Chapter 12 - Bloed
Bloed behoort tot de Bind – en steunweefsels:
Bind- en steunweefsels zijn afkomstig van mesenchymcellen:
Mesoderm => mesenchymcellen = multipotentestamcellen
Mesenchymaal of embryonaal bindweefsel.
Bloedcellen (witte/rode/bloedplaatjes) zijn afkomstig van mesenchymcellen.
Bloed:
Bloed is gespecialiseerde vorm van bindweefsel.
Het bestaat voor 45% uit bloedcellen
en voor 55% uit extracellulaire substantie = bloedplasma
Vloeibare substantie, laat transport toe van bloedcellen/stoffen doorheen
het hele lichaam
1. Bloedplasma:
Bloedplasma is een transportmiddel
Het is een waterige oplossen met
o anorganische zouten, plasma eiwitten
o organische stoffen
Aminozuren
Vitaminen
Hormonen (afkomstig van endocriene klieren)
…
Plasma eiwitten zijn belangrijk voor bloedstolling
Bloed blootgesteld aan buitenwereld:
Bloedstolling: Fibrinogeen verdwijnt -> fibrine
Bloedserum blijft over = plasma zonder fibrinogeen
Voorbeelden van plasma eiwitten:
o Albumine
o Globuline
o Fibrinogeen (rol bij bloedstolling)
Vormt fibrine: Draadjes die bloedcellen vasthangen en zo
stolling veroorzaken.
,Bloed in proefbuis met anti-coagulans (anti-stollings product):
Bovenstaande geelachtige vloeistof (55%) = bloedplasma Bloedplasma:
Witte bloedcellen (+/- 1%) = buffy coat Geelachtige
Rode bloedcellen (+/- 44%) = hematocriet vloeistof
(Als hematocriet onder 44% zit = bloedanemie/armoede)
Bloed in proefbuis zonder anticoagulans:
Lymfocyten &
Fibrinogeen -> fibrine monocyten
Fibrinebloedklonter (bevat de bloedcellen) Buffy coat
Bloedserum
Coagulatie of stolling
Rode
bloedcellen
=>
2. Bloedcellen - intro:
hematocriet
De voorlopers van de bloedcellen bevinden zich in:
o Beenmerg
o Lymfoied weefsel
Het aantal en de vorm van de bloedcellen is belangrijk in verband met ziekte
indentificatie.
o Sikkelcelanemie – vorm rode bloedcellen
o Anemie – te weinig rode bloedcellen
o Leukopenie – te weinig witte bloedcellen
Uitstrijkje <-> celcounter
o Celcounter: aantal cellen wordt geregistreerd, kijken naar aantal
o Uitstrijkje: morfologie bloedcellen– opsporen ziektes/kankers
Uitstrijkje: 1. Uitsmeren druppel bloed 2. Drogen 3. Fixeren 4. Kleuren
Celtype Aantal per mm3
Erythrocyten (Rode Bloedcellen) 6.2-4.2 * 106 Meest
Trombocyten (Bloedplaatjes) 150.000-400.000
Leukocyten (Witte bloedcellen) 4.500 – 11.000 Minst
*In cytoplasma rode bloedcellen: hemoglobine
Bindt met O2 & CO2
Kern niet nodig = biconcaaf
*Rode bloedlichaampjes ipv cellen
Hebben geen kern = geen echte cellen
(hebben wel kern in beenmerg)
Leukocyten
, In witte bloedcellen zijn er twee groepen:
Granulocyten: Aanwezigheid van granules in cytoplasma
o Neutrofielen: 50-70%
o Eosinofielen: 1-4%
o Basofielen: 0.5 – 1%
Namen op basis van kleuring
o Neutrofielen kleuren weinig met zowel zure als basische kleuring
o Eosinofielen: granules kleuren met eosine
o Basofielen: granules kleuren met azuurblauw
Agranulocyten: geen granules in cytoplasma
o Lymfocyten: 20-40%
o Monocyten: 2-8%
Bloedcellen – uitgebreid
Rode bloedlichaampjes of erythrocyten
Uitzicht:
o Biconcave schijfjes (Door verwijdering kern)
o Geen kern
o Weinig organellen
o Diameter = 7.5 μm
Bestaat voor 1/3 uit een ijzerhoudend eiwit (Fe++):
o Hemoglobine
= Eiwit dat O2 en CO2 bindt
Op celmembraan:
o Glycocalix = laagje van glycoproteïnen
o In glycocalix komen bloedgroepen voor
(Peptiden die bloedgroep bepalen)
Levensduur:
o 120 dagen:
o Afbraak in:
Milt (vooral mild)
Leven
beenmerg
Reticulocyten (1%):
o Jonge, nog onrijpe rode bloedcellen
o Nog beetje basofiel door aanwezigheid ribosomen
o Leven 72h, daarna matuur
Doornappelvorm <-> hemolyse (= uit elkaar vallen van RBcellen):
o Bloedcellen in hypertone oplossing (Hogere zoutoplossing)
Bloed behoort tot de Bind – en steunweefsels:
Bind- en steunweefsels zijn afkomstig van mesenchymcellen:
Mesoderm => mesenchymcellen = multipotentestamcellen
Mesenchymaal of embryonaal bindweefsel.
Bloedcellen (witte/rode/bloedplaatjes) zijn afkomstig van mesenchymcellen.
Bloed:
Bloed is gespecialiseerde vorm van bindweefsel.
Het bestaat voor 45% uit bloedcellen
en voor 55% uit extracellulaire substantie = bloedplasma
Vloeibare substantie, laat transport toe van bloedcellen/stoffen doorheen
het hele lichaam
1. Bloedplasma:
Bloedplasma is een transportmiddel
Het is een waterige oplossen met
o anorganische zouten, plasma eiwitten
o organische stoffen
Aminozuren
Vitaminen
Hormonen (afkomstig van endocriene klieren)
…
Plasma eiwitten zijn belangrijk voor bloedstolling
Bloed blootgesteld aan buitenwereld:
Bloedstolling: Fibrinogeen verdwijnt -> fibrine
Bloedserum blijft over = plasma zonder fibrinogeen
Voorbeelden van plasma eiwitten:
o Albumine
o Globuline
o Fibrinogeen (rol bij bloedstolling)
Vormt fibrine: Draadjes die bloedcellen vasthangen en zo
stolling veroorzaken.
,Bloed in proefbuis met anti-coagulans (anti-stollings product):
Bovenstaande geelachtige vloeistof (55%) = bloedplasma Bloedplasma:
Witte bloedcellen (+/- 1%) = buffy coat Geelachtige
Rode bloedcellen (+/- 44%) = hematocriet vloeistof
(Als hematocriet onder 44% zit = bloedanemie/armoede)
Bloed in proefbuis zonder anticoagulans:
Lymfocyten &
Fibrinogeen -> fibrine monocyten
Fibrinebloedklonter (bevat de bloedcellen) Buffy coat
Bloedserum
Coagulatie of stolling
Rode
bloedcellen
=>
2. Bloedcellen - intro:
hematocriet
De voorlopers van de bloedcellen bevinden zich in:
o Beenmerg
o Lymfoied weefsel
Het aantal en de vorm van de bloedcellen is belangrijk in verband met ziekte
indentificatie.
o Sikkelcelanemie – vorm rode bloedcellen
o Anemie – te weinig rode bloedcellen
o Leukopenie – te weinig witte bloedcellen
Uitstrijkje <-> celcounter
o Celcounter: aantal cellen wordt geregistreerd, kijken naar aantal
o Uitstrijkje: morfologie bloedcellen– opsporen ziektes/kankers
Uitstrijkje: 1. Uitsmeren druppel bloed 2. Drogen 3. Fixeren 4. Kleuren
Celtype Aantal per mm3
Erythrocyten (Rode Bloedcellen) 6.2-4.2 * 106 Meest
Trombocyten (Bloedplaatjes) 150.000-400.000
Leukocyten (Witte bloedcellen) 4.500 – 11.000 Minst
*In cytoplasma rode bloedcellen: hemoglobine
Bindt met O2 & CO2
Kern niet nodig = biconcaaf
*Rode bloedlichaampjes ipv cellen
Hebben geen kern = geen echte cellen
(hebben wel kern in beenmerg)
Leukocyten
, In witte bloedcellen zijn er twee groepen:
Granulocyten: Aanwezigheid van granules in cytoplasma
o Neutrofielen: 50-70%
o Eosinofielen: 1-4%
o Basofielen: 0.5 – 1%
Namen op basis van kleuring
o Neutrofielen kleuren weinig met zowel zure als basische kleuring
o Eosinofielen: granules kleuren met eosine
o Basofielen: granules kleuren met azuurblauw
Agranulocyten: geen granules in cytoplasma
o Lymfocyten: 20-40%
o Monocyten: 2-8%
Bloedcellen – uitgebreid
Rode bloedlichaampjes of erythrocyten
Uitzicht:
o Biconcave schijfjes (Door verwijdering kern)
o Geen kern
o Weinig organellen
o Diameter = 7.5 μm
Bestaat voor 1/3 uit een ijzerhoudend eiwit (Fe++):
o Hemoglobine
= Eiwit dat O2 en CO2 bindt
Op celmembraan:
o Glycocalix = laagje van glycoproteïnen
o In glycocalix komen bloedgroepen voor
(Peptiden die bloedgroep bepalen)
Levensduur:
o 120 dagen:
o Afbraak in:
Milt (vooral mild)
Leven
beenmerg
Reticulocyten (1%):
o Jonge, nog onrijpe rode bloedcellen
o Nog beetje basofiel door aanwezigheid ribosomen
o Leven 72h, daarna matuur
Doornappelvorm <-> hemolyse (= uit elkaar vallen van RBcellen):
o Bloedcellen in hypertone oplossing (Hogere zoutoplossing)