SWF-toets samenvatting
Werkwoordspelling:
Kijk eerst of het een persoonvorm is:
Ja? – Kijk in welke tijd de zin staat: Tegenwoordige tijd -> kijken met ‘’lopen’’
Verleden tijd -> bij ev: +te / +de
(’t sexy fokschaap) Bij mv: +ten/ + den
Nee? – Gebiende wijs, infinitief, voltooid deelwoord, onvoltooid deelwoord, bijvoeglijk
naamwoord: Voor d of t, verleng het woord en zorg dat het altijd zo kort mogelijk is.
Tussenklanken:
Om een samenstelling goed te kunnen schrijven, moet je kijken naar de
meervoudsvorm van het eerste woord van de samenstelling.
Tussen-n:
Schrijf deze als meervoud alleen op -en is (niet -es)
Schrijf deze niet als meervoud op -es is (en ook -en)
Uitzonderingen:
Nooit tussen-n bij:
1 eerste deel uniek persoon of zaak
2 als bijvoeglijknaamwoord een versterkende eerste deel heeft
3 als samenstelling versteend is.
Afleidingen:
Afleidingen zijn woord die beginnen met be-, ge-, ver- of eindige met -lijk, -loos,-
achtig.
1. Schrijf tussen-n als eerste deel erop eindigt.
2. Schrijf niet als er -lijk of -loos achterstaat. (wel als eerste deel op -n eindigt)
Tussen-s:
Schrijf deze als je hem hoort.
Meervoudsvormen:
-s: bij geen probleem bij uitspraak
‘s: bij probleem met uitspraak
Woorden eindigen op -ik:
2 k’s: bij klemtoon op de -ik
1 k: bij klemtoon die niet op -ik is
Woorden die eindigen op -ee of -ie:
+ën: bij klemtoon op de -ee of -ie
+ trema op -e + n: bij klemtoon niet op -ee of -ie
F wordt vaak V
S wordt vaak Z
, Sommige woorden hebben een Latijns meervoud:
Politicus/politici, medius/medici, medium/media, museum/musea
Botsende klinkers:
Om te voorkomen dat de woorden verkeerd gelezen of uitgesproken worden,
gebruiken we een koppelteken of trema.
Hoofdregel: Schrijf samengestelde woorden zoveel mogelijk aan elkaar.
Behalve bij problemen met uitspraak:
- : Bij botsende klinkers, na-apen, zee-eend
Trema: bij klinkerbotsing op andere plaatsen (niet tussen de samengestelde
woorden), beëindigen.
Griekse en Latijnse voorvoegsels:
Hoofdregel: schrijf de voorvoegsels aan het woord vast.
-Bij botsende klinkers zet je streepje: co-existentie, re-integratie.
-Trema bij ondeelbare woorden: coördinatie, reëel
Woorden met afkorting:
Samenstellingen met afkorting erin krijgen streepje: pc-gebruiker, tv-progamma
Samenstelling met letterwoord, aan elkaar: latrelatie, pincode
Afleidingen van afkortingen (meervoudsvormen en werkwoordvervoegingen)
1 Streepje tussen afkorting en voorvoegsel
2 apostrof tussen afkorting en achtervoegsel
3 Beiden kan ook
Denk aan: Ge-sms’t
Afkortingen met losse letter, cijfer of symbool krijgen streepje. 20-jarige, 3D-tekening
Lastige woordcombinaties:
Sommige woordcombinaties schrijf je los:
1 meerledige namen, Eerste Kamer, Groene Kruis
2 een woordgroep met cijfer aan begin, 25 december
3 een woord met cijfer of letter erna, vitamine c
Samenstellingen met deze vaste woordcombinaties:
1. Meerledige namen, aan elkaar
2. Woordgroep met cijfer aan begin, aan elkaar
3. Woordgroep met cijfer of letter erna, streepje
Werkwoordspelling:
Kijk eerst of het een persoonvorm is:
Ja? – Kijk in welke tijd de zin staat: Tegenwoordige tijd -> kijken met ‘’lopen’’
Verleden tijd -> bij ev: +te / +de
(’t sexy fokschaap) Bij mv: +ten/ + den
Nee? – Gebiende wijs, infinitief, voltooid deelwoord, onvoltooid deelwoord, bijvoeglijk
naamwoord: Voor d of t, verleng het woord en zorg dat het altijd zo kort mogelijk is.
Tussenklanken:
Om een samenstelling goed te kunnen schrijven, moet je kijken naar de
meervoudsvorm van het eerste woord van de samenstelling.
Tussen-n:
Schrijf deze als meervoud alleen op -en is (niet -es)
Schrijf deze niet als meervoud op -es is (en ook -en)
Uitzonderingen:
Nooit tussen-n bij:
1 eerste deel uniek persoon of zaak
2 als bijvoeglijknaamwoord een versterkende eerste deel heeft
3 als samenstelling versteend is.
Afleidingen:
Afleidingen zijn woord die beginnen met be-, ge-, ver- of eindige met -lijk, -loos,-
achtig.
1. Schrijf tussen-n als eerste deel erop eindigt.
2. Schrijf niet als er -lijk of -loos achterstaat. (wel als eerste deel op -n eindigt)
Tussen-s:
Schrijf deze als je hem hoort.
Meervoudsvormen:
-s: bij geen probleem bij uitspraak
‘s: bij probleem met uitspraak
Woorden eindigen op -ik:
2 k’s: bij klemtoon op de -ik
1 k: bij klemtoon die niet op -ik is
Woorden die eindigen op -ee of -ie:
+ën: bij klemtoon op de -ee of -ie
+ trema op -e + n: bij klemtoon niet op -ee of -ie
F wordt vaak V
S wordt vaak Z
, Sommige woorden hebben een Latijns meervoud:
Politicus/politici, medius/medici, medium/media, museum/musea
Botsende klinkers:
Om te voorkomen dat de woorden verkeerd gelezen of uitgesproken worden,
gebruiken we een koppelteken of trema.
Hoofdregel: Schrijf samengestelde woorden zoveel mogelijk aan elkaar.
Behalve bij problemen met uitspraak:
- : Bij botsende klinkers, na-apen, zee-eend
Trema: bij klinkerbotsing op andere plaatsen (niet tussen de samengestelde
woorden), beëindigen.
Griekse en Latijnse voorvoegsels:
Hoofdregel: schrijf de voorvoegsels aan het woord vast.
-Bij botsende klinkers zet je streepje: co-existentie, re-integratie.
-Trema bij ondeelbare woorden: coördinatie, reëel
Woorden met afkorting:
Samenstellingen met afkorting erin krijgen streepje: pc-gebruiker, tv-progamma
Samenstelling met letterwoord, aan elkaar: latrelatie, pincode
Afleidingen van afkortingen (meervoudsvormen en werkwoordvervoegingen)
1 Streepje tussen afkorting en voorvoegsel
2 apostrof tussen afkorting en achtervoegsel
3 Beiden kan ook
Denk aan: Ge-sms’t
Afkortingen met losse letter, cijfer of symbool krijgen streepje. 20-jarige, 3D-tekening
Lastige woordcombinaties:
Sommige woordcombinaties schrijf je los:
1 meerledige namen, Eerste Kamer, Groene Kruis
2 een woordgroep met cijfer aan begin, 25 december
3 een woord met cijfer of letter erna, vitamine c
Samenstellingen met deze vaste woordcombinaties:
1. Meerledige namen, aan elkaar
2. Woordgroep met cijfer aan begin, aan elkaar
3. Woordgroep met cijfer of letter erna, streepje