Samenvatting Internationaal en Europees Recht
Hoorcollege 1: Inleiding Internationaal publiekrecht
‘Het geheel van regels en normen dat de relatie tussen publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals staten
en internationale organisaties, regelt.’
Bronnen (art. 38 Statuut IGH):
- Verdragen en conventies
- Gewoonte > uniforme praktijk & opinio juris sive necessitatis
- Algemene rechtsbeginselen
- Rechterlijke beslissingen en doctrine
- Overige
De subjecten van internationaal publiekrecht (wie is gebonden):
1 Staten, indien er een territorium, bevolking en regering is.
Erkenning van staat & erkenning van een regering is niet officieel een staat.
2 Intergouvernementele organisaties: alleen staten kunnen hier lid van zijn.
3 Individuen
4 De Heilige Stoel: bestuur van de rooms-katholieke kerk.
Geen subjecten: non-gouvernementele organisaties (personen/groepen zijn lid) & ondernemingen.
Verdragenrecht (art. 2 Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht).
Totstandkoming verdrag:
- Onderhandelingen;
- Vaststelling tekst;
- Ondertekening namens regering;
- Goedkeuring door nationale parlement;
- Ratificatie: publieke verklaring dat de staat gebonden is.
Inwerktreding: verdrag bevat vaak een regeling hoeveel ratificaties nodig zijn voor inwerktreding.
De Verenigde Naties (IGO)
190 lidstaten. Handvest van de Verenigde Naties.
1 Algemene vergadering
2 Veiligheidsraad: vijf permanente leden, met vetorecht. 10 roulerende leden. Verantwoordelijkheid
voor handhaving vrede & veiligheid.
3 Economische en Sociale Raad (ECOSOC): 54 leden. Bevorderen van samenwerking op sociaal,
humanitair en economisch gebied.
4 Internationaal Gerechtshof (IGH): statuut van het IGH, 15 rechters, behandelt geschillen tussen
staten en geeft advies aan VN-organen en VN-organisaties.
5 Secretariaat: secretaris-generaal is hoofd.
6 Programma’s en fondsen (Funds and Programmes): AV en ECOSOC kunnen deze instellen.
UNICEF & WFP.
7 Gespecialiseerde organisaties (Specialized Agencies): bij verdrag opgericht, zelfstandige IGO’s,
hebben een samenwerkingsovk met ECOSOC.
UNESCO & World Health Organisation.
Geschillenbeslechting - art. 33 Hv.
Niet-bindend: onderhandelen, bemiddeling, conciliatie.
Bindend: arbitrage, rechtspraak (IGH, HvJEU, EHRM, Tribunaal voor het Zeerecht, Benelux
Gerechtshof).
Tijdelijke tribunalen voor oorlogsmisdaden: om leiders van landen te berechten. Strafbare feiten
werden vastgelegd in tribunaal die verdachte ten laste werd gelegd. Lidstaten zijn verplicht samen te
werken met tribunalen.
Internationaal Strafhof: zelfstandig hof, vervolgt personen.
Internationaal Gerechtshof: orgaan van de VN, beslecht geschillen tussen staten.
1
, Rechtshandhaving
Art. 2 lid 4 Hv: zo min mogelijk geweld, maar uitzondering….
… art. 51 Hv: recht op zelfverdediging, indien proportioneel.
Vredesoperaties: op initiatief VR met toestemming desbetreffende staat. Kosten door VN.
-Klassiek
-Preventief
-Assisteren bij herstel orde en gezag
-Wederopbouw
-Humanitaire missie
Hoorcollege 2 – Beginselen van de EU
Vormen van economische samenwerking
Vrijhandelszone: afwezigheid van onderlinge douanerechten. Europese Vrijhandelsassociatie.
Douane-unie: vrijhandelszone en gemeenschappelijk buitentarief. Mercosur.
Gemeenschappelijke markt: douane-unie + vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal.
Doel is Europese binnenmarkt. EU.
Economische en monetaire unie: gemeenschappelijke markt + gemeenschappelijke munt +
gemeenschappelijk begrotingsbeleid. EU.
EU is een supranationale organisatie en heeft wetgevende bevoegdheden gekregen van de lidstaten.
Oprichting EU d.m.v. Verdrag van Maastricht:
- Nieuwe pijlers naast economische samenwerking: gemeenschappelijk buitenlands- en
veiligheidsbeleid;
- Samenwerking justitie en binnenlandse zaken.
- Gemeenschappelijke munt;
- Bestaande gemeenschappen worden onder paraplu van EU gebracht.
Europese Unie (vroeger):
[Supranationaal] 1 Europese Economische Gemeenschap (maar vroeger ook EGKS & Euraton)
[IGO] 2 Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB)
[IGO] 3 Samenwerking Justitie en Binnenlandse zaken (SJBZ)
IGO heeft geen wetgevende bevoegdheid.
Verdrag van Lissabon (1-12-2009)
- Verdrag betreffende Europese Unie (VEU)
- Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
EG opgeheven. Nu alleen EU en GBVB.
EU heeft 27 lidstaten. Toetreding d.m.v. toetredingsverdrag. 24 officiële talen.
Doelstellingen
1 Vrede bevorderen
2 Ruimte voor vrijheid, veiligheid en recht
3 Interne markt
4 Economische en monetaire unie
5 Extern beleid
Beginselen
- beginsel van bevoegdheidstoedeling/attributie
- subsidiariteitsbeginsel (wie maakt de wet, EU of lidstaten)
- evenredigheidsbeginsel (EU maakt een wet)
- beginsel van loyale samenwerking.
Instellingen
- Europees Parlement (stem van het volk)
- Europese Raad (stem van de EU-landen)
- Raad van de EU
- Europese Commissie (zet zich in voor algemeen belang)
- Hof van Justitie van de EU
Europese Parlement: leden worden iedere vijf jaar gekozen alleen op iemand van je lidstaat.
2
Hoorcollege 1: Inleiding Internationaal publiekrecht
‘Het geheel van regels en normen dat de relatie tussen publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals staten
en internationale organisaties, regelt.’
Bronnen (art. 38 Statuut IGH):
- Verdragen en conventies
- Gewoonte > uniforme praktijk & opinio juris sive necessitatis
- Algemene rechtsbeginselen
- Rechterlijke beslissingen en doctrine
- Overige
De subjecten van internationaal publiekrecht (wie is gebonden):
1 Staten, indien er een territorium, bevolking en regering is.
Erkenning van staat & erkenning van een regering is niet officieel een staat.
2 Intergouvernementele organisaties: alleen staten kunnen hier lid van zijn.
3 Individuen
4 De Heilige Stoel: bestuur van de rooms-katholieke kerk.
Geen subjecten: non-gouvernementele organisaties (personen/groepen zijn lid) & ondernemingen.
Verdragenrecht (art. 2 Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht).
Totstandkoming verdrag:
- Onderhandelingen;
- Vaststelling tekst;
- Ondertekening namens regering;
- Goedkeuring door nationale parlement;
- Ratificatie: publieke verklaring dat de staat gebonden is.
Inwerktreding: verdrag bevat vaak een regeling hoeveel ratificaties nodig zijn voor inwerktreding.
De Verenigde Naties (IGO)
190 lidstaten. Handvest van de Verenigde Naties.
1 Algemene vergadering
2 Veiligheidsraad: vijf permanente leden, met vetorecht. 10 roulerende leden. Verantwoordelijkheid
voor handhaving vrede & veiligheid.
3 Economische en Sociale Raad (ECOSOC): 54 leden. Bevorderen van samenwerking op sociaal,
humanitair en economisch gebied.
4 Internationaal Gerechtshof (IGH): statuut van het IGH, 15 rechters, behandelt geschillen tussen
staten en geeft advies aan VN-organen en VN-organisaties.
5 Secretariaat: secretaris-generaal is hoofd.
6 Programma’s en fondsen (Funds and Programmes): AV en ECOSOC kunnen deze instellen.
UNICEF & WFP.
7 Gespecialiseerde organisaties (Specialized Agencies): bij verdrag opgericht, zelfstandige IGO’s,
hebben een samenwerkingsovk met ECOSOC.
UNESCO & World Health Organisation.
Geschillenbeslechting - art. 33 Hv.
Niet-bindend: onderhandelen, bemiddeling, conciliatie.
Bindend: arbitrage, rechtspraak (IGH, HvJEU, EHRM, Tribunaal voor het Zeerecht, Benelux
Gerechtshof).
Tijdelijke tribunalen voor oorlogsmisdaden: om leiders van landen te berechten. Strafbare feiten
werden vastgelegd in tribunaal die verdachte ten laste werd gelegd. Lidstaten zijn verplicht samen te
werken met tribunalen.
Internationaal Strafhof: zelfstandig hof, vervolgt personen.
Internationaal Gerechtshof: orgaan van de VN, beslecht geschillen tussen staten.
1
, Rechtshandhaving
Art. 2 lid 4 Hv: zo min mogelijk geweld, maar uitzondering….
… art. 51 Hv: recht op zelfverdediging, indien proportioneel.
Vredesoperaties: op initiatief VR met toestemming desbetreffende staat. Kosten door VN.
-Klassiek
-Preventief
-Assisteren bij herstel orde en gezag
-Wederopbouw
-Humanitaire missie
Hoorcollege 2 – Beginselen van de EU
Vormen van economische samenwerking
Vrijhandelszone: afwezigheid van onderlinge douanerechten. Europese Vrijhandelsassociatie.
Douane-unie: vrijhandelszone en gemeenschappelijk buitentarief. Mercosur.
Gemeenschappelijke markt: douane-unie + vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal.
Doel is Europese binnenmarkt. EU.
Economische en monetaire unie: gemeenschappelijke markt + gemeenschappelijke munt +
gemeenschappelijk begrotingsbeleid. EU.
EU is een supranationale organisatie en heeft wetgevende bevoegdheden gekregen van de lidstaten.
Oprichting EU d.m.v. Verdrag van Maastricht:
- Nieuwe pijlers naast economische samenwerking: gemeenschappelijk buitenlands- en
veiligheidsbeleid;
- Samenwerking justitie en binnenlandse zaken.
- Gemeenschappelijke munt;
- Bestaande gemeenschappen worden onder paraplu van EU gebracht.
Europese Unie (vroeger):
[Supranationaal] 1 Europese Economische Gemeenschap (maar vroeger ook EGKS & Euraton)
[IGO] 2 Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB)
[IGO] 3 Samenwerking Justitie en Binnenlandse zaken (SJBZ)
IGO heeft geen wetgevende bevoegdheid.
Verdrag van Lissabon (1-12-2009)
- Verdrag betreffende Europese Unie (VEU)
- Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
EG opgeheven. Nu alleen EU en GBVB.
EU heeft 27 lidstaten. Toetreding d.m.v. toetredingsverdrag. 24 officiële talen.
Doelstellingen
1 Vrede bevorderen
2 Ruimte voor vrijheid, veiligheid en recht
3 Interne markt
4 Economische en monetaire unie
5 Extern beleid
Beginselen
- beginsel van bevoegdheidstoedeling/attributie
- subsidiariteitsbeginsel (wie maakt de wet, EU of lidstaten)
- evenredigheidsbeginsel (EU maakt een wet)
- beginsel van loyale samenwerking.
Instellingen
- Europees Parlement (stem van het volk)
- Europese Raad (stem van de EU-landen)
- Raad van de EU
- Europese Commissie (zet zich in voor algemeen belang)
- Hof van Justitie van de EU
Europese Parlement: leden worden iedere vijf jaar gekozen alleen op iemand van je lidstaat.
2