Nederlands
TOETS V5 LEESVAARDIGHEID, FUNCTIEWOORDEN EN SPELLING
Het onderwerp vertelt in één of enkele woorden waar de tekst over gaat. De hoofdgedachte
vertelt kort waar de tekst over gaat, meestal in één of twee zinnen. VB: Het onderwerp van
de tekst is vakantie. De hoofdgedachte is mensen gaan minder op vakantie naar het
buitenland, maar boeken steeds vaker een vakantie in Nederland.
Een tekstgedeelte bestaat uit 1 of meer alinea's. Deze tekstgedeelten hebben binnen het
geheel van een tekst of een deel van een tekst een bepaalde functie. De functie van een
tekstgedeelte kan worden weergegeven met behulp van functiewoorden.
Een tekststructuur is een vorm die je tekst scan baar maakt. Als de lezer alleen even snel
over je tekst heen zou scannen, zou dankzij de structuur duidelijk moeten zijn waar de tekst
over gaat. Dat krijg je voor elkaar door bijvoorbeeld een duidelijke kop en tussenkopjes. Er
zijn verschillende tekststructuren:
1. opsomming.
2. middel-doel.
3. probleem-oplossing.
4. oorzaak-gevolg.
5. overeenkomst-verschil.
6. vraag-antwoord.
7. toegevend.
8. voorwaardelijk.
Verbindingswoord: een voegwoord dat de bijzin verbindt met de rest van de zin. Ook het
verbindingswoord kan telkens een ander verband aangeven.
Signaalwoord: een voegwoord dat in een zin of in een tekst een signaal geeft. Het geeft aan
dat binnen de zin of binnen de tekst een verband bestaat.
TOETS V5 LEESVAARDIGHEID, FUNCTIEWOORDEN EN SPELLING
Het onderwerp vertelt in één of enkele woorden waar de tekst over gaat. De hoofdgedachte
vertelt kort waar de tekst over gaat, meestal in één of twee zinnen. VB: Het onderwerp van
de tekst is vakantie. De hoofdgedachte is mensen gaan minder op vakantie naar het
buitenland, maar boeken steeds vaker een vakantie in Nederland.
Een tekstgedeelte bestaat uit 1 of meer alinea's. Deze tekstgedeelten hebben binnen het
geheel van een tekst of een deel van een tekst een bepaalde functie. De functie van een
tekstgedeelte kan worden weergegeven met behulp van functiewoorden.
Een tekststructuur is een vorm die je tekst scan baar maakt. Als de lezer alleen even snel
over je tekst heen zou scannen, zou dankzij de structuur duidelijk moeten zijn waar de tekst
over gaat. Dat krijg je voor elkaar door bijvoorbeeld een duidelijke kop en tussenkopjes. Er
zijn verschillende tekststructuren:
1. opsomming.
2. middel-doel.
3. probleem-oplossing.
4. oorzaak-gevolg.
5. overeenkomst-verschil.
6. vraag-antwoord.
7. toegevend.
8. voorwaardelijk.
Verbindingswoord: een voegwoord dat de bijzin verbindt met de rest van de zin. Ook het
verbindingswoord kan telkens een ander verband aangeven.
Signaalwoord: een voegwoord dat in een zin of in een tekst een signaal geeft. Het geeft aan
dat binnen de zin of binnen de tekst een verband bestaat.