Hoofdzaken verzekeringsrecht
Hoofdstuk 1 Inleiding en algemene bepalingen
1.1 Geschiedenis
Bij een verzekeringsovereenkomst verplicht de ene partij, de verzekeraar, zich om, tegen
betaling van een premie, eventuele schade aan de andere partij, de verzekerde, te vergoeden.
1.2 Maatschappelijke betekenis
Verzekeraars moeten aan strenge solvabiliteitseisen voldoen en, indien in Nederland
gevestigd, de rechtsvorm van naamloze vennootschap, onderlinge waarborgmaatschappij of
Europese vennootschap bezitten.
1.3 Burgerrechtelijke grondslag
De verzekeringsovereenkomst is een kansovereenkomst: de werking van de verbintenis van
een partij (meestal de verzekeraar) is door partijen afhankelijk gesteld van een toekomstige
onzekere gebeurtenis of feitelijke gesteldheid. Het is dus een onvoorwaardelijke verbintenis
ex art. 6:21 BW. Voor een verzekering is essentieel, dat de verzekerde een buiten de
overeenkomst gelegen belang bij de onzekere gebeurtenis heeft, namelijk het belang dat die
gebeurtenis zal uitblijven omdat hij er schade door zou kunnen lijden. Bij ‘spel en
weddenschap’ ontstaat het belang bij de onzekere gebeurtenis uitsluitend door het sluiten van
de overeenkomst zelve.
1.4 Definitie en karakter
Art. 7:925 lid 1 BW definieert de verzekering. Deze definitie ziet op zowel
schadeverzekeringen als sommenverzekeringen. Schadeverzekering strekt tot vergoeding van
eventuele schade. Sommenverzekering strekt tot uitkering van een geldbedrag onafhankelijk
van geleden schade (bijvoorbeeld levensverzekering).
Uit de definitie kunnen de volgende kenmerken worden afgeleid:
1. Onzekerheid (‘voor partijen geen zekerheid bestaat’);
2. Wederkerige overeenkomst;
3. Het betalen van een premie;
4. Consensuele overeenkomst: zij kan door enkele wilsovereenstemming, zonder vorm,
tot stand komen. Ook de polis is geen vormvoorschrift maar slechts bewijsmiddel (art.
7:932 BW);
5. Vertrouwenskarakter.
De verzekeraar loopt een moreel risico naast het contractuele risico. Het morele risico is
gelegen in de persoon van de verzekerde, met name in zijn eventuele minder goede
eigenschappen, variërend van slordigheid of onverschilligheid tot grove onbetrouwbaarheid:
bij eerstbedoelde eigenschappen bestaat het risico dat hij onvoldoende zorg zal besteden aan
voorkoming of afwending van het gevaar; bij onbetrouwbaarheid is er kans dat hij de
verzekeraar zal bedriegen. Het bewijs van onzorgvuldigheid of bedrog rust op de verzekeraar.
1.5 Onderscheidingen
a. Schadeverzekering en sommenverzekering
Art. 7:944 BW geeft een definitie van de schadeverzekering.
Art. 7:964 BW definieert de sommenverzekering. De hier genoemde persoonsverzekering
is de verzekering die het leven of de gezondheid van een mens betreft (art. 7:925 lid 2
BW). Tot de sommenverzekering kan men rekenen de ziekte-, ongevallen- en
invaliditeitsverzekeringen, omdat daarbij vaste uitkeringen plegen te worden bedongen.
1
, Een voorbeeld van een sommenverzekering die geen persoonsverzekering is, is de
regenverzekering.
De ziektekostenverzekering is meestal een zuivere schadeverzekering.
b. Gewone of premieverzekering en onderlinge verzekering
Het verschil tussen deze twee wijzen van verzekeren ligt in de verschillende aard van de
rechtspersoon die als verzekeraar optreedt en, in verband daarmee, in de verschillende
wijze waarop het verzekeringsbedrijf wordt uitgeoefend.
Bij de onderlinge verzekering is de verzekeraar een onderlinge waarborgmaatschappij, dit
is een als zodanig bij notariële akte opgerichte vereniging die zich blijkens haar statuten
ten doel stelt met haar leden verzekeringsovereenkomsten te sluiten in he
verzekeringsbedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar leden uitoefent. Door een
verzekering met de vereniging te sluiten wordt men niet alleen verzekeringnemer maar
tevens in beginsel van rechtswege lid van de vereniging. Zie art. 2:53 lid 2-4, 56 lid 1, 62
sub a BW. Het doel van de onderlinge verzekering is onderlinge risicoverdeling.
Bij de gewone verzekering mag de verzekeraar, indien in Nederland gevestigd, slechts een
nv of een Europese vennootschap zijn. Ook hier wordt kapitaal door de leden
(aandeelhouders) bijeengebracht, maar dit staat náást de door de verzekerden
bijeengebrachte premies en de aandeelhouders behoeven geenszins verzekerden te zijn.
Het doel van de verzekeraar is het maken van winst.
c. Al dan niet ter beurze gesloten
Men spreekt van beurspolissen en makelaarspolissen tegenover maatschappijpolissen,
beursbedrijf tegenover ‘provinciaal’ bedrijf.
Het feit dat een verzekering ter beurze wordt gesloten, geeft op zich zelf aan de
overeenkomst geen bijzonder rechtskarakter. Wel doen zich daarbij enkele feitelijke
bijzonderheden voor:
1. De verzekeringen worden er uitsluitend gesloten op basis van gedeponeerde
standaardvoorwaarden, vastgesteld door de georganiseerde verzekeraars en makelaars.
2. Verzekeringen ter beurze komen vrijwel uitsluitend via tussenpersonen (makelaars) tot
stand.
3. Ter beurze tekenen meestal verscheidene verzekeraars op één polis. Zij worden
daartoe door de makelaars namens de aspirant-verzekerden benaderd. Verzekering van
grote objecten geschiedt dan ook het beste via de beurs.
Levensverzekeringen worden uitsluitend op maatschappijpolis gesloten.
1.6 Tussenpersonen
Veelvuldig treden allerlei tussenpersonen op bij het sluiten van verzekeringen en ook bij
verrichtingen als premie-incasso, schadeaanmelding en schadeafwikkeling. Hieronder een
overzicht van de belangrijkste categorieën:
a. Loondienstagenten zijn in dienst van een bepaalde verzekeringsmaatschappij te wier
behoeve zij hun acquisitie tot het publiek richten. Tussen de loondienstagent en de
verzekeringsmaatschappij staat een bijzondere arbeidsovereenkomst: de overeenkomst
van handelsvertegenwoordiging (art. 7:687 e.v. BW).
b. Inspecteurs zijn eveneens in dienst van een bepaalde maatschappij. Zij leiden (een
deel van) haar agentenorganisatie en treden ook zelf op als loondienstagent. Daarnaast
controleren zij de door de aspirant-verzekerde verstrekte opgaven, inspecteren de te
verzekeren objecten, begroten de schade.
c. Handelsagenten zijn verzekeringstussenpersonen die niet in dienst zijn van een
verzekeringsmaatschappij maar zich wel bij een agentuurovereenkomst jegens een
2
Hoofdstuk 1 Inleiding en algemene bepalingen
1.1 Geschiedenis
Bij een verzekeringsovereenkomst verplicht de ene partij, de verzekeraar, zich om, tegen
betaling van een premie, eventuele schade aan de andere partij, de verzekerde, te vergoeden.
1.2 Maatschappelijke betekenis
Verzekeraars moeten aan strenge solvabiliteitseisen voldoen en, indien in Nederland
gevestigd, de rechtsvorm van naamloze vennootschap, onderlinge waarborgmaatschappij of
Europese vennootschap bezitten.
1.3 Burgerrechtelijke grondslag
De verzekeringsovereenkomst is een kansovereenkomst: de werking van de verbintenis van
een partij (meestal de verzekeraar) is door partijen afhankelijk gesteld van een toekomstige
onzekere gebeurtenis of feitelijke gesteldheid. Het is dus een onvoorwaardelijke verbintenis
ex art. 6:21 BW. Voor een verzekering is essentieel, dat de verzekerde een buiten de
overeenkomst gelegen belang bij de onzekere gebeurtenis heeft, namelijk het belang dat die
gebeurtenis zal uitblijven omdat hij er schade door zou kunnen lijden. Bij ‘spel en
weddenschap’ ontstaat het belang bij de onzekere gebeurtenis uitsluitend door het sluiten van
de overeenkomst zelve.
1.4 Definitie en karakter
Art. 7:925 lid 1 BW definieert de verzekering. Deze definitie ziet op zowel
schadeverzekeringen als sommenverzekeringen. Schadeverzekering strekt tot vergoeding van
eventuele schade. Sommenverzekering strekt tot uitkering van een geldbedrag onafhankelijk
van geleden schade (bijvoorbeeld levensverzekering).
Uit de definitie kunnen de volgende kenmerken worden afgeleid:
1. Onzekerheid (‘voor partijen geen zekerheid bestaat’);
2. Wederkerige overeenkomst;
3. Het betalen van een premie;
4. Consensuele overeenkomst: zij kan door enkele wilsovereenstemming, zonder vorm,
tot stand komen. Ook de polis is geen vormvoorschrift maar slechts bewijsmiddel (art.
7:932 BW);
5. Vertrouwenskarakter.
De verzekeraar loopt een moreel risico naast het contractuele risico. Het morele risico is
gelegen in de persoon van de verzekerde, met name in zijn eventuele minder goede
eigenschappen, variërend van slordigheid of onverschilligheid tot grove onbetrouwbaarheid:
bij eerstbedoelde eigenschappen bestaat het risico dat hij onvoldoende zorg zal besteden aan
voorkoming of afwending van het gevaar; bij onbetrouwbaarheid is er kans dat hij de
verzekeraar zal bedriegen. Het bewijs van onzorgvuldigheid of bedrog rust op de verzekeraar.
1.5 Onderscheidingen
a. Schadeverzekering en sommenverzekering
Art. 7:944 BW geeft een definitie van de schadeverzekering.
Art. 7:964 BW definieert de sommenverzekering. De hier genoemde persoonsverzekering
is de verzekering die het leven of de gezondheid van een mens betreft (art. 7:925 lid 2
BW). Tot de sommenverzekering kan men rekenen de ziekte-, ongevallen- en
invaliditeitsverzekeringen, omdat daarbij vaste uitkeringen plegen te worden bedongen.
1
, Een voorbeeld van een sommenverzekering die geen persoonsverzekering is, is de
regenverzekering.
De ziektekostenverzekering is meestal een zuivere schadeverzekering.
b. Gewone of premieverzekering en onderlinge verzekering
Het verschil tussen deze twee wijzen van verzekeren ligt in de verschillende aard van de
rechtspersoon die als verzekeraar optreedt en, in verband daarmee, in de verschillende
wijze waarop het verzekeringsbedrijf wordt uitgeoefend.
Bij de onderlinge verzekering is de verzekeraar een onderlinge waarborgmaatschappij, dit
is een als zodanig bij notariële akte opgerichte vereniging die zich blijkens haar statuten
ten doel stelt met haar leden verzekeringsovereenkomsten te sluiten in he
verzekeringsbedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar leden uitoefent. Door een
verzekering met de vereniging te sluiten wordt men niet alleen verzekeringnemer maar
tevens in beginsel van rechtswege lid van de vereniging. Zie art. 2:53 lid 2-4, 56 lid 1, 62
sub a BW. Het doel van de onderlinge verzekering is onderlinge risicoverdeling.
Bij de gewone verzekering mag de verzekeraar, indien in Nederland gevestigd, slechts een
nv of een Europese vennootschap zijn. Ook hier wordt kapitaal door de leden
(aandeelhouders) bijeengebracht, maar dit staat náást de door de verzekerden
bijeengebrachte premies en de aandeelhouders behoeven geenszins verzekerden te zijn.
Het doel van de verzekeraar is het maken van winst.
c. Al dan niet ter beurze gesloten
Men spreekt van beurspolissen en makelaarspolissen tegenover maatschappijpolissen,
beursbedrijf tegenover ‘provinciaal’ bedrijf.
Het feit dat een verzekering ter beurze wordt gesloten, geeft op zich zelf aan de
overeenkomst geen bijzonder rechtskarakter. Wel doen zich daarbij enkele feitelijke
bijzonderheden voor:
1. De verzekeringen worden er uitsluitend gesloten op basis van gedeponeerde
standaardvoorwaarden, vastgesteld door de georganiseerde verzekeraars en makelaars.
2. Verzekeringen ter beurze komen vrijwel uitsluitend via tussenpersonen (makelaars) tot
stand.
3. Ter beurze tekenen meestal verscheidene verzekeraars op één polis. Zij worden
daartoe door de makelaars namens de aspirant-verzekerden benaderd. Verzekering van
grote objecten geschiedt dan ook het beste via de beurs.
Levensverzekeringen worden uitsluitend op maatschappijpolis gesloten.
1.6 Tussenpersonen
Veelvuldig treden allerlei tussenpersonen op bij het sluiten van verzekeringen en ook bij
verrichtingen als premie-incasso, schadeaanmelding en schadeafwikkeling. Hieronder een
overzicht van de belangrijkste categorieën:
a. Loondienstagenten zijn in dienst van een bepaalde verzekeringsmaatschappij te wier
behoeve zij hun acquisitie tot het publiek richten. Tussen de loondienstagent en de
verzekeringsmaatschappij staat een bijzondere arbeidsovereenkomst: de overeenkomst
van handelsvertegenwoordiging (art. 7:687 e.v. BW).
b. Inspecteurs zijn eveneens in dienst van een bepaalde maatschappij. Zij leiden (een
deel van) haar agentenorganisatie en treden ook zelf op als loondienstagent. Daarnaast
controleren zij de door de aspirant-verzekerde verstrekte opgaven, inspecteren de te
verzekeren objecten, begroten de schade.
c. Handelsagenten zijn verzekeringstussenpersonen die niet in dienst zijn van een
verzekeringsmaatschappij maar zich wel bij een agentuurovereenkomst jegens een
2