Zorgplan
Naam:
Studentnummer:
School: Hanze hogeschool Groningen
Studie: HBO-Verpleegkunde
Studieonderdeel: 4
Cursuscode: HVVB21MBVZ
Docent:
Stageplaats: Buurtzorg
Stagebegeleider:
,Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................................................................................................ 3
1. Het Omaha systeem................................................................................................................................... 5
2.1 Relatie met NIC, NOC en NANDA...................................................................................................................5
2. Indiceren van zorg...................................................................................................................................... 7
3.1 Klinisch redeneren..........................................................................................................................................7
3. Anamnese.................................................................................................................................................. 8
3.1 Omgevingsdomein.........................................................................................................................................8
3.2 Psychosociaal domein....................................................................................................................................8
3.3 Fysiologisch domein.......................................................................................................................................8
3.4 Gezondheid gerelateerd gedragsdomein.......................................................................................................9
4. Zelfmanagement...................................................................................................................................... 10
4.1 Achterhalen..................................................................................................................................................10
4.2 Adviseren......................................................................................................................................................10
4.3 Afspreken......................................................................................................................................................11
4.4 Assisteren.....................................................................................................................................................11
4.5 Arrangeren...................................................................................................................................................11
5. Diagnostisch redeneren............................................................................................................................ 12
5.1 PES-structuur................................................................................................................................................14
6. Klinisch redeneren................................................................................................................................... 15
6.1 Prioriteren....................................................................................................................................................15
6.2 Shared decision making...............................................................................................................................16
7. Zorgresultaten......................................................................................................................................... 17
8. Planning van interventies......................................................................................................................... 19
8.1 Inschatting....................................................................................................................................................22
9. Richtlijnen & signaleringsinstrumenten.................................................................................................... 23
10. Communicatietechnieken en ICT............................................................................................................. 24
10. 1 Ezelsbruggetjes..........................................................................................................................................24
10.2 Elektronisch cliëntendossier.......................................................................................................................24
11. Evaluatie................................................................................................................................................ 25
11.1 Dossiervoering............................................................................................................................................26
Literatuurlijst............................................................................................................................................... 27
Bijlage A: casus............................................................................................................................................ 30
2
,Bijlage B: Geneeskundige methodiek........................................................................................................... 32
Bijlage C: Zelfredzaamheidsradar................................................................................................................. 35
Bijlage D: Ecogram....................................................................................................................................... 37
Bijlage E : Casusbespreking.......................................................................................................................... 38
Inleiding
Deze module draait om het beargumenteren van zorg, of wel het klinisch redeneren. De
verpleegkundigen beschikt over de volgende vaardigheden: eigen kennis en ervaringen,
redeneren, wetenschappelijke onderbouwing en het handelen op basis van het
verpleegkundig proces. Aan deze module zijn een aantal CanMED’s rollen gekoppeld, dit zijn
de zorgverlener, de communicator en de reflectieve EBP-professional. Als zorgverlener is de
verpleegkundige in opleiding gericht op de zelfmanagement van de patiënten. Bij het
verstrekken van zelfmanagement wordt van de verpleegkundige in opleiding verwacht dat zij
de behoefte van zorg kan vaststellen door middel van klinisch redeneren,
informatievoorziening, adviseren, lichamelijke, geestelijke en emotionele ondersteuning. Bij
de rol communicator wordt van de verpleegkundige in opleiding verwacht dat zij een goede
en passende communicatie met de patiënt heeft. Hierbij moet rekening worden gehouden
met de cliënt en diens naasten, cultuur, taal, kennis, emotie en wensen en behoeften van de
cliënt. Het is van belang om een respectvolle houding aan te nemen en inlevingsvermogen
tonen aan de cliënt. Bij de reflectieve EBP-professional wordt van de verpleegkundige in
opleiding verwacht dat zij een onderzoekende houding heeft. Een EBP-professional houdt in
de zorg rekening met de behoefte van de cliënt, de eigen kennis en de wetenschappelijke
onderbouwing. Beslissingen worden kritisch besproken en de verpleegkundige heeft een
reflectieve houding (Lambregts et al., 2015).
Voor dit verslag is er een hoog- complexe casus gekozen. Dhr V. heeft afgelopen juni te
horen gekregen dat hij uitgezaaide prostaatcarcinoom heeft, de prognose hiervan is niet heel
goed. Dhr is hierom gestart met chemotherapie, dit valt dhr zwaar. Dhr is hierdoor erg
vermoeid en emotioneel. Dhr heeft een verblijfskatheter waarvoor zorg nodig is. Verder heeft
dhr hulp nodig bij de persoonlijke verzorging, dit kost dhr te veel energie en als dhr dit zelf
zou moeten doen zou hij zich hierin verwaarlozen. De complexiteit van de zorgvrager is
ingeschat aan de hand van het instrument “complexiteit van de praktijksituaties” (Academie
voor verpleegkunde, Hanze hogeschool Groningen, 2020). Dhr scoort op de volgende
punten:
Door de chemotherapie is dhr zijn gezondheidstoestand erg wisselend en kan het
nodig zijn om de zorg op te schalen.
Dhr heeft een verhoogd risico op vallen en op infecties waardoor de kans op
risicovolle situaties aanwezig is.
De chemotherapie is voor dhr erg ingrijpend en belastend
Dhr is gedeeltelijk in staat tot zelfmanagement maar heeft behoefte aan
ondersteuning.
Dhr vindt de chemokuren erg zwaar, hij is hierdoor erg vermoeid en emotioneel.
In dit verslag is aan de vaardigheid klinisch redeneren gewerkt volgens het verpleegkundig
classificatiesysteem van Omaha. De uitleg hiervan is in het eerste hoofdstuk verwerkt.
Vervolgens is de vergelijking van het Omaha systeem met de NNN-classificatie beschreven.
In hoofdstuk twee is de indicatiestelling en het klinisch redeneren uitgewerkt. Vervolgens is
de anamnese aan de hand van het Omaha systeem uitgewerkt in hoofdstuk drie. Hoofdstuk
vier bevat de zelfmanagement en hoofdstuk vijf het stellen van de verpleegkundige
diagnoses. Het prioriteren van de diagnoses en het gezamenlijke besluitvoering zijn in
hoofdstuk zes beschreven. Hoofdstuk zeven en acht bevatten de resultaten en interventies.
3
, De richtlijnen en meetinstrumenten, communicatie en ICT en de evaluatie zijn in
hoofdstukken negen, tien en elf beschreven. In bijlage E Is de casusbespreking te lezen,
deze bespreking gaat over de laatste levensfase van een cliënt.
4