Biologie §4.3
De hypofyse (kliertje dat tussen beide hersenhelften in ligt) geeft het startschot voor de
puberteit. Het kliertje vormt de hormonen FSH (follikelstimulerend hormoon) en LH
(luteïniserend hormoon). Het bloed voert de hormonen door het hele lichaam, alleen
voortplantingsorganen reageren hierop en beginnen de productie van geslachtscellen en
geslachtshormonen.
MENSTRUATIECYLCUS BINAS 86C
Bij meisjes starten FSH en LH de menstruatiecyclus. Elke maand stimuleert FSH de
ontwikkeling van 5 tot 12 follikels in een van beide eierstokken. In elk follikel ontwikkelt zich
één eicel. De rijpende follikelcellen vormen geslachtshormonen: oestrogenen. Door deze
hormonen groeit er nieuw baarmoederslijmvlies aan de binnenkant van de baarmoeder.
Halverwege de menstruatie (rond dag 14) produceert de hypofyse extra LH, hierdoor barst
de eicel uit het follikel de eileider in: de ovulatie. De achtergebleven follikelcellen noemen
we het gele lichaam. Deze produceert naast oestrogenen ook het geslachtshormoon
progesteron. Tijdens de menstruatiecyclus remmen de oestrogenen en progesteron de FSH-
productie. Daarmee voorkomen ze dat nog meer follikels gaan rijpen. Onder invloed van
progesteron ontstaan er extra bloedvaten in het baarmoederslijmvlies, deze vervoeren
zuurstof en voedingsstoffen tijdens een zwangerschap. Volgt er geen zwangerschap dan
sterven de cellen van het gele lichaam af. Door de daling van progesteron, sterft ook het
baarmoederslijmvlies af en begint de menstruatie. Doordat de productie van de
geslachtshormonen stopt, valt ook de remming weg voor de hypofyse om FSH te maken.
Hierdoor start de volgende menstruatiecyclus.
Het hormoon LH zet bij jongens speciale cellen tussen de zaadbuisjes, cellen van Leydig, aan
tot de productie van het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Het hormoon FSH
stimuleert samen met testosteron, het vormen van de zaadcelen in de zaadballen.
Testosteron verhoogt de spierontwikkeling en de groei van de uitwendige
geslachtsorganen: de penis en balzak.
MEIOSE (CELDELING EICEL) BINAS 76B
Vindt een bevruchting van een eicel plaats, dan maakt de eicel meiose II af en deelt de
zygote. De normale menstruatiecyclus stopt en een hormoonproductie die aan een
zwangerschap is aangepast begint. In de baarmoeder nestelt de eicel zich in het
baarmoederslijmvlies en vormt vlokken: het begin van de placenta. Cellen in de placenta
vormen het hormoon HCG, dit voorkomt het verschrompelen van het gele lichaam. Het gele
lichaam maakt steeds meer progesteron waardoor het baarmoederslijmvlies niet afsterft. Er
komt geen menstruatie, het eerste teken voor de moeder dat zij zwanger. Na ongeveer drie
maanden heeft de placenta de hormoonproductie van het gele lichaam overgenomen, de
productie van HCG stopt.
Voordat de bevalling begint moet de baby eerst ingedaald zijn, dan ligt de baby met zijn
hoofdje in de richting van de baarmoedermond.
De hypofyse (kliertje dat tussen beide hersenhelften in ligt) geeft het startschot voor de
puberteit. Het kliertje vormt de hormonen FSH (follikelstimulerend hormoon) en LH
(luteïniserend hormoon). Het bloed voert de hormonen door het hele lichaam, alleen
voortplantingsorganen reageren hierop en beginnen de productie van geslachtscellen en
geslachtshormonen.
MENSTRUATIECYLCUS BINAS 86C
Bij meisjes starten FSH en LH de menstruatiecyclus. Elke maand stimuleert FSH de
ontwikkeling van 5 tot 12 follikels in een van beide eierstokken. In elk follikel ontwikkelt zich
één eicel. De rijpende follikelcellen vormen geslachtshormonen: oestrogenen. Door deze
hormonen groeit er nieuw baarmoederslijmvlies aan de binnenkant van de baarmoeder.
Halverwege de menstruatie (rond dag 14) produceert de hypofyse extra LH, hierdoor barst
de eicel uit het follikel de eileider in: de ovulatie. De achtergebleven follikelcellen noemen
we het gele lichaam. Deze produceert naast oestrogenen ook het geslachtshormoon
progesteron. Tijdens de menstruatiecyclus remmen de oestrogenen en progesteron de FSH-
productie. Daarmee voorkomen ze dat nog meer follikels gaan rijpen. Onder invloed van
progesteron ontstaan er extra bloedvaten in het baarmoederslijmvlies, deze vervoeren
zuurstof en voedingsstoffen tijdens een zwangerschap. Volgt er geen zwangerschap dan
sterven de cellen van het gele lichaam af. Door de daling van progesteron, sterft ook het
baarmoederslijmvlies af en begint de menstruatie. Doordat de productie van de
geslachtshormonen stopt, valt ook de remming weg voor de hypofyse om FSH te maken.
Hierdoor start de volgende menstruatiecyclus.
Het hormoon LH zet bij jongens speciale cellen tussen de zaadbuisjes, cellen van Leydig, aan
tot de productie van het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Het hormoon FSH
stimuleert samen met testosteron, het vormen van de zaadcelen in de zaadballen.
Testosteron verhoogt de spierontwikkeling en de groei van de uitwendige
geslachtsorganen: de penis en balzak.
MEIOSE (CELDELING EICEL) BINAS 76B
Vindt een bevruchting van een eicel plaats, dan maakt de eicel meiose II af en deelt de
zygote. De normale menstruatiecyclus stopt en een hormoonproductie die aan een
zwangerschap is aangepast begint. In de baarmoeder nestelt de eicel zich in het
baarmoederslijmvlies en vormt vlokken: het begin van de placenta. Cellen in de placenta
vormen het hormoon HCG, dit voorkomt het verschrompelen van het gele lichaam. Het gele
lichaam maakt steeds meer progesteron waardoor het baarmoederslijmvlies niet afsterft. Er
komt geen menstruatie, het eerste teken voor de moeder dat zij zwanger. Na ongeveer drie
maanden heeft de placenta de hormoonproductie van het gele lichaam overgenomen, de
productie van HCG stopt.
Voordat de bevalling begint moet de baby eerst ingedaald zijn, dan ligt de baby met zijn
hoofdje in de richting van de baarmoedermond.