100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Cultuurlandschappen Samenvatting

Rating
-
Sold
11
Pages
37
Uploaded on
04-02-2022
Written in
2020/2021

Samenvatting van het vak 'cultuurlandschappen' dat gegeven wordt op de HAN in het 2e jaar van de docenten opleiding aardrijkskunde. Helder beschreven, veel afbeeldingen en kaarten. Ook aantekeningen van colleges.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
February 4, 2022
Number of pages
37
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

College 2 – Löss

Hoogte en Reliëf
In Zuid-Limburg neemt de hoogte snel toe. Waar het in Nederland vooral <20-40
meter is, is het in Zuid-Limburg al snel 50->180m. Hoogstepunt NL 321m,
Vaalserberg. Combinatie van opheffing en insnijding: het gebied wordt opgeheven
en tegelijkertijd wordt het ingesneden door rivieren/beken in interglacialen (rivier
gaat meanderen en snijdt zich in. Bij glaciaal gaat ‘ie vlechten en legt die materiaal
neer ipv insnijden), waardoor terrassen en hoogteverschillen ontstaan. Individuele
terrassen zijn echter niet meer zichtbaar doordat er dikke laag löss overheen is
afgezet.

Plateaus is bovenste rivierterras van de Maas. Schoonbron is voorbeeld van beekdal
(stroomt een riviertje). Er zijn ook (asymmetrische) droge dalen; de ene kant is
steiler en de andere kant vlakker. Komt door gelifluctie, door verschil in
zonnestraling. Oostelijke kant ontvangt middagzon: water verdampt, wordt harde
laag daardoor die niet kan glijden. Westelijke kant ontvangt alleen ochtendzon:
verdampt niet, gaat glijden. Gebeurt bij dalen waar geen vegetatie op groeit (ijstijd).

Grondsoorten en löss
Lösslandschap heet ook wel Krijt-lösslandschap, omdat er onder de löss veel kalksteen zit, afkomstig
uit het Krijt (66-145mil jaar geleden). Het is een warme periode waarbij zeespiegel hoog staat. Als de
kalkzeediertjes doodgaan, zakken ze naar de bodem en hoopt deze kalk zicht op. Zo ontstaat door
jaren heen kalksteen. Als zeespiegel zakt, komt deze kalksteen boven water te liggen. Boven op de
plateaus in Limburg kun je met grondboor niet heel diep boren, je komt meteen op het kalksteen.
Veel löss is hier weg geërodeerd.

Löss is een zeer goed gesorteerde siltige leem. Herhaling grondsoorten
van klein naar groot: klei, silt, zand, grind. Leem = samengestelde fractie
van klei en silt samen, alleen als het door wind is afgezet. Niet-eolisch
materiaal wordt ingedeeld naar lutumgehalte (klei). Löss is een hele fijne
stof, siltige leem = meer silt dan klei (80% silt, 15% klei/lutum, 5% zand (=
dus 95% leem)). Het is een grondsoort en een eolische afzetting, dat
vruchtbaar is. Het maakt makkelijk voedingsstoffen vrij en houdt goed
vocht vast. Het zijn goede landbouwgronden, maar is wel kwetsbaar voor
erosie (vooral waar veel relief is). Zie kaartje waar löss vandaan komt.
Dekzandgebieden liggen in buurt ijsgrens. Zand kan minder ver worden
getransporteerd, omdat dit zwaarder is. De zandgebieden die we in NL nu
kennen zijn afgezet in de laatste ijstijd (Weichselien). Löss werd ook in die
tijd meegenomen, maar die zijn veel lichter dus kunnen over grotere
afstanden meegenomen worden vanuit Noordoosten. Wordt afgezet als
het warmer en vochtiger wordt in de lucht (daardoor Zuid-Limburg). Op
plateau is löss vaak erg dun (50cm-2m), in dalen kan het 7-20m zijn. Waar
of niet waar: in uiterwaarden vind je vaak lemige bodems.

Klimaat
Is het dan echt zoveel warmer/vochtiger in Zuid-Limburg? Nee, valt wel mee. Het is er wel net wat
warmer. Dat had toch invloed dus, omdat de löss hier is afgezet. Door deze hogere temperatuur kon
hier ook aan wijnbouw worden gedaan.

,Invloed van de mens
In Zuid-Limburg wordt al sinds 200 jaar geleden aan wijnbouw gedaan. In tijd Napoleon werden deze
vernietigd. Nu wordt het vanaf jaren ’70 weer verbouwd. Holle wegen zijn ook van invloed: van
nature gevormd door erosie, maar doordat men dit ook ging gebruiken als wandelpaden naar boven,
werden deze verder uitgesneden. Dit versterkte de erosie. Het is een combinatie dus van erosie en
menselijk gebruik.

In Zuid-Limburg werd al vroeg aan landbouw gedaan (nog
voor de komst van Romeinen). Deze mensen woonden
vooral in de buurt van beken, omdat ze water nodig
hadden. Romeinen konden verder van beken af wonen,
maar na hun vertrek kwam tijd van verval: de plateaus
raakten verlaten en weer bebos, Zuid-Limburg zelf werd
heel dun bevolkt. Later kwam men weer terug, zwarte
stippen zijn nederzettingen die teruggaan tot vroege
middeleeuwen, ook deze zie je vooral weer langs
rivieren/beken. De witte stippen zijn ouder dan 1300. Deze
liggen verder van de rivieren af, meer op de plateaus. Dit
deden ze omdat bevolkingsdruk toenam. Ze gingen de
plateaus ontginnen (bomen kappen). Er ontstaan moeder-
dochter nederzettingen, met als vervolg toponiemen: deze
geven informatie over het soort landschap waar het zich bevindt. Toponiemen vind je
terug bij dorpen op de plateaus, bijv. -holt (bossen), -rade (kappe bos, staat voor
rooien), -ich (berg), -loo (open plek).

Het gebied kende steeds grote variatie aan nederzettingsvormen. Eén type werd
gevormd door grote, vrijstaande boerderijen, onderdelen van grootgrondbezit. Deze
hoven lagen op beste plekken en groeiden soms uit tot landhuizen. Nauw verwant
aan dit type zijn nederzettingen die bestaan uit een grote boerderij met een aantal
kleine. Veel gehuchten hebben een langgerekte vorm, die vaak samenhangt met de
ligging aan rand van een dal of beekje. Op plateaus ontstonden driesnederzettingen.
Verkavelingstypen hangen samen met nederzettingstype. Bij grote boerderijen grote
blokvormige kavels, bij gehuchten verkaveling heel kleinschalig.

Bodemerosie
Löss is heel erosiegevoelig. Als er in een korte tijd veel neerslag valt, dan ontstaat verslemping: de
bodem verslempt, hij slaat dicht. Inslag regendruppels is erg groot, waardoor de poriën van de
bodem dichtslaan. Het water kan nu niet meer door deze slemplaag heen. De rest van het
regenwater kan de bodem daardoor niet indringen. Daardoor gaat de slemplaag naar beneden
afglijden. Als het opdroogt ontstaat een harde slempkorst. Hetzelfde gebeurt bij berijding van bijv.
een zware trekker. Hiermee raakt de bodem ook verstopt (boer moet vervolgens extra maatregelen
nemen om grond los te maken). Door erosie, verslemping en berijding is löss erg gevoelig. Bij
wolkbreuk kan veel löss in een modderstroom de helling af gaan glijden. Vervelend voor boeren,
inwoners dorpen, maar ook voor riolering (gaat verstoppen). Zolang er begroeiing is (bos, weiland),
stroomt er niet heel veel af. Maar zodra het een akker is, kan er zeer veel (80%) afstromen.
Gevolgen: verlies van humus en voedingsstoffen, vermindering wateropnemend vermogen, schade
aan gewassen, schade aan riool. Maatregelen tegen erosie: met hoogtelijnen mee ploegen,
grasbanen aanleggen (remt afspoeling water, zorgt ervoor dat het niet in riool komt), graften,
verstandige gewaskeuze. Geheel Zuid-Limburg is erosiegebied. Daarom zijn er algemene regels voor
boeren: najaarbewerking verplicht (grond omploegen zodat water grond in kan), sporen trekkers
uitwissen, percelen vanaf 18% helling moet gras zijn, verplicht erosie meteen te melden.

, Colluvium
Löss die ergens lag is afgezet door wind, maar door
erosiegevoeligheid spoelt die soms af = colluvium. In
Limburg vooral antropogeen colluvium = colluvium
veroorzaakt door mens. Door deze bron te koppelen
aan moeder-dochter nederzettingen, zie je verband
met wanneer ze op de plateaus aan akkerbouw
gingen doen. Het antropogeen colluvium neemt in
deze tijd 880-810 BP zeer snel toe, vooral als je
vergelijkt met de toename van 1520-880 toen ze nog
niet op de hellingen aan landbouw deden!

Graften
Zijn steilranden, houden afspoeling van de hellingen
tegen. Bomen lieten ze bewust staan of plantten ze
aan. Voor bomenrij krijg je sedimentatie (hier
ontstaat terras), achter bomenrij krijg je erosie (hier
ontstaat steilrand). Hierdoor wordt de steile helling
minder steil en heeft erosie minder invloed op het
gehele landschap.

Grote stukken Zuid-Limburg werden vroeger beheerst
door hoogstamboomgaarden.

Vraag: leg uit hoe graften ontstaan met behulp van
een tekening.

Toets:
- geen vragen in vak ondergrondachtige richting
- vraag over korrelgrootte
- vraag over löss ibt landbouw
- oude nederzettingen bij beken, nieuwe op plateaus, hoe zie je dit terug aan plaatsnamen?
- Bijv. hoe kun je zien dat we op een plateau zijn? Zie foto. Zie dus de plaatsnamen, maar ook
aan het bos: ligt op de steilste helling, want dat kun je niet als grond gebruiken, geen beekje
of riviertje dichtbij.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
evanvugt1 Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
63
Member since
5 year
Number of followers
42
Documents
0
Last sold
4 months ago

4.2

5 reviews

5
2
4
2
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions