DOKTERSASSISTENTE
,Inhoud
Bloed......................................................................................................................................................3
Zenuwstelsel...........................................................................................................................................4
Kinderziektes..........................................................................................................................................6
Nierziekten.............................................................................................................................................9
Spijsverteringsorganen.........................................................................................................................10
Huid.....................................................................................................................................................13
Hormoonstelsel...................................................................................................................................15
Bewegingsapparaat..............................................................................................................................21
Hart.......................................................................................................................................................22
Bloedvaten...........................................................................................................................................25
Keel, neus en oren................................................................................................................................26
Ogen.....................................................................................................................................................29
Algemeen/huid.................................................................................................................................30
Buik/urogenitaal...............................................................................................................................33
Hoofd................................................................................................................................................37
Neurologie/psychiatrie.....................................................................................................................42
Thorax/extremiteit...........................................................................................................................44
Trauma.............................................................................................................................................48
,Bloed
Ijzertekort Te kort aan hemoglobine. Hb zorgt voor zuurstoftransport naar
weefsel.
Ferrofumaraat, furrosulfaat
Vitb12 te kort Bij maagziekten; pernicieuze anemie. (intrinsic factor)
Hydroxocobalamine.
Vitb11 te kort Alcoholmisbruik, ouderen, toegenomen behoefte (zwangeren)
Foliumzuur, folinezuur
Epo te kort Hormoon door de nier gemaakt, stimuleert de vorming van rode
bloedcellen in het beenmerg.
Medicijn bij nier/kankerpatiënten
Medicatie
Vit-K antagonisten: antistolling medicatie (cumarines)
Acenocoumarol (kortwerkend)
Fenprocoumon (langwerkend)
Hb te laag: Anemie
MCV te laag: ijzergebreksanemie
MCV te hoog: te kort aan b12 of b11
Leukocyten te hoog: kan wijzen op een infectie
DVT= diep veneuze trombose, verhoogde stollingsneiging in het bloed (d-dimeer). Snelle behandeling
en diagnose is nodig om een longembolie te voorkomen.
Medicatie: cumarines (zie bovenstaande; vit-K antagonisten)
Leukemie= kwaadaardige witte bloedcellen, acuut of chronisch.
Myloide leukemie= anemie in het beenmerg ontstaan
Hodgekin= lymfeklierkanker.
Non-hodgekin= verzamelnaam voor vele vormen lymfekanker.
, Ziekte van Willebrand= onvoldoende antistolling. Sneller
bloedingen.
CZS EN PZS
Sensorische zenuwen
Motorische zenuwen
Willekeurig (animaal)
Onwillekeurig (vegetatief)
- Sympathisch: gaspedaal
- Parasympatisch: rem
Zenuwstelsel
Neurologische aandoeningen
Trauma capitis: alle verwondingen en letsels aan het hoofd, schedel en hersenen.
Meningitis: hersenvliesontsteking. Ontstaat tussen de hersenen en het spinragvlies door een bacterie
maar het kan ook viraal. Bij een meningitis is het spinragvlies en het hersenvocht (liquor) ontstoken.
- Koorts, toenemende hoofdpijn, nekstijfheid, verwardheid. Soms kan er een sepsis optreden.
Encefalitis: ontsteking van de hersenmassa.
- Koorts, griepverschijnselen, epileptisch insult, bewustzijnsdaling, verlamming, problemen
met het zicht, verstoorde spraak (afasie)
Multiple sclerose: bescherm en isolatielaag rondom het CZS beschadigd.
Myeline: vormt de bescherm en isolatielaag rondom het CZS. Bij MS wordt myeline afgebroken.
- Slecht zien, tintelingen, krachtverlies, problemen met plassen, stoelgang en seks.
Epilepsie: aanvallen van veranderingen in de elektrische activiteit in de hersenen.
- Onwillekeurig bewegen, daling bewustzijn. Voorafgaand aura: lichtflitsen, geuren.
Ziekte van Parkinson: progressieve hersenaandoening waarbij de aansturing van spierbewegingen
wordt aangetast.
In de hersenen een tekort aan dopamine. Cellen die dopamine produceren, sterven langzaam
af. De aansturing van spierbewegingen wordt aangetast.