PSYCHODIAGNOSTIEK BIJ SENIOREN
LES 1 : SITUERING
1. Aanmelding: “WIE komt met WAT net NU naar hier?” KOP SCHEMA
2. Reflectie en diagnostisch scenario
• hypothesen omtrent basisvragen
• Wat (= onderkennende diagnostiek) DSM 5 (psychische
stoornissen)
• Waarom (=verklarende diagnostiek)
TRANSDIAGNOSTISCHE FACTOREN
• Wat nodig (indicatie)
• Prognose
• Evaluatie hulpverlening
3. Uitvoering diagnostisch onderzoek zie skills lab diagnostiek
volwassenen
• vragenlijsten, tests, (zelf-)observatie,…
4. Evaluatie, besluit en rapportering
KLACHTEN BIJ SENIOREN (K)
• Gaat voor een stuk over de cogn klachten : geheugen en cogn functies gaat
achteruit. Denken gaat trager, concentreren is moeilijker, executieve functies zijn
moeilijker.
• De frontale, anterior functies vanvoor in je hoofd rijpen het laatst. Wnr je verouderd
gaat dat in de omgekeerde richting . Eerst de prefrontale functies die acteruit gaan.
Probleemoplossend vermogen, plannen, emoties onder controle houden.
• Posterieure ; vis & aud waarneming blijft het meest behouden.
• Je hebt ook stemmingsklachten, depressie. → Ouderen maken enorm veel
verlieservaringen mee ; zowel lichamelijke mogelijkheden, maar ook verlies v je
woning ( je moet bv naar serviceflat), verlies v familieleden en vrienden, verlies v
job,… .
• Slaapklachten
• Vorm v schizofrenie op latere leeftijd mogelijk
• Benidorm verslaving ; Benidorm drinkers. Verslaving is een groot probl bij senioren.
Brein en lich kan minder goed tegen alcohol op hun leeftijd.
, • Die hippies van toen in de jaren 60 zijn nu ouder en die hebben een drugsverslaving.
Zien we nu passeren, vroeger niet.
LEVENSDOMEINEN (O)
• Werk ; Hoe ervaar je je pensioen? Voor sommige moeilijk om mee om te gaan. Voor
velen gaat hun identiteit samen met hun job. Sociale contacten met je collega’s valt
weg.
• Gezondheid : heel wat vd ziektes gaan gebeurt met psychol of neuropsychol
klachten.
• Financiële sit : als je op het einde van je loon terug moet vallen naar je pensioen dat
gaat een groot verschil zijn
• Woonomgeving ; woon je nog thuis of service flat? Kan cogn maar ook emotionele
klachten geven. Huis waar je jaren gewoond hebt.
• Relatie : met partner? Met kinderen? Kleinkinderen?
• Vriendenkring : wordt vaak minder en minder.
• Ontspanning : lukt dat nog? Gezondheidsprobl maken dat soms heel moeilijk. Kan je
nog op reis gaan?
• → is het levensdomein een bron van steun of geeft het stress? Bv. kleinkinderen die
veel op bezoek komen = steunbron.
• → als er klachten zijn, op hoeveel domeinen zie je die klachten? Op hoeveel
domeinen is het aangetast?
PERSOONLIJKE STIJL (P)
, Observeerbaar gedrag,
coping, gewoontes,
typische reactiepatronen
Cognities & emoties
omtrent zichzelf en
anderen
Persoonlijkheids-
kenmerken: temperament,
karakter, vermogens
Basis-
behoeften: ABC
VERKLARINGSVRAAG : WRM IS DIT AAN DE HAND?
TRANSDIAGNOSTISCHE FACTOREN
Kwetsbaarheidsfactoren Response factoren
Neurofysiologische & -psychologische kenmerken Vermijdingsgedrag
Leerervaringen Denkfouten
Kernovertuigingen Aandachtsbias
, Cognitieve eigenschappen Attributies
Distress tolerance Repetitief negatief denken
Mentaliserend vermogen
CVA EN NEUROPSYCHOLOGISCHE STOORNISSEN
HERSENKWABBEN
• Frontaal : wordt afgebakend door de central groeve , de sulcus centralis.
• Pariëtale : wandbeen kwab
• Temporale : slaapbeen kwab
• Occipitale : achterhoofdskwab
• Sulcus centralis = centrale groeve is een hersengroeve in de grote hersenen . In de
mens scheidt de sulcus centralis de frontale van de pariëtale kwab.
• Fissura lateralis = scheidingsgroeve tussen de verschillende hersenkwabben
• Cerebellum = kleine hersenen
MOTORISCHE EN SENSORISCHE GEBIEDEN
LES 1 : SITUERING
1. Aanmelding: “WIE komt met WAT net NU naar hier?” KOP SCHEMA
2. Reflectie en diagnostisch scenario
• hypothesen omtrent basisvragen
• Wat (= onderkennende diagnostiek) DSM 5 (psychische
stoornissen)
• Waarom (=verklarende diagnostiek)
TRANSDIAGNOSTISCHE FACTOREN
• Wat nodig (indicatie)
• Prognose
• Evaluatie hulpverlening
3. Uitvoering diagnostisch onderzoek zie skills lab diagnostiek
volwassenen
• vragenlijsten, tests, (zelf-)observatie,…
4. Evaluatie, besluit en rapportering
KLACHTEN BIJ SENIOREN (K)
• Gaat voor een stuk over de cogn klachten : geheugen en cogn functies gaat
achteruit. Denken gaat trager, concentreren is moeilijker, executieve functies zijn
moeilijker.
• De frontale, anterior functies vanvoor in je hoofd rijpen het laatst. Wnr je verouderd
gaat dat in de omgekeerde richting . Eerst de prefrontale functies die acteruit gaan.
Probleemoplossend vermogen, plannen, emoties onder controle houden.
• Posterieure ; vis & aud waarneming blijft het meest behouden.
• Je hebt ook stemmingsklachten, depressie. → Ouderen maken enorm veel
verlieservaringen mee ; zowel lichamelijke mogelijkheden, maar ook verlies v je
woning ( je moet bv naar serviceflat), verlies v familieleden en vrienden, verlies v
job,… .
• Slaapklachten
• Vorm v schizofrenie op latere leeftijd mogelijk
• Benidorm verslaving ; Benidorm drinkers. Verslaving is een groot probl bij senioren.
Brein en lich kan minder goed tegen alcohol op hun leeftijd.
, • Die hippies van toen in de jaren 60 zijn nu ouder en die hebben een drugsverslaving.
Zien we nu passeren, vroeger niet.
LEVENSDOMEINEN (O)
• Werk ; Hoe ervaar je je pensioen? Voor sommige moeilijk om mee om te gaan. Voor
velen gaat hun identiteit samen met hun job. Sociale contacten met je collega’s valt
weg.
• Gezondheid : heel wat vd ziektes gaan gebeurt met psychol of neuropsychol
klachten.
• Financiële sit : als je op het einde van je loon terug moet vallen naar je pensioen dat
gaat een groot verschil zijn
• Woonomgeving ; woon je nog thuis of service flat? Kan cogn maar ook emotionele
klachten geven. Huis waar je jaren gewoond hebt.
• Relatie : met partner? Met kinderen? Kleinkinderen?
• Vriendenkring : wordt vaak minder en minder.
• Ontspanning : lukt dat nog? Gezondheidsprobl maken dat soms heel moeilijk. Kan je
nog op reis gaan?
• → is het levensdomein een bron van steun of geeft het stress? Bv. kleinkinderen die
veel op bezoek komen = steunbron.
• → als er klachten zijn, op hoeveel domeinen zie je die klachten? Op hoeveel
domeinen is het aangetast?
PERSOONLIJKE STIJL (P)
, Observeerbaar gedrag,
coping, gewoontes,
typische reactiepatronen
Cognities & emoties
omtrent zichzelf en
anderen
Persoonlijkheids-
kenmerken: temperament,
karakter, vermogens
Basis-
behoeften: ABC
VERKLARINGSVRAAG : WRM IS DIT AAN DE HAND?
TRANSDIAGNOSTISCHE FACTOREN
Kwetsbaarheidsfactoren Response factoren
Neurofysiologische & -psychologische kenmerken Vermijdingsgedrag
Leerervaringen Denkfouten
Kernovertuigingen Aandachtsbias
, Cognitieve eigenschappen Attributies
Distress tolerance Repetitief negatief denken
Mentaliserend vermogen
CVA EN NEUROPSYCHOLOGISCHE STOORNISSEN
HERSENKWABBEN
• Frontaal : wordt afgebakend door de central groeve , de sulcus centralis.
• Pariëtale : wandbeen kwab
• Temporale : slaapbeen kwab
• Occipitale : achterhoofdskwab
• Sulcus centralis = centrale groeve is een hersengroeve in de grote hersenen . In de
mens scheidt de sulcus centralis de frontale van de pariëtale kwab.
• Fissura lateralis = scheidingsgroeve tussen de verschillende hersenkwabben
• Cerebellum = kleine hersenen
MOTORISCHE EN SENSORISCHE GEBIEDEN