Leerjaar 1, Blok B (2020/2021)
Binoculair zien Testen
BEZ testen:
➢ Stereozientesten (TNO, LANG I/II of Titmus fly)
➢ Glazen van Bagolini met prismafusie hor
➢ Four Dot Test
Oogstand:
➢ Covertest (nabij en afstand)
➢ Prismacovertest (nabij of afstand)
➢ Maddoxglas
➢ Maddoxwing
➢ AC/A gradiëntmethode (nabij of afstand)
Oogbewegingen:
➢ Oogbewegingen en convergentie
Accommodatie en convergentie:
➢ RAF accommodatie
➢ RAF convergentie
➢ Flippers
Refractie:
➢ Binoculair: rood/groen balansproef
➢ Binoculair: polaroid regels
➢ Binocualire: fysiologisch septum
➢ Skiascopie op fantoomoog
➢ Brückner
Visus meten:
➢ Visus meten bij kinderen (kaart passend bij de leeftijd)
, BEZ testen
➢ Stereozientesten
Doel: subjectief aantonen in welke mate het dieptezien aanwezig is.
Geschikt bij: patiënten die (nagenoeg) recht staan.
Stappen:
1. Maak de bril schoon (indien nodig).
2. Werkafstand 40cm in leeshouding.
3. Onderzoeker houdt test zelf vast (beweegt niet).
4. Voert test onder nabij verlichting uit.
5. Patiënt draagt juiste (lees)correctie.
Notatie: … bgsec.
➢ Glazen van Bagolini met prismafusie hor
Glazen van Bagolini
Doel: aantonen van BEZ en waar dit op berust (ARC of NRC).
Je gebruikt de GvB om te kijken of er nog iets van samenwerking is indien de Titmus fly niet
positief is.
Geschikt bij: patiënten met een rechte oogstand of minimale scheelzienshoek en co-
operatieve patiënten.
Stappen:
1. Maak de bril schoon
2. Zeg tegen de patiënt dat de GvB voorgezet mogen worden
3. Schijn lampje recht voor patiënt 30cm en op ooghoogte
4. Stel de volgende vragen:
➢ ‘’Hoeveel lichtjes zie je?’’
➢ ‘’Zie je ook strepen door het lichtje? Zo ja, hoeveel?’’
➢ ‘’Hoe lopen de lichtstralen?’’
➢ ‘’Zijn de strepen tegelijk of om de beurt?’’
➢ ‘’Ontbreekt er een stukje?’’
➢ ‘’Kruisen ze precies door het lampje?’’
5. Dek het oog unilateraal af.
6. Let op instelbeweging.
Notatie: GvB 30cm zc ztt gib
Prismafusie hor
Doel: meten van het fusiegebied (en mogelijk ook supressiegebied).
Geschikt bij: patiënten met een rechte oogstand of kleine scheelzienshoek.
Normaalwaarden:
Horizontaal
Positieve fusiebreedte Negatieve fusiebreedte
Nabij 30Δ - 40Δ 15Δ = 7°- 8°
Binoculair zien Testen
BEZ testen:
➢ Stereozientesten (TNO, LANG I/II of Titmus fly)
➢ Glazen van Bagolini met prismafusie hor
➢ Four Dot Test
Oogstand:
➢ Covertest (nabij en afstand)
➢ Prismacovertest (nabij of afstand)
➢ Maddoxglas
➢ Maddoxwing
➢ AC/A gradiëntmethode (nabij of afstand)
Oogbewegingen:
➢ Oogbewegingen en convergentie
Accommodatie en convergentie:
➢ RAF accommodatie
➢ RAF convergentie
➢ Flippers
Refractie:
➢ Binoculair: rood/groen balansproef
➢ Binoculair: polaroid regels
➢ Binocualire: fysiologisch septum
➢ Skiascopie op fantoomoog
➢ Brückner
Visus meten:
➢ Visus meten bij kinderen (kaart passend bij de leeftijd)
, BEZ testen
➢ Stereozientesten
Doel: subjectief aantonen in welke mate het dieptezien aanwezig is.
Geschikt bij: patiënten die (nagenoeg) recht staan.
Stappen:
1. Maak de bril schoon (indien nodig).
2. Werkafstand 40cm in leeshouding.
3. Onderzoeker houdt test zelf vast (beweegt niet).
4. Voert test onder nabij verlichting uit.
5. Patiënt draagt juiste (lees)correctie.
Notatie: … bgsec.
➢ Glazen van Bagolini met prismafusie hor
Glazen van Bagolini
Doel: aantonen van BEZ en waar dit op berust (ARC of NRC).
Je gebruikt de GvB om te kijken of er nog iets van samenwerking is indien de Titmus fly niet
positief is.
Geschikt bij: patiënten met een rechte oogstand of minimale scheelzienshoek en co-
operatieve patiënten.
Stappen:
1. Maak de bril schoon
2. Zeg tegen de patiënt dat de GvB voorgezet mogen worden
3. Schijn lampje recht voor patiënt 30cm en op ooghoogte
4. Stel de volgende vragen:
➢ ‘’Hoeveel lichtjes zie je?’’
➢ ‘’Zie je ook strepen door het lichtje? Zo ja, hoeveel?’’
➢ ‘’Hoe lopen de lichtstralen?’’
➢ ‘’Zijn de strepen tegelijk of om de beurt?’’
➢ ‘’Ontbreekt er een stukje?’’
➢ ‘’Kruisen ze precies door het lampje?’’
5. Dek het oog unilateraal af.
6. Let op instelbeweging.
Notatie: GvB 30cm zc ztt gib
Prismafusie hor
Doel: meten van het fusiegebied (en mogelijk ook supressiegebied).
Geschikt bij: patiënten met een rechte oogstand of kleine scheelzienshoek.
Normaalwaarden:
Horizontaal
Positieve fusiebreedte Negatieve fusiebreedte
Nabij 30Δ - 40Δ 15Δ = 7°- 8°