DERMATOLOGIE
HISTOLOGIE – F. BOSISIO
1. HISTIOLOGIE VAN DE HUID
1.1. ANATOMIE VAN DE HUID
- Beschermt diepere structuren tegen beschadiging, uitdroging en invasie door vreemde organismen
- Speelt belangrijke rol in thermoregulatie, en een beperkte rol in secretie en absorptie
1.1.1.Epidermis
Buitenste laag van de huid; een oppervlakkige fascia scheidt huid van onderliggende weefsels
Meerlagig plaveisel-epitheel, bestaande uit keratinocyten in 4 lagen:
o buitenste hoornlaag (s. corneum)
o s. granulosum;
o plaveisellaag (s. spinosum),
o binnenste stratum basale (of germinativum);
Dikker op handpalm en voetzool, die “epidermal ridges” bevatten (anti-slip en fingerprint)
o rete lijsten: neerwaartse uitstulpingen van de epidermis tussen opwaartse uitstulpingen van de
dermis (de zgn. dermale papillen)
o s. lucidum: een homogeen eosinofiele laag die enkel aanwezig is op handpalm en voetzool, tussen s.
granulosum en s. corneum
s. corneum:
o Hoornlaag
o luchtig gevlochten patroon van talrijke lagen van afschilferende polyhedrale cellen die hun kern
verloren hebben (deze laag is dikker en compacter in acrale huid)
o laag “keratine” beschermt en ondoorgankelijk voor water is
o keratinizering duurt ca. 30-45 dagen
o regionale verschillen
o wijzigingen in snelheid en patroon kenmerkend voor dermatosen
s. granulosum:
o laag van 1-3 afgeplatte cellen
o intens basofiele (blauwe) keratohyalijne granuli
bevatten precursoren bevatten van filaggrine veroorzaakt klontering van keratine
filamenten
s. spinosum
o verscheidene cellagen dik;
o cellen platten af en kleuren eosinofieler (roder) naarmate ze meer oppervlakkig liggen t.g.v.
toename in keratine filamenten en afname van ribosomen;
o hangen aan elkaar via fijne “brugjes” waarin centraal knopvormige desmosomen
s. basale
o één laag van mitotisch actieve cuboidale cellen met grote kern en weinig cytoplasma;
o produceert bovenliggende keratinocyten via asymmetrische deling;
o bevat laag-moleculair (intermediair filament) keratine;
o wordt gescheiden van dermis door basale lamina;
o keratinocyten hangen vast aan basale lamina via hemidesmosomen;
o deze laag bevat ook melanocyten
Melanocyten
o Neural lijst origine;
o in s. basale, haarfollikels, plaveiselcellige mucosa, leptomeningen
o Productie van melanine uit tyrosine; transfer via cytocrinie naar nabije keratinocyten voor
bescherming tegen UV-stralen;
o 1 melanocyt 15 tot 20 keratinocyten; donkere huid is gevolg van melanine in keratinocyten, niet
van aantal melanocyten;
o Lichtmicroscopie: hebben dendrieten (dunne cytoplasmatische uitlopers tussen keratinocyten);
helder cytoplasma t.g.v. retractie
o Electronen Microscopie: melanosomen (melanine-synthetiserende organellen, afkomstig van Golgi)
o DD: melanofagen (macrofagen met opgenomen melanin)
Langerhanscellen
1
, o Van beenmerg afkomstige dendritische cellen die antigenen “presenteren” (d.w.z. in context van
“zelf-antigenen”) aan T-lymfocyten
o Verspreid in bovenste lagen van s.spinosum
o moeilijk te zien op routine H&E IHC: HLA-DR+/S100+/CD1a+
o EM: karakteristieke Birbeck granuli (tennisracket-vormige structuur met ritssluiting-achtige
streping)
Merkel Cellen
o Moeilijk te zien op routine H&E kleuring;
o talrijk in huid van vingertoppen, lippen, buitenste haarschacht, tactiele haarschijven
o EM: “ dense core” neurosecretoire granuli in cytoplasma onder celmembraan, of in niet-
gemyeliniseerde zenuwuiteinden waarmee ze synapsen vormen; vast aan omgevende
keratinocyten via juncties
o Positief voor neuro-endocriene merkers, neurofilament, keratin
1.1.2.Dermis
Cellen: fibroblasten; mastcellen, macrofagen, dermale dendrocyten
Grondsubstantie: glycosaminoglycanen (hyaluronzuur) en mucoproteinen
Collageen:
o Oppervlakkige papillaire dermis (tussen retelijsten) = dunne type III collageen-vezels
o Diepere reticulaire dermis = Dikke type I collageen-vezels, parallel aan epidermis
Elastische vezels: degenereren met leeftijd en met UV-expositie, en worden basofiel
Twee bloedvaten-plexussen
o Oppervlakkig: tussen de papillaire en de reticulaire dermis
o Diep
Zenuwen :
o Sucquet-Hoyal kanalen met glomus-cellen in acrale huid;
o lichaampjes van Wagner-Meissner in handpalm/voetzool;
o lichaampjes van Pacini in diepe dermis en subcutis
Adnexen
o Haarfollikels
Lang haar: bulbus in subcutis
Kort haar: bulbus in dermis
Transversaal: medulla – cortex – laag van Huxley – laag van Henle – hyalijne laag –
perifolliculair stroma (deel vd dermis)
o Talgklieren
Secretie in de haarschacht (anders dysplasie of malformatie)
Uitz: tepels met tuberkels van Montgomery
o Eccriene zweetklieren
o Apocriene zweetklieren
Enkel in liesplooien en oksel
1.1.3.Subcutis
bevat lobuli opgebouwd uit mature vetcellen;
lobuli van elkaar gescheiden door dunne bindweefselsepta waarin bloedvaten en zenuwen
Ondergrens = fascia
Aan bovengrens: eccriene zweetklier-acini
1.2. BASISLETSELS
1.2.1.Epidermale basisletsels
Omvang en vorm epidermis
o Hyperplasie
o S. corneum = hyperkerathosis
o S granulosum = hypergranulosis
o S. spinosum = acanthose
o +/- papullomatose (church spire beeld)
o Regelmatig (psoriasiform) of onregelmatig
o Hypoplasie of atrofie
Type van keratinisering
o Orthokeratose: toegenomen aantal normale keratinelagen
o Parakeratose: kernen nog aanwezig in s corneum
Hechting van keratinocyten
2
HISTOLOGIE – F. BOSISIO
1. HISTIOLOGIE VAN DE HUID
1.1. ANATOMIE VAN DE HUID
- Beschermt diepere structuren tegen beschadiging, uitdroging en invasie door vreemde organismen
- Speelt belangrijke rol in thermoregulatie, en een beperkte rol in secretie en absorptie
1.1.1.Epidermis
Buitenste laag van de huid; een oppervlakkige fascia scheidt huid van onderliggende weefsels
Meerlagig plaveisel-epitheel, bestaande uit keratinocyten in 4 lagen:
o buitenste hoornlaag (s. corneum)
o s. granulosum;
o plaveisellaag (s. spinosum),
o binnenste stratum basale (of germinativum);
Dikker op handpalm en voetzool, die “epidermal ridges” bevatten (anti-slip en fingerprint)
o rete lijsten: neerwaartse uitstulpingen van de epidermis tussen opwaartse uitstulpingen van de
dermis (de zgn. dermale papillen)
o s. lucidum: een homogeen eosinofiele laag die enkel aanwezig is op handpalm en voetzool, tussen s.
granulosum en s. corneum
s. corneum:
o Hoornlaag
o luchtig gevlochten patroon van talrijke lagen van afschilferende polyhedrale cellen die hun kern
verloren hebben (deze laag is dikker en compacter in acrale huid)
o laag “keratine” beschermt en ondoorgankelijk voor water is
o keratinizering duurt ca. 30-45 dagen
o regionale verschillen
o wijzigingen in snelheid en patroon kenmerkend voor dermatosen
s. granulosum:
o laag van 1-3 afgeplatte cellen
o intens basofiele (blauwe) keratohyalijne granuli
bevatten precursoren bevatten van filaggrine veroorzaakt klontering van keratine
filamenten
s. spinosum
o verscheidene cellagen dik;
o cellen platten af en kleuren eosinofieler (roder) naarmate ze meer oppervlakkig liggen t.g.v.
toename in keratine filamenten en afname van ribosomen;
o hangen aan elkaar via fijne “brugjes” waarin centraal knopvormige desmosomen
s. basale
o één laag van mitotisch actieve cuboidale cellen met grote kern en weinig cytoplasma;
o produceert bovenliggende keratinocyten via asymmetrische deling;
o bevat laag-moleculair (intermediair filament) keratine;
o wordt gescheiden van dermis door basale lamina;
o keratinocyten hangen vast aan basale lamina via hemidesmosomen;
o deze laag bevat ook melanocyten
Melanocyten
o Neural lijst origine;
o in s. basale, haarfollikels, plaveiselcellige mucosa, leptomeningen
o Productie van melanine uit tyrosine; transfer via cytocrinie naar nabije keratinocyten voor
bescherming tegen UV-stralen;
o 1 melanocyt 15 tot 20 keratinocyten; donkere huid is gevolg van melanine in keratinocyten, niet
van aantal melanocyten;
o Lichtmicroscopie: hebben dendrieten (dunne cytoplasmatische uitlopers tussen keratinocyten);
helder cytoplasma t.g.v. retractie
o Electronen Microscopie: melanosomen (melanine-synthetiserende organellen, afkomstig van Golgi)
o DD: melanofagen (macrofagen met opgenomen melanin)
Langerhanscellen
1
, o Van beenmerg afkomstige dendritische cellen die antigenen “presenteren” (d.w.z. in context van
“zelf-antigenen”) aan T-lymfocyten
o Verspreid in bovenste lagen van s.spinosum
o moeilijk te zien op routine H&E IHC: HLA-DR+/S100+/CD1a+
o EM: karakteristieke Birbeck granuli (tennisracket-vormige structuur met ritssluiting-achtige
streping)
Merkel Cellen
o Moeilijk te zien op routine H&E kleuring;
o talrijk in huid van vingertoppen, lippen, buitenste haarschacht, tactiele haarschijven
o EM: “ dense core” neurosecretoire granuli in cytoplasma onder celmembraan, of in niet-
gemyeliniseerde zenuwuiteinden waarmee ze synapsen vormen; vast aan omgevende
keratinocyten via juncties
o Positief voor neuro-endocriene merkers, neurofilament, keratin
1.1.2.Dermis
Cellen: fibroblasten; mastcellen, macrofagen, dermale dendrocyten
Grondsubstantie: glycosaminoglycanen (hyaluronzuur) en mucoproteinen
Collageen:
o Oppervlakkige papillaire dermis (tussen retelijsten) = dunne type III collageen-vezels
o Diepere reticulaire dermis = Dikke type I collageen-vezels, parallel aan epidermis
Elastische vezels: degenereren met leeftijd en met UV-expositie, en worden basofiel
Twee bloedvaten-plexussen
o Oppervlakkig: tussen de papillaire en de reticulaire dermis
o Diep
Zenuwen :
o Sucquet-Hoyal kanalen met glomus-cellen in acrale huid;
o lichaampjes van Wagner-Meissner in handpalm/voetzool;
o lichaampjes van Pacini in diepe dermis en subcutis
Adnexen
o Haarfollikels
Lang haar: bulbus in subcutis
Kort haar: bulbus in dermis
Transversaal: medulla – cortex – laag van Huxley – laag van Henle – hyalijne laag –
perifolliculair stroma (deel vd dermis)
o Talgklieren
Secretie in de haarschacht (anders dysplasie of malformatie)
Uitz: tepels met tuberkels van Montgomery
o Eccriene zweetklieren
o Apocriene zweetklieren
Enkel in liesplooien en oksel
1.1.3.Subcutis
bevat lobuli opgebouwd uit mature vetcellen;
lobuli van elkaar gescheiden door dunne bindweefselsepta waarin bloedvaten en zenuwen
Ondergrens = fascia
Aan bovengrens: eccriene zweetklier-acini
1.2. BASISLETSELS
1.2.1.Epidermale basisletsels
Omvang en vorm epidermis
o Hyperplasie
o S. corneum = hyperkerathosis
o S granulosum = hypergranulosis
o S. spinosum = acanthose
o +/- papullomatose (church spire beeld)
o Regelmatig (psoriasiform) of onregelmatig
o Hypoplasie of atrofie
Type van keratinisering
o Orthokeratose: toegenomen aantal normale keratinelagen
o Parakeratose: kernen nog aanwezig in s corneum
Hechting van keratinocyten
2