel kleinmaken, zodat de voedingsstoffen naar je bloed
kunnen gaan.
Ademhalingsstelsel: zuurstof opnemen in je bloed en koolstofdioxide afgeven aan de
lucht.
Bloedvatenstelsel: stoffen zoals voedingsstoffen, zuurstof en koolstofdioxide
vervoeren.
Energie door verbranding
Je cellen krijgen energie door verbranding:
glucose + zuurstof → energie + koolstofdioxide + water
Ademhalen
Inademen: ribben omhoog en middenrif plat → borstholte groter → longen groter →
luchtdruk kleiner → lucht in de longen.
Figuur 1 manieren van ademhaling
Uitademen: ribben naar beneden en middenrif bol
→ borstholte kleiner → longen kleiner → luchtdruk
groter → lucht uit de longen.
Borstademhaling: tussenribspieren en zwaartekracht.
Buikademhaling: middenrifspieren en elastische buikwand.