Samenvatting economisch beleid hoofdstuk 1
Waarom de centrale bank:
Geld heeft als taak om het ruilen van goederen te versimpelen. Geld zorgt ervoor dat er zo
efficiënt mogelijk wordt gewerkt met zo min mogelijk transactiekosten.
Transactiekosten= De kosten die moeten worden gemaakt om tot een transactie te komen,
bijvoorbeeld tijd.
Geld moet door de samenleving geaccepteerd worden, want de intrinsieke waarde van geld
is 0. De intrinsieke waarde van geld is alleen het metaal of het papier waarvan het gemaakt
is. Mensen moeten dus zelf de waarde van het geld erbij bedenken en iedereen moet deze
waarde ook accepteren, dus iedereen moet vinden dat een briefje van 5 euro ook echt 5
euro waard is.
Naast ruilmiddel is geld ook een spaarmiddel en een rekenmiddel.
Geld: ruilmiddel, spaarmiddel en rekenmiddel
Elk land heeft een instelling die ervoor moet zorgen dat mensen in de waarde van geld
blijven geloven. Deze instelling heet de centrale bank.
Centrale bank heeft veel manieren om de waarde van het geld te kunnen beïnvloeden. De
centrale bank heeft de macht om te bepalen hoe hoog de maatschappelijke geldhoeveelheid
is.
Maatschappelijke geldhoeveelheid= Al het geld wat in handen is van het publiek, zowel
giraal als chartaal geld.
Giraal geld is, bijvoorbeeld de pinpas en chartaal geld is, bijvoorbeeld een briefje van 5 euro.
Centrale banken zorgen voor of meer nieuw geld of juist minder nieuw geld. Dit doen ze
bijvoorbeeld door het lenen juist makkelijk en gunstig te maken of juist moeilijk en
ongunstig. Stel dat het slecht gaat met de bestedingen in Nederland en de bank wil ervoor
zorgen dat de bestedingen weer omhoog gaan. De bank stelt dan gunstige leenvoorwaarden
in, zodat mensen makkelijk geld kunnen lenen. Met dit geleende geld kunnen consumenten
weer meer bestedingen doen en dat is weer goed voor de economie.
In dit voorbeeld wordt ook de maatschappelijke geldhoeveelheid verandert. Dit komt,
namelijk doordat de bank geld uitleent aan het publiek (de consumenten) en er dus meer
geld in handen komt van de consumenten en dus ook de maatschappelijke geldhoeveelheid
stijgt. Je moet eigenlijk denken elke keer als een bank geld uitleent aan de consument, dan
gaat de maatschappelijke geldhoeveelheid automatisch omhoog en als mensen dus hun
lening terug betalen gaat de maatschappelijke geldhoeveelheid omlaag.
Een andere taak van de centrale bank is het toezicht houden op banken, pensioenfondsen
en andere financiële instellingen. Ze kijken hierbij of deze financiële instellingen wel veilig
Waarom de centrale bank:
Geld heeft als taak om het ruilen van goederen te versimpelen. Geld zorgt ervoor dat er zo
efficiënt mogelijk wordt gewerkt met zo min mogelijk transactiekosten.
Transactiekosten= De kosten die moeten worden gemaakt om tot een transactie te komen,
bijvoorbeeld tijd.
Geld moet door de samenleving geaccepteerd worden, want de intrinsieke waarde van geld
is 0. De intrinsieke waarde van geld is alleen het metaal of het papier waarvan het gemaakt
is. Mensen moeten dus zelf de waarde van het geld erbij bedenken en iedereen moet deze
waarde ook accepteren, dus iedereen moet vinden dat een briefje van 5 euro ook echt 5
euro waard is.
Naast ruilmiddel is geld ook een spaarmiddel en een rekenmiddel.
Geld: ruilmiddel, spaarmiddel en rekenmiddel
Elk land heeft een instelling die ervoor moet zorgen dat mensen in de waarde van geld
blijven geloven. Deze instelling heet de centrale bank.
Centrale bank heeft veel manieren om de waarde van het geld te kunnen beïnvloeden. De
centrale bank heeft de macht om te bepalen hoe hoog de maatschappelijke geldhoeveelheid
is.
Maatschappelijke geldhoeveelheid= Al het geld wat in handen is van het publiek, zowel
giraal als chartaal geld.
Giraal geld is, bijvoorbeeld de pinpas en chartaal geld is, bijvoorbeeld een briefje van 5 euro.
Centrale banken zorgen voor of meer nieuw geld of juist minder nieuw geld. Dit doen ze
bijvoorbeeld door het lenen juist makkelijk en gunstig te maken of juist moeilijk en
ongunstig. Stel dat het slecht gaat met de bestedingen in Nederland en de bank wil ervoor
zorgen dat de bestedingen weer omhoog gaan. De bank stelt dan gunstige leenvoorwaarden
in, zodat mensen makkelijk geld kunnen lenen. Met dit geleende geld kunnen consumenten
weer meer bestedingen doen en dat is weer goed voor de economie.
In dit voorbeeld wordt ook de maatschappelijke geldhoeveelheid verandert. Dit komt,
namelijk doordat de bank geld uitleent aan het publiek (de consumenten) en er dus meer
geld in handen komt van de consumenten en dus ook de maatschappelijke geldhoeveelheid
stijgt. Je moet eigenlijk denken elke keer als een bank geld uitleent aan de consument, dan
gaat de maatschappelijke geldhoeveelheid automatisch omhoog en als mensen dus hun
lening terug betalen gaat de maatschappelijke geldhoeveelheid omlaag.
Een andere taak van de centrale bank is het toezicht houden op banken, pensioenfondsen
en andere financiële instellingen. Ze kijken hierbij of deze financiële instellingen wel veilig