Examenvragen Investeringsanalyse – Oefeningen
1. Een opbrengsteigendom heeft een PGRI van € 120.000 per jaar. Hoeveel kan een investeerder
maximaal spenderen aan de aankoop van dit pand bij een BAR van 4%?
A) Een investeerder kan maximaal €… spenderen aan de aankoop van het pand.
B) Zijn de kosten koper inbegrepen in de uitkomst van deelvraag A?
O Neen, dit bedrag is kosten koper.
O Ja, dit bedrag is vrij op naam.
1. Een koppel sluit een woonkrediet af voor de aankoop van een rijwoning. Het ontleende
kapitaal bedraagt € 200.000.
Het woonkrediet wordt afgesloten onder de vorm van een annuïteitenlening met vaste
jaarlijkse aflossingen tegen een vaste jaarlijkse interestvoet van 1,00%. Het krediet wordt
afgesloten voor een looptijd van 18 jaar.
Hieronder worden de eerste rijen van de aflossingstabel hernomen. Vul de ontbrekende getallen
in de tabel aan.
A) Het bedrag in de cel A is €…
B) Het bedrag in de cel B is €…
C) Het bedrag in de cel C is €…
1. Vervang een 3 jaar uitgestelde prenumerando annuïteit met 20 jaarlijkse stortingen van €
500,00 door een eenmalige kasstroom bij aanvang van het 3e jaar, bij een verdisconteringsvoet
van 3%.
A) Welke basisformule kan je gebruiken op dit vraagstuk op te lossen?
a
O mKo = u −1.
n
m+ n
i .u
n
O K’o = a.u. u −1
n
i .u
n
O K’o = a. u −1
i .un
a
O mK’o = n
.
u
.
u −1
i . u m+ n
B) De annuïteit kan vervangen worden door een gelijkwaardige kasstroom met grootte €…
vandaag.
1. Een opbrengsteigendom heeft een PGRI van € 120.000 per jaar. Hoeveel kan een investeerder
maximaal spenderen aan de aankoop van dit pand bij een BAR van 4%?
A) Een investeerder kan maximaal €… spenderen aan de aankoop van het pand.
B) Zijn de kosten koper inbegrepen in de uitkomst van deelvraag A?
O Neen, dit bedrag is kosten koper.
O Ja, dit bedrag is vrij op naam.
1. Een koppel sluit een woonkrediet af voor de aankoop van een rijwoning. Het ontleende
kapitaal bedraagt € 200.000.
Het woonkrediet wordt afgesloten onder de vorm van een annuïteitenlening met vaste
jaarlijkse aflossingen tegen een vaste jaarlijkse interestvoet van 1,00%. Het krediet wordt
afgesloten voor een looptijd van 18 jaar.
Hieronder worden de eerste rijen van de aflossingstabel hernomen. Vul de ontbrekende getallen
in de tabel aan.
A) Het bedrag in de cel A is €…
B) Het bedrag in de cel B is €…
C) Het bedrag in de cel C is €…
1. Vervang een 3 jaar uitgestelde prenumerando annuïteit met 20 jaarlijkse stortingen van €
500,00 door een eenmalige kasstroom bij aanvang van het 3e jaar, bij een verdisconteringsvoet
van 3%.
A) Welke basisformule kan je gebruiken op dit vraagstuk op te lossen?
a
O mKo = u −1.
n
m+ n
i .u
n
O K’o = a.u. u −1
n
i .u
n
O K’o = a. u −1
i .un
a
O mK’o = n
.
u
.
u −1
i . u m+ n
B) De annuïteit kan vervangen worden door een gelijkwaardige kasstroom met grootte €…
vandaag.