Farma
2: Oculaire farmacologie
Hoe werkt medicatie in het oog
Oculaire absorptie:
- Begint bij de cul-de-sac, waarbij de oogdruppel gemengd wordt met de traanfilm
- Hoeveel van de medicatie uiteindelijk in het oog komt hangt af van diverse factoren
Barrières van het oog:
- Reflextranen die ontstaan door irritatie, hierdoor wordt de knipperfrequentie hoger, en dit
zorgt voor een snellere afname van medicatie in het oog
- Sommige medicatie bindt aan proteïnes en wordt vervolgens gemetaboliseerd door
enzymen, waardoor er ook weer minder medicatie overblijft
Oplossing:
- Moleculen iets meer lipofiel maken, waardoor de druppel langer op de cornea blijft en het
de penetratie verbetert
- Absorptie vergroten door de cornea (bijvoorbeeld het gebruik van oxy voor tropi)
Oculaire distributie:
Bloed-kamerwater:
- Het oog is goed afgezonderd van de systemische circulatie door de bloed-retina, bloed-
vitreous en bloed-water barrières
- Deze barrières omvatten de tight junctions tussen de capillaire endotheelcellen in de retina
en iris, tussen de cellen van het ciliaire epitheel en tussen het retina pigment epitheel
- Deze barrières zorgen ervoor dat grotere moleculen er niet doorheen komen, maar kleinere
wel
Kamerwater- bloed:
- Medicatie wordt geabsorbeerd en systemisch opgenomen via:
o Trabekelsysteem
o Kanaal van Schlemm
o Aqueous collecting kanaaltjes
o Intrasclerale plexus
o Bloedvaten van de uvea, choroidea en retina
,Oculaire metabolisme:
- De oogdruppel komt in contact met de traanfilm, adnexa en oculair weefsel
- In al deze weefsels zitten enzymen, die vervolgens invloed kunnen hebben op de werking van
de druppel: positief of negatief
Medicatie toediening:
- Toediening is afhankelijk van het gewenste effect en hoe deze zich gedraagt in het oog
- Zodra de medicatie in het oog komt, zal de werking afnemen:
o Verdunning (gemixt met traanfilm)
o Eigenschappen van medicatie en traanafvoer
o Traanafvoer
Vereisten:
- Tijd en volume om gewenste
effect te krijgen
- Stabiliteit
(houdbaarheidspercentage na 1
week, 1 maand etc)
- Contacttijd verlengen (zalf of gel
gebruiken)
, Cornea/ sclera:
- Cornea = avasculair: depot voor medicatie
o Toxische respons wanneer er veel medicatie achterblijft
- Sclera = vasculair: weinig absorptie
Halfwaarde tijd:
De hoeveelheid medicatie die na een bepaalde tijd nog in het oog aanwezig is
Het voorschrift:
- D.d. = 1x per dag
- B.d. = 2x per dag
- Gtt = guttatae = druppels
- A.n. = ante noctem = voor de nacht
Verstandig gebruik oogdruppels:
- Oogarts zal zwakste hoeveelheid gebruiken die het maximale effect geeft (minimale ADR)
- Rekening houden met systemische medicatie die de pt al gebruikt
- Minimale toediening (dd ipv. td)
- Ander type medicatie voorschrijven? wanneer je meer medicatie moet toedienen om een
bepaald effect te krijgen
- Nasolacrimaal dichtdrukken of ogen sluiten om systemische absorptie te voorkomen
- Uitleggen waarom de pt de druppels gaat gebruiken en welke bijwerkingen er kunnen
ontstaan
- Houd de HA op de hoogte van mogelijke veranderingen in medicatie
2: Oculaire farmacologie
Hoe werkt medicatie in het oog
Oculaire absorptie:
- Begint bij de cul-de-sac, waarbij de oogdruppel gemengd wordt met de traanfilm
- Hoeveel van de medicatie uiteindelijk in het oog komt hangt af van diverse factoren
Barrières van het oog:
- Reflextranen die ontstaan door irritatie, hierdoor wordt de knipperfrequentie hoger, en dit
zorgt voor een snellere afname van medicatie in het oog
- Sommige medicatie bindt aan proteïnes en wordt vervolgens gemetaboliseerd door
enzymen, waardoor er ook weer minder medicatie overblijft
Oplossing:
- Moleculen iets meer lipofiel maken, waardoor de druppel langer op de cornea blijft en het
de penetratie verbetert
- Absorptie vergroten door de cornea (bijvoorbeeld het gebruik van oxy voor tropi)
Oculaire distributie:
Bloed-kamerwater:
- Het oog is goed afgezonderd van de systemische circulatie door de bloed-retina, bloed-
vitreous en bloed-water barrières
- Deze barrières omvatten de tight junctions tussen de capillaire endotheelcellen in de retina
en iris, tussen de cellen van het ciliaire epitheel en tussen het retina pigment epitheel
- Deze barrières zorgen ervoor dat grotere moleculen er niet doorheen komen, maar kleinere
wel
Kamerwater- bloed:
- Medicatie wordt geabsorbeerd en systemisch opgenomen via:
o Trabekelsysteem
o Kanaal van Schlemm
o Aqueous collecting kanaaltjes
o Intrasclerale plexus
o Bloedvaten van de uvea, choroidea en retina
,Oculaire metabolisme:
- De oogdruppel komt in contact met de traanfilm, adnexa en oculair weefsel
- In al deze weefsels zitten enzymen, die vervolgens invloed kunnen hebben op de werking van
de druppel: positief of negatief
Medicatie toediening:
- Toediening is afhankelijk van het gewenste effect en hoe deze zich gedraagt in het oog
- Zodra de medicatie in het oog komt, zal de werking afnemen:
o Verdunning (gemixt met traanfilm)
o Eigenschappen van medicatie en traanafvoer
o Traanafvoer
Vereisten:
- Tijd en volume om gewenste
effect te krijgen
- Stabiliteit
(houdbaarheidspercentage na 1
week, 1 maand etc)
- Contacttijd verlengen (zalf of gel
gebruiken)
, Cornea/ sclera:
- Cornea = avasculair: depot voor medicatie
o Toxische respons wanneer er veel medicatie achterblijft
- Sclera = vasculair: weinig absorptie
Halfwaarde tijd:
De hoeveelheid medicatie die na een bepaalde tijd nog in het oog aanwezig is
Het voorschrift:
- D.d. = 1x per dag
- B.d. = 2x per dag
- Gtt = guttatae = druppels
- A.n. = ante noctem = voor de nacht
Verstandig gebruik oogdruppels:
- Oogarts zal zwakste hoeveelheid gebruiken die het maximale effect geeft (minimale ADR)
- Rekening houden met systemische medicatie die de pt al gebruikt
- Minimale toediening (dd ipv. td)
- Ander type medicatie voorschrijven? wanneer je meer medicatie moet toedienen om een
bepaald effect te krijgen
- Nasolacrimaal dichtdrukken of ogen sluiten om systemische absorptie te voorkomen
- Uitleggen waarom de pt de druppels gaat gebruiken en welke bijwerkingen er kunnen
ontstaan
- Houd de HA op de hoogte van mogelijke veranderingen in medicatie