Geschiedenis
Feniks
Tijdvakken en historische contexten
Hoofdstukken 1 t/m 10
Historische Contexten 1 t/m 3
Kenmerkende Aspecten 1 t/m 49
Leidende Vragen bij HC 1 t/m 3
HAVO 4:
PTA 1 (H 1-4)
HAVO 5:
SE 1 (H 7-8, HC 1)
SE 2 (H9-10, HC 2-3)
SE 3 (H5-10, HC 1-3)
CSE (alles)
,Inhoudsopgave
Hoofdstukken
Inleiding 3
1. Tijd van Jagers en Boeren (JB) 4
2. Tijd van de Grieken en Romeinen (GR) 6
3. Tijd van Monniken en Ridders (MR) 10
4. Tijd van Steden en Staten (SS) 12
5. Tijd van Ontdekkers en Hervormers (OH) 16
6. Tijd van Regenten en Vorsten (RV) 20
7. Tijd van Pruiken en Revoluties (PR) 22
8. Tijd van Burgers en Stoommachines (BS) 25
9. Tijd van Wereldoorlogen (WO) 28
10. Tijd van TV en Computer (TC) 33
Historische Contexten
1. Het Britse Rijk 37
2. Duitsland in Europe 42
3. Nederland 50
Bijlage: Kenmerkende Aspecten & Leidende Vragen 54
,Inleiding
Indeling in periodes Indeling in tijdvakken
• Prehistorie (tot 3000 vC) tijdvak 1 JB
- Oude Steentijd (jagers/verzamelaars)
- Nieuwe Steentijd (landbouwsamenleving)
• Historie (na 3000 vC): tijdvak 2 - 10
- Oudheid (3000 vC – 500 nC) tijdvak 2 GR
- Middeleeuwen (500 – 1500) tijdvak 3 MR, 4 SS
- Vroegmoderne tijd (1500 – 1800) tijdvak 5 OH, 6 RV, 7 PR
- Moderne tijd (1800 – heden) tijdvak 8 BS, 9 WO, 10 TC
Er zijn 49 kenmerkende aspecten: belangrijke verschijnselen en ontwikkelingen in een periode of
tijdvak.
Jaartellingen:
- Juliaanse kalender: telling vanaf stichting van Rome in 750 nC en gebruik regeerperiodes van
keizers (Romeinse Rijk van Julius Ceasar)
- Christelijke kalender: telling vanaf geboortejaar Jezus Christus (Paus Gregorius)
- Joodse jaartelling: telling obv scheppingsverhaal (3761 vC)
- Moslims: telling vanaf vlucht Mohammed van Mekka naar Medina (622 nC), 354 dagen ipv
365
, H1. Tijd van jagers en boeren (tot 3000 vC)
Kenmerkende aspecten:
1. De levenswijze van jager-verzamelaars
2. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
IJstijd: 117.000 jaar geleden tot 17.000 jaar geleden
3150 vC: ijsmummie Ötzi sterft in de Alpen
Ur: boerendorp werd stad, hier werd het schrift uitgevonden (Midden-Oosten)
1.1 Van jager-verzamelaars naar boeren (KA 1-2)
De eerste mensen
Evolutie: Zeer langzame ontwikkeling van soorten, waarbij aanpassing aan de omgeving een
belangrijke rol speelt
Mensapen: 5 mio jaar geleden in Afrika
Homo habilis (de handige mens): 2 mio jaar geleden
Homo erectus (de rechtopgaande mens): 2 mio jaar geleden
Homo sapiens (de moderne mens): 250.000 jaar geleden in Oost-Afrika, 43.000 jaar geleden in Europa
Neanderthaler (kleiner en zwaarder): 33.000 jaar geleden uitgestorven
Levenswijze van jager-verzamelaars
Neanderthalers en eerste moderne mensen waren jager-verzamelaars
Zij leefden als nomaden in kleine groepen op zoek naar voedsel en hadden eenvoudige hutten/tenten
als tijdelijke onderkomens. Klimaat van groot belang. Alleen in Zuid en Midden Europa was het
leefbaar. Grafgiften kunnen aanwijzing zijn voor sociale verschillen. Oude Steentijd: jager-
verzamelaars als nomaden
Overgang naar de landbouw
20.000 vC: klimaat in Midden-Oosten veranderde > natter en warmer > meer voedsel
Rondtrekken minder noodzakelijk in Oostkust middellandse Zee. Dorpen ontstaan.
12.000 vC: koudere en drogere periode M-O, overvloed aan graan en dieren nam af.
Vruchtbare Halve Maan (Israël, Syrië, Libanon, Turkije, Iran): zelf graan verbouwen omdat bevolking
was gegroeid, ontstaan landbouw. Veeteelt: dieren temmen/fokken
5.000 vC: Landbouwrevolutie ook in Europa
De landbouwsamenleving
Levenswijze veranderde
Sedentair leven: tijdelijke hutten maakten plaats voor boerderijen. Ontstaan dorpen. Meer bezittingen,
Bezit is macht. Sociale verschillen namen toe
Boeren gebruikten andere gebruiksvoorwerpen en werktuigen (sikkels, ploegen, maalstenen,
aardewerk)
Nieuwe Steentijd: boeren met landbouw/veeteelt in dorpen (landbouwsamenleving)
1.2 Dorpen en steden (KA 1-2)
Prehistorische culturen
Prehistorie: geen schrift; cultuur achteraf vernoemd naar plaats of voorwerp
4300 vC – 2700 vC: Trechterbekercultuur: vorm van aardewerk die boeren maakten (NL, DK, D, Z-
Zweden)
Het succes van de irrigatielandbouw
Mesopotamië: veel boeren aan de oevers Eufraat en Tigris / Egypte met de Nijl
Irrigatielandbouw: boeren maakten dammetjes, dijken en kanalen naar akkers
Grotere opbrengst en niet afhankelijk van regen, goede samenwerking boeren vereist. Hieruit is het
koningschap ontstaan.
Feniks
Tijdvakken en historische contexten
Hoofdstukken 1 t/m 10
Historische Contexten 1 t/m 3
Kenmerkende Aspecten 1 t/m 49
Leidende Vragen bij HC 1 t/m 3
HAVO 4:
PTA 1 (H 1-4)
HAVO 5:
SE 1 (H 7-8, HC 1)
SE 2 (H9-10, HC 2-3)
SE 3 (H5-10, HC 1-3)
CSE (alles)
,Inhoudsopgave
Hoofdstukken
Inleiding 3
1. Tijd van Jagers en Boeren (JB) 4
2. Tijd van de Grieken en Romeinen (GR) 6
3. Tijd van Monniken en Ridders (MR) 10
4. Tijd van Steden en Staten (SS) 12
5. Tijd van Ontdekkers en Hervormers (OH) 16
6. Tijd van Regenten en Vorsten (RV) 20
7. Tijd van Pruiken en Revoluties (PR) 22
8. Tijd van Burgers en Stoommachines (BS) 25
9. Tijd van Wereldoorlogen (WO) 28
10. Tijd van TV en Computer (TC) 33
Historische Contexten
1. Het Britse Rijk 37
2. Duitsland in Europe 42
3. Nederland 50
Bijlage: Kenmerkende Aspecten & Leidende Vragen 54
,Inleiding
Indeling in periodes Indeling in tijdvakken
• Prehistorie (tot 3000 vC) tijdvak 1 JB
- Oude Steentijd (jagers/verzamelaars)
- Nieuwe Steentijd (landbouwsamenleving)
• Historie (na 3000 vC): tijdvak 2 - 10
- Oudheid (3000 vC – 500 nC) tijdvak 2 GR
- Middeleeuwen (500 – 1500) tijdvak 3 MR, 4 SS
- Vroegmoderne tijd (1500 – 1800) tijdvak 5 OH, 6 RV, 7 PR
- Moderne tijd (1800 – heden) tijdvak 8 BS, 9 WO, 10 TC
Er zijn 49 kenmerkende aspecten: belangrijke verschijnselen en ontwikkelingen in een periode of
tijdvak.
Jaartellingen:
- Juliaanse kalender: telling vanaf stichting van Rome in 750 nC en gebruik regeerperiodes van
keizers (Romeinse Rijk van Julius Ceasar)
- Christelijke kalender: telling vanaf geboortejaar Jezus Christus (Paus Gregorius)
- Joodse jaartelling: telling obv scheppingsverhaal (3761 vC)
- Moslims: telling vanaf vlucht Mohammed van Mekka naar Medina (622 nC), 354 dagen ipv
365
, H1. Tijd van jagers en boeren (tot 3000 vC)
Kenmerkende aspecten:
1. De levenswijze van jager-verzamelaars
2. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
IJstijd: 117.000 jaar geleden tot 17.000 jaar geleden
3150 vC: ijsmummie Ötzi sterft in de Alpen
Ur: boerendorp werd stad, hier werd het schrift uitgevonden (Midden-Oosten)
1.1 Van jager-verzamelaars naar boeren (KA 1-2)
De eerste mensen
Evolutie: Zeer langzame ontwikkeling van soorten, waarbij aanpassing aan de omgeving een
belangrijke rol speelt
Mensapen: 5 mio jaar geleden in Afrika
Homo habilis (de handige mens): 2 mio jaar geleden
Homo erectus (de rechtopgaande mens): 2 mio jaar geleden
Homo sapiens (de moderne mens): 250.000 jaar geleden in Oost-Afrika, 43.000 jaar geleden in Europa
Neanderthaler (kleiner en zwaarder): 33.000 jaar geleden uitgestorven
Levenswijze van jager-verzamelaars
Neanderthalers en eerste moderne mensen waren jager-verzamelaars
Zij leefden als nomaden in kleine groepen op zoek naar voedsel en hadden eenvoudige hutten/tenten
als tijdelijke onderkomens. Klimaat van groot belang. Alleen in Zuid en Midden Europa was het
leefbaar. Grafgiften kunnen aanwijzing zijn voor sociale verschillen. Oude Steentijd: jager-
verzamelaars als nomaden
Overgang naar de landbouw
20.000 vC: klimaat in Midden-Oosten veranderde > natter en warmer > meer voedsel
Rondtrekken minder noodzakelijk in Oostkust middellandse Zee. Dorpen ontstaan.
12.000 vC: koudere en drogere periode M-O, overvloed aan graan en dieren nam af.
Vruchtbare Halve Maan (Israël, Syrië, Libanon, Turkije, Iran): zelf graan verbouwen omdat bevolking
was gegroeid, ontstaan landbouw. Veeteelt: dieren temmen/fokken
5.000 vC: Landbouwrevolutie ook in Europa
De landbouwsamenleving
Levenswijze veranderde
Sedentair leven: tijdelijke hutten maakten plaats voor boerderijen. Ontstaan dorpen. Meer bezittingen,
Bezit is macht. Sociale verschillen namen toe
Boeren gebruikten andere gebruiksvoorwerpen en werktuigen (sikkels, ploegen, maalstenen,
aardewerk)
Nieuwe Steentijd: boeren met landbouw/veeteelt in dorpen (landbouwsamenleving)
1.2 Dorpen en steden (KA 1-2)
Prehistorische culturen
Prehistorie: geen schrift; cultuur achteraf vernoemd naar plaats of voorwerp
4300 vC – 2700 vC: Trechterbekercultuur: vorm van aardewerk die boeren maakten (NL, DK, D, Z-
Zweden)
Het succes van de irrigatielandbouw
Mesopotamië: veel boeren aan de oevers Eufraat en Tigris / Egypte met de Nijl
Irrigatielandbouw: boeren maakten dammetjes, dijken en kanalen naar akkers
Grotere opbrengst en niet afhankelijk van regen, goede samenwerking boeren vereist. Hieruit is het
koningschap ontstaan.