Pathologie v/d vreloskunde
Dr. Werbrouck
Hypertensieve aandoeningen
Inleiding en definities
Hypertensie
= Systole > 140mmHg en/of diastole > 90mmHg
Frequente verwikkeling v/d zw.sch.
5 – 10%
70%; ontstaan in zw.sch.
30%; reeds voorafgaand aan zw.sch.
Belangrijkste oorzaken van foetale en maternale morbiditeit en mortaliteit
Bij elk medisch/ vroedkundig Pcontact tijdens zw.sch. of preconceptioneel RR meten
Aangepaste cuff
Te smalle; vals verhoogde RR
Te grote; vals verlaagde RR
Cuff op hoogte hart
Te laag; vals verhoogde RR
Te hoog; vals verlaagde RR
Comfortabele zittende positie
Niet praten
Proteïnurie
= Aanwezigheid van te grote hoeveelheid eiwit in urine
Oorzaken
Diabetes
Hypertensie
Koorts
Geconcentreerde urine
UWI
Pre-eclampsie
Urine kan gecontamineerd zijn door vag. secreet of vruchtwater
Detectie
Dipstick
24u urine collectie
Proteïne/ creatinine ratio
Chronische hypertensie
= Hypertensie voor 20w of blijft na 12w pp
Pre-eclampsie/ PET
= Vanaf 20w hypertensie en proteïnurie (of orgaanschade)
Zw.sch.hypertensie
, = Vanaf 20w hypertensie of binnen 1e 24u pp
Geen tekens van PET
Gesuperponeerde pre-eclampsie
= Optreden van PET bij P met chronische hypertensie
Eclampsie
= Optreden van convulsies bij vrouw met PET
Chronische hypertensie
= Hypertensie voor 20w of die blijft na 12w pp
Primaire/ essentiële hypertensie
Factoren
Leeftijd
Lifestyle
Obesitas, roken, zout, alcohol,…
Genetische factoren
90%
Secundaire hypertensie
Factoren
Nierziektes
Diabetes
Coarctatio/ vernauwing aorta
Hyperthyroïdie ….
10%
Risico’s
Gesuperponeerde pre-eclampsie
Solutio placentae/ placentaloslating
Oppuntstelling
Onderliggende ziekte uitsluiten
Bl.afname
Urine controleren op proteïnurie
Cardiale evaluatie
Consult bij internist
Cardioloog of nefroloog
Behandeling
Doel
Hypertensie onder controle houden maar RR mag ook niet te laag zijn
I.v.m. verminderde perfusie v/d uterus en dan foetale hypoxie
RR < 150/100mmHg
Bij eindorgaanschade; RR < 140/90mmHg
Diastole moet > 80mmHg blijven
Preconceptioneel switchen van med. als die tegenaangewezen is
Dr. Werbrouck
Hypertensieve aandoeningen
Inleiding en definities
Hypertensie
= Systole > 140mmHg en/of diastole > 90mmHg
Frequente verwikkeling v/d zw.sch.
5 – 10%
70%; ontstaan in zw.sch.
30%; reeds voorafgaand aan zw.sch.
Belangrijkste oorzaken van foetale en maternale morbiditeit en mortaliteit
Bij elk medisch/ vroedkundig Pcontact tijdens zw.sch. of preconceptioneel RR meten
Aangepaste cuff
Te smalle; vals verhoogde RR
Te grote; vals verlaagde RR
Cuff op hoogte hart
Te laag; vals verhoogde RR
Te hoog; vals verlaagde RR
Comfortabele zittende positie
Niet praten
Proteïnurie
= Aanwezigheid van te grote hoeveelheid eiwit in urine
Oorzaken
Diabetes
Hypertensie
Koorts
Geconcentreerde urine
UWI
Pre-eclampsie
Urine kan gecontamineerd zijn door vag. secreet of vruchtwater
Detectie
Dipstick
24u urine collectie
Proteïne/ creatinine ratio
Chronische hypertensie
= Hypertensie voor 20w of blijft na 12w pp
Pre-eclampsie/ PET
= Vanaf 20w hypertensie en proteïnurie (of orgaanschade)
Zw.sch.hypertensie
, = Vanaf 20w hypertensie of binnen 1e 24u pp
Geen tekens van PET
Gesuperponeerde pre-eclampsie
= Optreden van PET bij P met chronische hypertensie
Eclampsie
= Optreden van convulsies bij vrouw met PET
Chronische hypertensie
= Hypertensie voor 20w of die blijft na 12w pp
Primaire/ essentiële hypertensie
Factoren
Leeftijd
Lifestyle
Obesitas, roken, zout, alcohol,…
Genetische factoren
90%
Secundaire hypertensie
Factoren
Nierziektes
Diabetes
Coarctatio/ vernauwing aorta
Hyperthyroïdie ….
10%
Risico’s
Gesuperponeerde pre-eclampsie
Solutio placentae/ placentaloslating
Oppuntstelling
Onderliggende ziekte uitsluiten
Bl.afname
Urine controleren op proteïnurie
Cardiale evaluatie
Consult bij internist
Cardioloog of nefroloog
Behandeling
Doel
Hypertensie onder controle houden maar RR mag ook niet te laag zijn
I.v.m. verminderde perfusie v/d uterus en dan foetale hypoxie
RR < 150/100mmHg
Bij eindorgaanschade; RR < 140/90mmHg
Diastole moet > 80mmHg blijven
Preconceptioneel switchen van med. als die tegenaangewezen is