100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Other

Samenvatting voor het tentamen van het vak Bewegen en Leerprocessen

Rating
-
Sold
-
Pages
10
Uploaded on
19-02-2022
Written in
2019/2020

Dit is een samenvatting voor het tentamen van het vak Bewegen en Leerprocessen van de opleiding psychomotorische therapie in Zwolle.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 19, 2022
Number of pages
10
Written in
2019/2020
Type
Other
Person
Unknown

Subjects

Content preview

SAMENVATTING BLP

David Kolb: vind dat je tijdens een leerproces 4 fases doorloopt
en dat in die fases ‘ervaren’ een belangrijke rol speelt.

Ervaring opdoen  je blikt daarop terug (reflecteert) en haalt
eruit wat belangrijk voor je is  past dat toe in nieuwe situaties
(ervaringen).

Kolb stelt vast dat de mens leert van concrete ervaringen door te
observeren en te reflecteren op de ervaring.

4 leerstijlen tussen de 4 leerfases in:

- Doener: zit tussen experimenteren en concreet ervaren.

Doeners leren door zich snel aan te passen in nieuwe situaties. Ze kenmerken zich door het uitvoeren van
plannen en experimenten, het nemen van risico’s, een makkelijke omgang. Doeners zijn soms wat ongeduldig.

- Bezinner (dromer): zit tussen concreet ervaren en observeren.

Bezinner leert met name door gebruik te maken van zijn/haar verbeeldingskracht. Dromers kenmerken zich
doordat ze verschillende perspectieven zien, nieuwe ideeën verzinnen, geïnteresseerd zijn in mensen en hun
emotionele aard.

- Denker: zit tussen observeren en conceptualiseren.

Denker leert door het slim verbinden van feitelijkheden. Denkers redeneren logisch, zijn gericht op abstracte
begrippen en concepten en zijn minder gericht op mensen. Wel zijn ze nauwkeurig en precies van aard.

- Beslisser (durver): zit tussen conceptualiseren en experimenteren.

Beslisser leert door actief een duidelijke keuze te maken. Beslissers vertalen ideeën, zijn praktisch en gericht op
één oplossing voor één probleem. Ze regelen liever iets alleen dan samen en zijn relatief weinig
geëmotioneerd.

Algemeen kader: wordt gehanteerd om verschillende aspecten van leerprocessen in kaart te brengen.

OPA Model:

- Wat is het aandeel van de persoon in deze situatie?
- Wat is het aandeel van de omgeving?
- Wat is het aandeel van de activiteit?

In het midden van de drie cirkels staat de gebeurtenis. Dit is een mix van verschillende processen (rationeel
mensbeeld).

O: Omgeving. Sociale omgeving; medestudenten of andere groepsleden, de trainer, de therapeut, of degene
die de ander beïnvloedt of over de fysieke omgeving (context); bijvoorbeeld materialen.

P: Persoon. In de (leer) situatie; op degene die aan het leren is. Het gaat niet zozeer over wat die persoon leert
maar vooral over hoe die persoon leert. De focus op de persoon past bij de psychologische insteek.

, A: Activiteit. De leerstof, de werkvormen, de taak, de soort therapie, het sportstimuleringsprogramma, de
sport, etc.

Mindset heeft te maken met basisbehoeften.

Bij de wil om iets te leren is er behoefte om iets te kunnen, competentie  om waardering en erkenning te
krijgen van anderen, relatie  hierin kan jezelf ook invloed uitoefenen, autonomie

Uiteindelijk geven deze basisbehoeften vorm aan je motivatie, beweegredenen om iets als persoon wel of niet
te willen leren.

Growth mindset: . Andere studenten gaan elke uitdaging aan en geloven dat je met inspanning en
doorzettingsvermogen bijna alles kunt leren.

Fixed mindset: Niet alles meer leuk is om te leren en/of dat sommige dingen veel te moeilijk zijn. Of je iets wel
of niet kan leren is daarbij een vaststaand gegeven.

DVD Model: Is bedacht voor de persoon uit het OPA model. In het midden vind de complexe werkelijkheid
plaats.

Je kunt elke situatie vanuit een ander aspect bekijken. De kern van elk leerproces is het proberen om dit
spanningsveld soms te stabiliseren en soms te labiliseren.

D: Denken. Dit is het cognitieve aspect. Alle kennis en informatie die je hebt over het attitudeobject. Dit kunnen
feiten of meningen zijn van mensen die je kent.

V: Voelen. Dit is het emotionele aspect. Dit is de meest centrale en daarmee doorslaggevende aspect aan
iemand attitude.

D: Doen/Handelen. Dit is het handelingsaspect (gedragsintentie). Als je iets leuks vind blijf je het doen en als je
iets stom vind stop je ermee.




ATTITUDE EN MINDSET

- Attitude:

Is een begrip die wordt gebruikt voor wat je ergens van vindt. Dit is de houding die je hebt ten opzichte tegen
over een bepaald onderwerp. Dit is een consistente en voorspelbare manier waarop een persoon:

 Denkt over een attitudeobject
 Voelt met betrekking tot een attitudeobject
$4.88
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
floorterveen

Get to know the seller

Seller avatar
floorterveen Hogeschool Windesheim
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
3 year
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions