Optometrie Leerjaar 1, Blok A (2020/2021)
HC3 Medisch Histologie
Tentamenvragen:
1. De vorming van een functioneel eiwit aan de hand van informatie die door een mRNA
streng wordt geleverd is:
a. Transcriptie
b. Translatie
c. Replicatie
d. Genactivering
2. Denaturatie kan zorgen een niet werkzaam eiwit. Dit komt door:
a. Een mutatie in het DNA.
b. Het fout aflezen door een ribosoom van het mRNA.
c. Het verlies van de ruimtelijke structuur van het eiwit.
3. Wat past het beste bij 9?
a. Triplet
b. Codon
c. mRNA
4. Transcriptie:
a. Kan ook mitose genoemd worden.
b. Is een proces waarbij een gen wordt gekopieerd voor het mRNA.
c. Is het proces waarbij mRNA en een ribosoom wordt gebruikt voor de aanmaak
van een proteïne.
d. Vindt plaats wanneer de celdeling een mitose betreft.
5. Hierboven zie je een tekening van een verbinding tussen cellen. Welke past het beste
hierbij?
a. Gap junction
b. Tight junction
c. Desmosoom
, 6. Welk van de onderstaande organellen zitten of vast aan een membraan of liggen
verspreid door de hele cel én zorgen voor de synthese van proteïnen?
a. Ribosomen
b. tRNA
c. nucleotiden
d. nucleolus
7. De cellen van het hart hebben grote krachten te verwerken. Daarom moeten deze
cellen stevig aan elkaar vastzitten. Welke verbinding verwacht je veel tussen de
cellen bij het hart?
a. Tight junctions
b. Button desmosomen
c. Hemidesmosomen
8. Welk nummer past het beste bij de volgende tekst: bestaat uit microtubuli en
verplaatst de chromosomen tijdens de celdeling.
a. 1
b. 2
c. 3
d. 4
e. 5
f. 6
Antwoorden tentamenvragen:
1. B
2. C
3. B
4. B
5. C
6. A
7. B
8. E
HC3 Medisch Histologie
Tentamenvragen:
1. De vorming van een functioneel eiwit aan de hand van informatie die door een mRNA
streng wordt geleverd is:
a. Transcriptie
b. Translatie
c. Replicatie
d. Genactivering
2. Denaturatie kan zorgen een niet werkzaam eiwit. Dit komt door:
a. Een mutatie in het DNA.
b. Het fout aflezen door een ribosoom van het mRNA.
c. Het verlies van de ruimtelijke structuur van het eiwit.
3. Wat past het beste bij 9?
a. Triplet
b. Codon
c. mRNA
4. Transcriptie:
a. Kan ook mitose genoemd worden.
b. Is een proces waarbij een gen wordt gekopieerd voor het mRNA.
c. Is het proces waarbij mRNA en een ribosoom wordt gebruikt voor de aanmaak
van een proteïne.
d. Vindt plaats wanneer de celdeling een mitose betreft.
5. Hierboven zie je een tekening van een verbinding tussen cellen. Welke past het beste
hierbij?
a. Gap junction
b. Tight junction
c. Desmosoom
, 6. Welk van de onderstaande organellen zitten of vast aan een membraan of liggen
verspreid door de hele cel én zorgen voor de synthese van proteïnen?
a. Ribosomen
b. tRNA
c. nucleotiden
d. nucleolus
7. De cellen van het hart hebben grote krachten te verwerken. Daarom moeten deze
cellen stevig aan elkaar vastzitten. Welke verbinding verwacht je veel tussen de
cellen bij het hart?
a. Tight junctions
b. Button desmosomen
c. Hemidesmosomen
8. Welk nummer past het beste bij de volgende tekst: bestaat uit microtubuli en
verplaatst de chromosomen tijdens de celdeling.
a. 1
b. 2
c. 3
d. 4
e. 5
f. 6
Antwoorden tentamenvragen:
1. B
2. C
3. B
4. B
5. C
6. A
7. B
8. E