H1 Globalisering
§1.1 steeds meer grensoverschrijdende interactie
Netwerken
Achter alle producten zoals voedsel, kleding en auto’s zit een mondiaal transportnetwerk,
dat samenkomt in transportknooppunten. De locatie en omvang van transportknooppunten
hangen samen met de absolute en relatieve ligging ervan. De interactie tussen gebieden
neemt af als de afstand toeneemt (afstandsverval). De mate van afstandsverval verandert
door transporttechnologie. Dit heeft bijvoorbeeld gezorgd voor een daling in transportkosten
van zeevervoer.
Informatietechnologie
Het besef van tijd en afstand is in de afgelopen jaren heel anders geworden. Deze
verandering komt vooral door innovaties in de informatietechnologie. Door het groeiende
aantal gebruikers, concurrentie en schaalvergroting worden de kosten voor de uitwisseling
van informatie steeds lager.
Globalisering
De combinatie van innovaties in transporttechnologie en informatietechnologie zorgen voor
een wereld waarin tijd en ruimte er niet meer toe doen. In de “global village” oefenen landen,
bedrijven en mensen continu invloed op elkaar uit omdat ze altijd samen in contact staan.
Het proces waarbij er in toenemende waarde economische, politieke en culturele
samenhang ontstaan heet globalisering.
- belangrijkste kenmerken: samenhang en grensoverschrijdende interactie
- leidt tot: standaardisering en conflicten
Interactietheorie van Ullman
De voorwaarden waaruit ruimtelijke interactie moet bestaan:
- complementariteit (gebieden vullen elkaar aan)
- transporteerbaarheid (de afstand is gemakkelijk te overbruggen)
- geen tussenliggende mogelijkheden (er moet geen land dichterbij zijn waar het
goedkoper is)
§1.2 ontstaan van centrum en periferie
Hegemoniale staten
Op dit moment is de VS de grootste hegemoniale staat. Evengoed staat de status van de VS
op het spel, wat komt door de globalisering. Hierdoor komen ook andere landen zoals China
omhoog. De wereldorde is aan het veranderen.
Europa als wereldmacht
Maar hoe is de huidige wereldorde dan ontstaan? Dit komt door het kolonialisme, aan het
eind van de 15e eeuw.
fase 1 - handelskolonialisme:
Tussen de 16e en 20e eeuw koloniseerden West-Europese landen grote delen van Amerika,
Azië en Afrika. Spanje, Portugal, Nederland en Groot-Brittannië waren de machtigste landen
, en heersten over de wereldzeeën. De koloniën dienden op dit moment vooral als
leveranciers van inheemse producten.
fase 2 - imperialisme
Omdat de bevolking groeide, ontstond een toenemende vraag naar grondstoffen en
voedingsmiddelen. Daarom breidden Europese landen hun macht in koloniën uit en bezette
nieuwe gebieden. Een gevolg hiervan was ruilvoetverslechtering; de verhouding tussen de
prijs van export en import werd ongunstig. Toen bleek dat Afrika veel grondstoffen bezat,
ontstond een run op Afrikaanse binnenlanden. Hierdoor werd Afrika door leiders van
Europese staten ingedeeld op de tekentafel.
fase 3 - dekolonisatie
Halverwege de 20e eeuw wouden alle koloniën afhankelijk sterk zijn. Dit ging vaak gepaard
met oorlog, armoede, honger en grote sociale ongelijkheid. Dankzij de opkomst van de tv
gingen beelden hiervan de hele wereld over, en ontstond er een verdeling in welvarende
westerse landen en arme, voormalige koloniën. Deze regionale ongelijkheid heeft heel lang
de inzichten over wereldhandel en ontwikkelingshulp beïnvloed.
Centrum en periferie
Tijdens en na de dekolonisatie ontwikkelden West-Europa en Noord-Amerika zich tot het
mondiale centrum. In tegenstelling tot de periferie, groeide de welvaart hier wel snel,
waardoor de wereldwijde verschillen nog groter werden. Er ontstond een internationale
arbeidsverdeling tussen centrum en periferie. Landen in de periferie leveren vooral
grondstoffen aan het centrum, en centrumlanden maken industrieproducten en leveren deze
weer aan landen in de periferie.
Theorie van cumulatieve causatie
De uitbuiting van landen door het kolonialisme wordt vaak gezien als oorzaak van de huidige
economische problemen van voormalige koloniën. Deze landen worden voortdurend
geconfronteerd met de backwash-effecten van hun perifere situatie. De backwash-effecten
wegen vaak heftiger dan de spread-effecten. De verhouding tussen backwash- en
spreadeffecten geven een beeld van de ontwikkelingskansen in een gebied. De econoom
Gunnar Myrdal heeft dat verwoord in zijn theorie. Centraal staat dat de groei van
economische activiteiten en welvaart in het centrum zichzelf versterken en uitbreiden ten
koste van de werkgelegenheid en welvaart in de periferie.
Wereldsysteemtheorie
De wereldsysteemtheorie van Immanuel Wallerstein is een samenvoeging van inzichten
over wereldwijde economische afhankelijkheidsrelaties. Het gaat over dat de economische
wereldorde is gebaseerd op uitbuiting en niet op gelijkheid. Ook waarschuwde Wallerstein
voor het neo-kolonialisme.
De verschillende gebieden zijn op te delen in:
- kerngebieden (westerse wereld) —> kapitaalkrachtigste gebieden —> vooral
behoefte aan goedkope grondstoffen en voedsel —> levert zelf hoogwaardige
industrieproducten
- periferie —> heeft de industrieproducten uit het centrum nodig —> levert goedkope
grondstoffen en voedsel aan het centrum
§1.1 steeds meer grensoverschrijdende interactie
Netwerken
Achter alle producten zoals voedsel, kleding en auto’s zit een mondiaal transportnetwerk,
dat samenkomt in transportknooppunten. De locatie en omvang van transportknooppunten
hangen samen met de absolute en relatieve ligging ervan. De interactie tussen gebieden
neemt af als de afstand toeneemt (afstandsverval). De mate van afstandsverval verandert
door transporttechnologie. Dit heeft bijvoorbeeld gezorgd voor een daling in transportkosten
van zeevervoer.
Informatietechnologie
Het besef van tijd en afstand is in de afgelopen jaren heel anders geworden. Deze
verandering komt vooral door innovaties in de informatietechnologie. Door het groeiende
aantal gebruikers, concurrentie en schaalvergroting worden de kosten voor de uitwisseling
van informatie steeds lager.
Globalisering
De combinatie van innovaties in transporttechnologie en informatietechnologie zorgen voor
een wereld waarin tijd en ruimte er niet meer toe doen. In de “global village” oefenen landen,
bedrijven en mensen continu invloed op elkaar uit omdat ze altijd samen in contact staan.
Het proces waarbij er in toenemende waarde economische, politieke en culturele
samenhang ontstaan heet globalisering.
- belangrijkste kenmerken: samenhang en grensoverschrijdende interactie
- leidt tot: standaardisering en conflicten
Interactietheorie van Ullman
De voorwaarden waaruit ruimtelijke interactie moet bestaan:
- complementariteit (gebieden vullen elkaar aan)
- transporteerbaarheid (de afstand is gemakkelijk te overbruggen)
- geen tussenliggende mogelijkheden (er moet geen land dichterbij zijn waar het
goedkoper is)
§1.2 ontstaan van centrum en periferie
Hegemoniale staten
Op dit moment is de VS de grootste hegemoniale staat. Evengoed staat de status van de VS
op het spel, wat komt door de globalisering. Hierdoor komen ook andere landen zoals China
omhoog. De wereldorde is aan het veranderen.
Europa als wereldmacht
Maar hoe is de huidige wereldorde dan ontstaan? Dit komt door het kolonialisme, aan het
eind van de 15e eeuw.
fase 1 - handelskolonialisme:
Tussen de 16e en 20e eeuw koloniseerden West-Europese landen grote delen van Amerika,
Azië en Afrika. Spanje, Portugal, Nederland en Groot-Brittannië waren de machtigste landen
, en heersten over de wereldzeeën. De koloniën dienden op dit moment vooral als
leveranciers van inheemse producten.
fase 2 - imperialisme
Omdat de bevolking groeide, ontstond een toenemende vraag naar grondstoffen en
voedingsmiddelen. Daarom breidden Europese landen hun macht in koloniën uit en bezette
nieuwe gebieden. Een gevolg hiervan was ruilvoetverslechtering; de verhouding tussen de
prijs van export en import werd ongunstig. Toen bleek dat Afrika veel grondstoffen bezat,
ontstond een run op Afrikaanse binnenlanden. Hierdoor werd Afrika door leiders van
Europese staten ingedeeld op de tekentafel.
fase 3 - dekolonisatie
Halverwege de 20e eeuw wouden alle koloniën afhankelijk sterk zijn. Dit ging vaak gepaard
met oorlog, armoede, honger en grote sociale ongelijkheid. Dankzij de opkomst van de tv
gingen beelden hiervan de hele wereld over, en ontstond er een verdeling in welvarende
westerse landen en arme, voormalige koloniën. Deze regionale ongelijkheid heeft heel lang
de inzichten over wereldhandel en ontwikkelingshulp beïnvloed.
Centrum en periferie
Tijdens en na de dekolonisatie ontwikkelden West-Europa en Noord-Amerika zich tot het
mondiale centrum. In tegenstelling tot de periferie, groeide de welvaart hier wel snel,
waardoor de wereldwijde verschillen nog groter werden. Er ontstond een internationale
arbeidsverdeling tussen centrum en periferie. Landen in de periferie leveren vooral
grondstoffen aan het centrum, en centrumlanden maken industrieproducten en leveren deze
weer aan landen in de periferie.
Theorie van cumulatieve causatie
De uitbuiting van landen door het kolonialisme wordt vaak gezien als oorzaak van de huidige
economische problemen van voormalige koloniën. Deze landen worden voortdurend
geconfronteerd met de backwash-effecten van hun perifere situatie. De backwash-effecten
wegen vaak heftiger dan de spread-effecten. De verhouding tussen backwash- en
spreadeffecten geven een beeld van de ontwikkelingskansen in een gebied. De econoom
Gunnar Myrdal heeft dat verwoord in zijn theorie. Centraal staat dat de groei van
economische activiteiten en welvaart in het centrum zichzelf versterken en uitbreiden ten
koste van de werkgelegenheid en welvaart in de periferie.
Wereldsysteemtheorie
De wereldsysteemtheorie van Immanuel Wallerstein is een samenvoeging van inzichten
over wereldwijde economische afhankelijkheidsrelaties. Het gaat over dat de economische
wereldorde is gebaseerd op uitbuiting en niet op gelijkheid. Ook waarschuwde Wallerstein
voor het neo-kolonialisme.
De verschillende gebieden zijn op te delen in:
- kerngebieden (westerse wereld) —> kapitaalkrachtigste gebieden —> vooral
behoefte aan goedkope grondstoffen en voedsel —> levert zelf hoogwaardige
industrieproducten
- periferie —> heeft de industrieproducten uit het centrum nodig —> levert goedkope
grondstoffen en voedsel aan het centrum