INTERBELLUM 1918- 1940 POËZIE: HISTORISCHE AVANT-GARDE
Zuivere traditie vs. Onzuivere traditie
Historische context:
= =
- WO I heeft weinig invloed op Nederlandse literatuur
Autonomieopvatting vs. Mimetische opvatting
- Politiek ging sterk polariseren en verzuiling van de samenleving
= =
- Economische crisis jaren 30 Kunst staat los van de vs. Kunst moet de werkelijkheid
- Koloniale ontwikkelingen werkelijkheid nabootsen
- De moderne tijd met techniek, sport, dans en emancipatie
- Optimisme naar toekomst (vitalisme) , maar ook pessimisme
(ondergangsbesef). 1. Surrealisme
- Psychologisering (Freud: menselijk gedrag wordt gestuurd door - Logica ontbreekt
dieperliggende verlangen.) - Openstellen voor onbewuste verlangens (Freud)
- Onmogelijke situaties
Gevolgen voor literatuur: - Écriture Automatic: opschrijven wat in je opkomt
- Vernieuwing (minder lyrisch taalgebruik en afwijkend rijmschema) - Individuele beeldtaal
- Autonomieopvatting Voorbeelden: V. Ostaijen
- Taalexperimenten
- Anti-expressief
2. Futurisme
Zwaargewichten Interbellum: - Moderne tijd (stad, machines en agressie)
Henri - Waardering van de intuïtie - Afzonderlijk woord met innerlijke kracht
Bergson - Élan vital: leven door schepping en vernieuwing - Vrije versvorm
(Expres. & - Intuïtie en verstand zijn complementair - Agressief
Kubisme) Voorbeelden: Marinetti en De Vries
Sigmund - Vrijeassociatie methode.
Freud - Id (driften), superego (geweten) en ego (het ‘ik’)
(Surrealisme) - Drijvende kracht: driften (libido, zelfbehoud)
- Dromen en symbolen
- Onderbewustzijn
Friedrich - Übermensch, uitgaan van eigen kracht
Nietzsche - Veranderingsgezindheid en individualisme.
- God is dood
, 3. Kubisme 5. Expressionisme
- Soberheid - Kernwoorden isoleren (veel zelfstandig naamwoorden)
- Harmonie - Onverwachte combinaties bvn en znw (hijgende nacht)
- Onbeweeglijkheid - Abstracta concretiseren op ongewone manier
- Experimenteren met klanken, woorden en verbanden - Geladen woorden (neologisme: vlamlijf)
- Natuurlijke vormen doorbreken (geometrie) - Gedurfde beeldspraak
- Autonomieopvatting - Geen leestekens
Voorbeelden: Bonset en Bergson - Geen volledige zinnen
a) Humanitair expressionisme (Vlaanderen na WO I)
- Voordracht
- Filosofische inslag
- Boodschap voor gemeenschap
- Volzinnen
Voorbeeld: V. Ostaijen
b) Organisch expressionisme (Nederland na WO I)
- Kosmisch
- Vorm en inhoud zijn niet te scheiden
- Grootse woorden
4. Dadaïsme Voorbeelden: Marsman, V. d. Bergh, Nijhoff, V. Ostaijen
- Voordracht
- Anti-kunst (grens vervaagt
tussen kunst en niet-kunst)
- Readymades (parodie op
bestaande tekst)
- Klankgedichten
- Opsomming en eindeloze
herhalingen
- Nihilistische reactie op
bestaande kunst (alles is
bruikbaar)
Humanitair Organisch
Voorbeelden: V. Ostaijen en Bonset
Zuivere traditie vs. Onzuivere traditie
Historische context:
= =
- WO I heeft weinig invloed op Nederlandse literatuur
Autonomieopvatting vs. Mimetische opvatting
- Politiek ging sterk polariseren en verzuiling van de samenleving
= =
- Economische crisis jaren 30 Kunst staat los van de vs. Kunst moet de werkelijkheid
- Koloniale ontwikkelingen werkelijkheid nabootsen
- De moderne tijd met techniek, sport, dans en emancipatie
- Optimisme naar toekomst (vitalisme) , maar ook pessimisme
(ondergangsbesef). 1. Surrealisme
- Psychologisering (Freud: menselijk gedrag wordt gestuurd door - Logica ontbreekt
dieperliggende verlangen.) - Openstellen voor onbewuste verlangens (Freud)
- Onmogelijke situaties
Gevolgen voor literatuur: - Écriture Automatic: opschrijven wat in je opkomt
- Vernieuwing (minder lyrisch taalgebruik en afwijkend rijmschema) - Individuele beeldtaal
- Autonomieopvatting Voorbeelden: V. Ostaijen
- Taalexperimenten
- Anti-expressief
2. Futurisme
Zwaargewichten Interbellum: - Moderne tijd (stad, machines en agressie)
Henri - Waardering van de intuïtie - Afzonderlijk woord met innerlijke kracht
Bergson - Élan vital: leven door schepping en vernieuwing - Vrije versvorm
(Expres. & - Intuïtie en verstand zijn complementair - Agressief
Kubisme) Voorbeelden: Marinetti en De Vries
Sigmund - Vrijeassociatie methode.
Freud - Id (driften), superego (geweten) en ego (het ‘ik’)
(Surrealisme) - Drijvende kracht: driften (libido, zelfbehoud)
- Dromen en symbolen
- Onderbewustzijn
Friedrich - Übermensch, uitgaan van eigen kracht
Nietzsche - Veranderingsgezindheid en individualisme.
- God is dood
, 3. Kubisme 5. Expressionisme
- Soberheid - Kernwoorden isoleren (veel zelfstandig naamwoorden)
- Harmonie - Onverwachte combinaties bvn en znw (hijgende nacht)
- Onbeweeglijkheid - Abstracta concretiseren op ongewone manier
- Experimenteren met klanken, woorden en verbanden - Geladen woorden (neologisme: vlamlijf)
- Natuurlijke vormen doorbreken (geometrie) - Gedurfde beeldspraak
- Autonomieopvatting - Geen leestekens
Voorbeelden: Bonset en Bergson - Geen volledige zinnen
a) Humanitair expressionisme (Vlaanderen na WO I)
- Voordracht
- Filosofische inslag
- Boodschap voor gemeenschap
- Volzinnen
Voorbeeld: V. Ostaijen
b) Organisch expressionisme (Nederland na WO I)
- Kosmisch
- Vorm en inhoud zijn niet te scheiden
- Grootse woorden
4. Dadaïsme Voorbeelden: Marsman, V. d. Bergh, Nijhoff, V. Ostaijen
- Voordracht
- Anti-kunst (grens vervaagt
tussen kunst en niet-kunst)
- Readymades (parodie op
bestaande tekst)
- Klankgedichten
- Opsomming en eindeloze
herhalingen
- Nihilistische reactie op
bestaande kunst (alles is
bruikbaar)
Humanitair Organisch
Voorbeelden: V. Ostaijen en Bonset