AFP OP6W4
Farmacologie
Er wordt in de geneeskunde bij de behandeling van patiënten veel gebruik gemaakt van medicijnen; dit
wordt farmacotherapie genoemd.
Halfwaardetijd
De plasmahalfwaardetijd is de tijdsduur die het lichaam nodig heeft om de plasmaconcentratie van de
stof te halveren.
first-pass-effect
Het first-pass-effect betekent de eerste leverpassage en vindt plaats wanneer een geneesmiddel na
opname in de darmen via de leverpoortader voor het eerst de lever passeert.
Therapeutische breedte
De therapeutische breedte van een geneesmiddel is het verschil tussen een net effectieve
dosering en een net niet toxische dosering
MEC = minimaal
effectieve concentratie
MVC = maximaal veilige
concentratie
Smalle therapeutische
breedte; effectieve en toxische concentraties dicht bij elkaar. Hierdoor kan een klein verschil in
biologische beschikbaarheid leiden tot het falen van de therapie of tot ongewenste effecten
Grote therapeutische breedte; effectieve en toxische concentraties staan verder van elkaar.
Men hoeft niet zeer zorgvuldig te werk te gaan om een effect te krijgen zonder veel kans op
nadelige effecten.
, Wat doet lichaam met medicatie?
1. absorbtie
Dit kan op drie manieren: enteraal (darm), perenteraal (buiten darmstelsel om) en lokaal (direct
op plek van werking)
2. distributie
Medicijn wordt verdeeld door heel het lichaam
3. metabolisme
Biologische beschikbaarheid is medicatie wat overblijft na de “first pass”
Afgebroken door enzymen
Na afbreken heet het metabolieten
4. emilinatie
Overige medicatie wordt uitgescheiden door de nieren (soms ook gal)
Te berekenen door halfwaardetijd
Pijn
Nociceptieve pijn (door (dreigende) weefselschade)
>Prostaglandines stimuleren de waarneming van pijn, verhogen de temperatuur en zorgen
ervoor dat bloedvaten open gaan staan.
Referred pain (geen pijn op plek van weefselschade)
>Bv. bij hartinfart pijn bij schouder.
Neuropathische pijn (ook wel zenuwpijn of neuralgie genoemd)
>Gaat het specifiek over pijn als gevolg van een beschadiging in het zenuwstelsel, hierdoor
ontstaan pijnprikkels die geen functie hebben.
>Het kan ontstaan door beschadiging van één zenuw, van een bundel zenuwen, van het
ruggenmerg of van de hersenen.
>Behandeling; Voor neuropathische pijn worden medicijnen voorgeschreven die specifiek op de
overprikkeling van zenuwen of hersenen werken; daarom kan het zijn dat deze ook worden
voorgeschreven bij een depressie of bij epilepsie (vaak lagere doseringen voor neuropathische
pijn).
Model van Loeser
1. Nocipetie : pijn wordt geregristreerd door receptor > pijnprikkel
2. Pijngewaarwording : hersenen nemen pijnprikkel op zich
3. Pijnbeleving : wat je op dat moment voelt (kan door eerdere beleving of in het moment zijn)
4. Pijn gedrag : bv. medicatie innemen, werk afzeggen, naar doktor gaan
Farmacologie
Er wordt in de geneeskunde bij de behandeling van patiënten veel gebruik gemaakt van medicijnen; dit
wordt farmacotherapie genoemd.
Halfwaardetijd
De plasmahalfwaardetijd is de tijdsduur die het lichaam nodig heeft om de plasmaconcentratie van de
stof te halveren.
first-pass-effect
Het first-pass-effect betekent de eerste leverpassage en vindt plaats wanneer een geneesmiddel na
opname in de darmen via de leverpoortader voor het eerst de lever passeert.
Therapeutische breedte
De therapeutische breedte van een geneesmiddel is het verschil tussen een net effectieve
dosering en een net niet toxische dosering
MEC = minimaal
effectieve concentratie
MVC = maximaal veilige
concentratie
Smalle therapeutische
breedte; effectieve en toxische concentraties dicht bij elkaar. Hierdoor kan een klein verschil in
biologische beschikbaarheid leiden tot het falen van de therapie of tot ongewenste effecten
Grote therapeutische breedte; effectieve en toxische concentraties staan verder van elkaar.
Men hoeft niet zeer zorgvuldig te werk te gaan om een effect te krijgen zonder veel kans op
nadelige effecten.
, Wat doet lichaam met medicatie?
1. absorbtie
Dit kan op drie manieren: enteraal (darm), perenteraal (buiten darmstelsel om) en lokaal (direct
op plek van werking)
2. distributie
Medicijn wordt verdeeld door heel het lichaam
3. metabolisme
Biologische beschikbaarheid is medicatie wat overblijft na de “first pass”
Afgebroken door enzymen
Na afbreken heet het metabolieten
4. emilinatie
Overige medicatie wordt uitgescheiden door de nieren (soms ook gal)
Te berekenen door halfwaardetijd
Pijn
Nociceptieve pijn (door (dreigende) weefselschade)
>Prostaglandines stimuleren de waarneming van pijn, verhogen de temperatuur en zorgen
ervoor dat bloedvaten open gaan staan.
Referred pain (geen pijn op plek van weefselschade)
>Bv. bij hartinfart pijn bij schouder.
Neuropathische pijn (ook wel zenuwpijn of neuralgie genoemd)
>Gaat het specifiek over pijn als gevolg van een beschadiging in het zenuwstelsel, hierdoor
ontstaan pijnprikkels die geen functie hebben.
>Het kan ontstaan door beschadiging van één zenuw, van een bundel zenuwen, van het
ruggenmerg of van de hersenen.
>Behandeling; Voor neuropathische pijn worden medicijnen voorgeschreven die specifiek op de
overprikkeling van zenuwen of hersenen werken; daarom kan het zijn dat deze ook worden
voorgeschreven bij een depressie of bij epilepsie (vaak lagere doseringen voor neuropathische
pijn).
Model van Loeser
1. Nocipetie : pijn wordt geregristreerd door receptor > pijnprikkel
2. Pijngewaarwording : hersenen nemen pijnprikkel op zich
3. Pijnbeleving : wat je op dat moment voelt (kan door eerdere beleving of in het moment zijn)
4. Pijn gedrag : bv. medicatie innemen, werk afzeggen, naar doktor gaan