H1
Risico: het gevaar van schade of verlies.
Risicomanagement komt voort uit de behoefte aan veiligheid en zekerheid. Het wordt toegepast
door organisaties die structuur willen geven aan de bescherming van hun continuïteit en de
realisatie van hun doelstellingen.
Doel: te borgen dat de strategische doelstellingen van de organisatie worden gehaald waarbij de
negatieve impact (waarde vernietiging) zoveel mogelijk wordt verkleind en de positieve impact
(waardecreatie) zoveel mogelijk wordt vergroot.
H2
Risico: de mogelijkheid dat zich een gebeurtenis voordoet in een gegeven periode en situatie, die
een negatief effect heeft, waardecreatie verhinderd of bestaande waardes uitholt.
Risico= kans x gevolg
Risico’s ontstaan doordat ondernemingen of instellingen onderhevig zijn aan allerlei
bedreigingen.
Een bedreiging bestaat uit de volgende elementen:
⋆ Een belang dat geschaad kan worden, een persoon die letsel kan oplopen of een doelstelling
die mogelijk niet wordt gerealiseerd.
⋆ De gevaren of krachten die de schade of het letsel veroorzaken.
⋆ Het gevolg van de schade of het letsel in termen van economische of emotionele waarde.
Risico:
Oorzaak (omstandigheden die kunnen leiden tot een ongewenste gebeurtenis) incident
gevolg (gevolgen van de ongewenste gebeurtenis).
De term risico geeft ook de meetbare kans aan dat een bedreiging inderdaad tot letsel, schade of
nadeel leidt.
Een bedreiging is een factor van het brede begrip risico. Wanneer er geen bedreiging is, is er
geen sprake van risico. Wanneer er wel een bedreiging is, maar de meetbare kans om hierdoor
getroffen te worden 0 is, dan is er ook geen risico.
Alle risicomodellen doorlopen 4 stappen:
1. Identificeren van risico’s
2. Risico beoordeling
3. Risico beheersing
4. Monitoring en evaluatie
H2.2
Dynamische risico’s:
⋆ Worden bewust opgeroepen (treden op bij ondernemen en het doen van investeringen).
⋆ Kans op verlies maar ook op winst.
⋆ In het algemeen niet verzekerbaar.
⋆ Winst vormt de beloning voor de onzekerheid.
, Statische risico’s:
⋆ Zijn ongewenst.
⋆ Alleen kans op verlies
⋆ In principe wel te verzekeren
⋆ Houdt de onderneming scherp en attent.
⋆ Minder belangrijke rol in de besluitvorming.
Statische risico’s onderscheiden zich van dynamische risico’s doordat zij zich in het algemeen
steeds weer opnieuw voordoen wanneer de omstandigheden in hoofdzaak gelijk zijn. Hierdoor
kan de kans op verlies door een statisch risico betrouwbaarder worden berekend dan wanneer
het gaat om een dynamisch risico.
H2.3
Er wordt ook onderscheid gemaakt in interne
en externe risico’s.
Interne risico’s hebben hun oorsprong in de organisatie in het bedrijf of de instelling zelf.
Externe risico’s komen voort uit de omgeving van het bedrijf of de instelling.
H2.4
Kans x gevolg Kleine schade Grote schade
Kleine kans I II
Grote kans III IV
I Kleine kans op kleine schade (accepteren)
Deze kunnen zonder problemen uit de liquide middelen betaald kunnen worden omdat ze
weinig voorkomen.
II Kleine kans op grote schade (verzekeren)
Door de lage frequentie is het ontstaan erg voorspelbaar. De gevolgen kunnen echter een
ernstige bedreiging vormen voor de continuïteit van de organisatie.
III Grote kans op kleine schade (Beheersen)
Ze zijn door de hoge frequentie calculeerbaar en worden daarom gezien als kostenfactor. Het
beheersen kan een positieve invloed hebben op de attitude van de medewerkers tot risico’s in
het algemeen. Het verzekeren is niet echt zinvol omdat ze geen bedreiging vormen en
voorspelbaar zijn.
IV Grote kans op grote schade (vermijden)