Metselwerken
DEFINITIES
Metselwerk = een geheel vervaardigd uit 2 materialen: baksteen en mortel (voor verbinding)
- Mortel = zand + bindmiddel (cement) + water
Aangebracht in plastische vorm
Verbinding tussen de stenen na uitharding
- Steen = gebakken product, verschillende formaten
DRIE MANIEREN
KLEUR
Afhankelijk van de temperatuur dat hij gebakken is
Hoe hoger temperatuur, hoe roder de steen
Geler: meer kalk in de steen
Puntgevel
Balk boven een raam: latei
Opgaande dakrand/ attiek
Gemene muur, scheidsmuur = gemeenschappelijke muur
, DRAGENDE EN NIET-DRAGENDE WANDEN
Dragende wanden
- Min 14cm breed (zonder afwerking)
- Structurele elementen, die de vloeren of het dak dragen
- Binnenzijde spouwmuren, maar ook wanden binnen gebouw
Niet-dragende wanden
- Min 9cm breed (zonder afwerking)
- Niet-structurele elementen
SOORTEN METSELWERKEN (VOLGENS DOEL)
Vochtwerend = moet weerstaan aan water dat niet doordringt tot binnen (zonder druk)
Waterdicht = moet weerstaan aan waterindringing onder druk
Bijkomend materiaal gebruiken
Principe van regendichtheid
Warmte- en koude-isolerend
- Beperken van warmtedoorgangen of -verliezen
Speciale constructies en materialen
Vuurvast
- Zo laag mogelijke brandbaarheid
Geluidwerend
o Contactgeluid
Speciale constructie bv: zwevende vloeren
o Luchtgeluid
Geluidsabsorberende materialen: geluiden opnemen, grote massa
MATERIALEN EN FORMATEN
Strek = lengte
Kop = breedte
Strek = 2 koppen + 1cm voeg (stootvoeg)
½ steen = kop
¼ = klezoor
½ steen in breedte = klisklezoor
½ steen in dikte = geschifte steen
DEFINITIES
Metselwerk = een geheel vervaardigd uit 2 materialen: baksteen en mortel (voor verbinding)
- Mortel = zand + bindmiddel (cement) + water
Aangebracht in plastische vorm
Verbinding tussen de stenen na uitharding
- Steen = gebakken product, verschillende formaten
DRIE MANIEREN
KLEUR
Afhankelijk van de temperatuur dat hij gebakken is
Hoe hoger temperatuur, hoe roder de steen
Geler: meer kalk in de steen
Puntgevel
Balk boven een raam: latei
Opgaande dakrand/ attiek
Gemene muur, scheidsmuur = gemeenschappelijke muur
, DRAGENDE EN NIET-DRAGENDE WANDEN
Dragende wanden
- Min 14cm breed (zonder afwerking)
- Structurele elementen, die de vloeren of het dak dragen
- Binnenzijde spouwmuren, maar ook wanden binnen gebouw
Niet-dragende wanden
- Min 9cm breed (zonder afwerking)
- Niet-structurele elementen
SOORTEN METSELWERKEN (VOLGENS DOEL)
Vochtwerend = moet weerstaan aan water dat niet doordringt tot binnen (zonder druk)
Waterdicht = moet weerstaan aan waterindringing onder druk
Bijkomend materiaal gebruiken
Principe van regendichtheid
Warmte- en koude-isolerend
- Beperken van warmtedoorgangen of -verliezen
Speciale constructies en materialen
Vuurvast
- Zo laag mogelijke brandbaarheid
Geluidwerend
o Contactgeluid
Speciale constructie bv: zwevende vloeren
o Luchtgeluid
Geluidsabsorberende materialen: geluiden opnemen, grote massa
MATERIALEN EN FORMATEN
Strek = lengte
Kop = breedte
Strek = 2 koppen + 1cm voeg (stootvoeg)
½ steen = kop
¼ = klezoor
½ steen in breedte = klisklezoor
½ steen in dikte = geschifte steen