Leerjaar 1, blok D (2020/2021)
HC3 Medisch Receptieve velden
Tentamenvragen:
1. Je ziet hier een reactie van een staafje wanneer er licht op valt. Welke stelling is waar
bij 1?
a. Het retinal zit nu opgesloten in opsine.
b. Natrium en calcium gaan hier door middel van actief transport naar binnen.
c. De retinal-opsine afbraak kost geen ATP.
2. Fixatie disparatie is:
a. Synoniem met binoculair zien.
b. De situatie waarbij twee ogen niet naar hetzelfde punt kijken.
c. Wanneer de hersenen hebben geleerd om informatie van één oog te negeren.
3. Je ziet hier positief geladen deeltjes een axon binnen gaan. Welke deeltjes zijn dit?
a. Natrium ionen
b. Kalium ionen
c. Natrium en kalium ionen
4. Je ziet hier bij 1 een hyperpolarisatie. Deze ontstaat:
a. In het donker
b. In het licht
5. Je ziet hier een chemische reactie onder invloed van fotonen die uiteindelijke leiden
tot een effect bij 1. Wat is dit effect?
a. Natrium kanaaltjes worden gesloten
b. Natrium kanaaltjes gaan open
, Antwoorden tentamenvragen:
1. C
2. B
3. A
4. B
5. A
HC3 Medisch Receptieve velden
Tentamenvragen:
1. Je ziet hier een reactie van een staafje wanneer er licht op valt. Welke stelling is waar
bij 1?
a. Het retinal zit nu opgesloten in opsine.
b. Natrium en calcium gaan hier door middel van actief transport naar binnen.
c. De retinal-opsine afbraak kost geen ATP.
2. Fixatie disparatie is:
a. Synoniem met binoculair zien.
b. De situatie waarbij twee ogen niet naar hetzelfde punt kijken.
c. Wanneer de hersenen hebben geleerd om informatie van één oog te negeren.
3. Je ziet hier positief geladen deeltjes een axon binnen gaan. Welke deeltjes zijn dit?
a. Natrium ionen
b. Kalium ionen
c. Natrium en kalium ionen
4. Je ziet hier bij 1 een hyperpolarisatie. Deze ontstaat:
a. In het donker
b. In het licht
5. Je ziet hier een chemische reactie onder invloed van fotonen die uiteindelijke leiden
tot een effect bij 1. Wat is dit effect?
a. Natrium kanaaltjes worden gesloten
b. Natrium kanaaltjes gaan open
, Antwoorden tentamenvragen:
1. C
2. B
3. A
4. B
5. A