Chapter 8 – bot:
Eigenschappen bind -en steunweefsels:
• Groot deel van het botweefsel ingenomen door intercellulaire matrix.
• Eigenschappen van de matrix bepalen dus ook de eigenschappen van het weefsel.
•
Onderverdeling van bind- en steunweefsels:
• Eigenlijk bindweefsel
• Kraakbeen
• Bot
• Dentine
• Bloed
Sterkte bot < dentine < glazuur (tanden)
Botcellen zijn afkomstig van mesenchymcellen:
• Jonge botcellen: osteoblast
• Oudere/mature botcellen: osteocyten
In bot komen ook osteoclasten voor:
• Afkomstig van monocyten (witte bloedcellen) vanuit het bloed
• Breken bot af
Bot is metabolisch zeer actief: dynamisch proces van opbouw en afbraak.
Evenwicht tussen bot opbouw en afbraak behouden.
Het Bot:
Het bot is een steunweefsel gekenmerkt door een grote hoeveelheid anorganisch materiaal
(Ca2+ hydroxy-apatiet kristallen: Ca10(PO4)6(OH)2) in de organische extracellulaire matrix
(deze is rijk aan collageen type I)
Het bot is zeer druk- en trekkrachtbestendig.
Het heeft een specifieke architectuur met plaatsen voor bloedvaten en zenuwelementen.
Bot is bevloeid met bloed, voorziet voedinstoffen voor botcellen.
Het is een levend cellulair weefsel met hoge metabolische activiteit (beïnvloed door
hormonen.); permanente remodellatie. Het bot wordt steeds afgebroken en opgebouwd.
Functie’s van het bot zijn:
• Steun
• Beweging
• Bescherming (hersenschedel, beschermt hersenen)
• Beenmerg (aanmaak bloedcellen)
• Ca2+ reserve
,Osteosarcoom: botkanker veroorzaakt door uitzaaiingen (secondaire metastatische
tumoren)
Bot kan vergeleken worden met gewapend beton:
Calcium (fungeert als cement) en collageen type I (fungeert als staaldraden)
Indeling Bot:
Macroscopisch/ anatomisch:
• Compact bot (cortical bone)
• Spongieus bot (cancellous/trabecular bone)
Microscopisch:
• Primair/ plexiform bot (Woven bone)
• Secondair/ lamellair bot (Lamellar bone)
Vorming van het bot:
• Directe vorming (Desmaal)
• Indirecte vorming (Chondraal)
Compact bot is één continue massa zonder holtes terwijl spongieus bot openingen bevat
waarin beenmerg voorkomt.
Primair bot wordt altijd eerst gevormd (bij onstaan/herstel bot), daarna zal dit omgezet
worden tot secondair bot. Secondair bot is steviger en in het lichaam zit vooral secondair
bot.
Directe vorming: De mesenchymcellen differentiëren direct tot bot.
Indirecte vorming: De mesenchymcellen differentiëren eerst tot kraakbeen, dit zal dan
vervangen worden door botcellen.
Het lang been:
• Epifyse (ronde koppen/uiteinde)
• Fyse of groeischijf
• Metafyse (tussen diafyse/epifyse)
• Diafyse (lange/cilindrische gedeelte)
Epifyse – spongieus bot (trabeculair bot)
Diafyse – compact bot (corticaal bot)
Fyse – Hyalien kraakbeen (verdwijnt na groei)
, Bot: Samenstellende componenten
Cellen:
• Osteoprogenitor cel: gelegen in endost en periost.
o Osteoblast – maken matrix aan
o Osteocyst – in het bot zelf
• Osteoclast (onderdeel van MPS)
o Afbreken van bot
(Osteoprogenitor cellen = mesenchymcellen die al gedifferentieerd zijn richting bot)
(Osteocyten <-> Chondrocyten maken bij kraakbeen het kraakbeen aan.)
Extracellulaire matrix:
• Organisch deel = Osteoïd
o Collageen I ( 67nm dwarsstreping) (95%)
o Proteoglycanen (minder sulfaat -> grondstof is eosinofiel); water
o Glycoproteïnen: o.a. osteonectine, osteocalcine
• Anorganisch deel: kristallen van Ca-fosfaat (hydroxy-apatiet) (60-65%)
EDTA, zuren: ontkalken van botweefsel.
->calciumionen doen neerslaan
-> trekkrachtige structuur door collageen
Indien collageen verwijdert: Bot zeer broos
Eigenschappen bind -en steunweefsels:
• Groot deel van het botweefsel ingenomen door intercellulaire matrix.
• Eigenschappen van de matrix bepalen dus ook de eigenschappen van het weefsel.
•
Onderverdeling van bind- en steunweefsels:
• Eigenlijk bindweefsel
• Kraakbeen
• Bot
• Dentine
• Bloed
Sterkte bot < dentine < glazuur (tanden)
Botcellen zijn afkomstig van mesenchymcellen:
• Jonge botcellen: osteoblast
• Oudere/mature botcellen: osteocyten
In bot komen ook osteoclasten voor:
• Afkomstig van monocyten (witte bloedcellen) vanuit het bloed
• Breken bot af
Bot is metabolisch zeer actief: dynamisch proces van opbouw en afbraak.
Evenwicht tussen bot opbouw en afbraak behouden.
Het Bot:
Het bot is een steunweefsel gekenmerkt door een grote hoeveelheid anorganisch materiaal
(Ca2+ hydroxy-apatiet kristallen: Ca10(PO4)6(OH)2) in de organische extracellulaire matrix
(deze is rijk aan collageen type I)
Het bot is zeer druk- en trekkrachtbestendig.
Het heeft een specifieke architectuur met plaatsen voor bloedvaten en zenuwelementen.
Bot is bevloeid met bloed, voorziet voedinstoffen voor botcellen.
Het is een levend cellulair weefsel met hoge metabolische activiteit (beïnvloed door
hormonen.); permanente remodellatie. Het bot wordt steeds afgebroken en opgebouwd.
Functie’s van het bot zijn:
• Steun
• Beweging
• Bescherming (hersenschedel, beschermt hersenen)
• Beenmerg (aanmaak bloedcellen)
• Ca2+ reserve
,Osteosarcoom: botkanker veroorzaakt door uitzaaiingen (secondaire metastatische
tumoren)
Bot kan vergeleken worden met gewapend beton:
Calcium (fungeert als cement) en collageen type I (fungeert als staaldraden)
Indeling Bot:
Macroscopisch/ anatomisch:
• Compact bot (cortical bone)
• Spongieus bot (cancellous/trabecular bone)
Microscopisch:
• Primair/ plexiform bot (Woven bone)
• Secondair/ lamellair bot (Lamellar bone)
Vorming van het bot:
• Directe vorming (Desmaal)
• Indirecte vorming (Chondraal)
Compact bot is één continue massa zonder holtes terwijl spongieus bot openingen bevat
waarin beenmerg voorkomt.
Primair bot wordt altijd eerst gevormd (bij onstaan/herstel bot), daarna zal dit omgezet
worden tot secondair bot. Secondair bot is steviger en in het lichaam zit vooral secondair
bot.
Directe vorming: De mesenchymcellen differentiëren direct tot bot.
Indirecte vorming: De mesenchymcellen differentiëren eerst tot kraakbeen, dit zal dan
vervangen worden door botcellen.
Het lang been:
• Epifyse (ronde koppen/uiteinde)
• Fyse of groeischijf
• Metafyse (tussen diafyse/epifyse)
• Diafyse (lange/cilindrische gedeelte)
Epifyse – spongieus bot (trabeculair bot)
Diafyse – compact bot (corticaal bot)
Fyse – Hyalien kraakbeen (verdwijnt na groei)
, Bot: Samenstellende componenten
Cellen:
• Osteoprogenitor cel: gelegen in endost en periost.
o Osteoblast – maken matrix aan
o Osteocyst – in het bot zelf
• Osteoclast (onderdeel van MPS)
o Afbreken van bot
(Osteoprogenitor cellen = mesenchymcellen die al gedifferentieerd zijn richting bot)
(Osteocyten <-> Chondrocyten maken bij kraakbeen het kraakbeen aan.)
Extracellulaire matrix:
• Organisch deel = Osteoïd
o Collageen I ( 67nm dwarsstreping) (95%)
o Proteoglycanen (minder sulfaat -> grondstof is eosinofiel); water
o Glycoproteïnen: o.a. osteonectine, osteocalcine
• Anorganisch deel: kristallen van Ca-fosfaat (hydroxy-apatiet) (60-65%)
EDTA, zuren: ontkalken van botweefsel.
->calciumionen doen neerslaan
-> trekkrachtige structuur door collageen
Indien collageen verwijdert: Bot zeer broos