H11: Complicaties bij de wondheling
Leerdoelen
Je moet de complicaties van de wondheling kunnen koppelen aan
het wondhelingsproces: waar loopt het mis? De complicaties en
resulterende abnormale vormen van wondheling moet je kunnen
beschrijven en de abnormale vormen van wondheling moet je
herkennen. Als laatste moet je ook de behandeling van deze
complicaties kunnen beschrijven.
Factoren die de wondheling beïnvloeden
Systemische factoren
- Onderliggende pathologie (bv diabetes)
- Leeftijd
- Voedingsstatus
- Medicatie
- Diersoort
- Omgevingstemperatuur (kouder = minder doorbloeding = slechtere heling)
Lokale factoren
- Perfusie (hydratatiestatus)
- Infectie
- Type wond en locatie wond
Onvoldoende nutritionele ondersteuning
De inflammatiefase is een metabool zware fase. Het is van belang het dier nu nutritioneel goed te
steunen. Bij een slechte voedingsstatus zien we namelijk een langzamere heling en daardoor ook
indirect een hogere kans op infectie. Houd hier ook rekening mee bij het kiezen van je
hechtmateriaal: het moet nu langer ter plaatse blijven dus niet te snel oplossen!
Medicatie
Medicatie kan ook een effect hebben op de wondheling. Anti-inflammatoire substanties zullen de
inflammatie onderdrukken, wat je juist NIET wilt in de acute fase van de wondheling. Anders komt je
wondheling niet op gang en heb je weer ander hechtmateriaal nodig.
, Chemotherapeutica hebben eerder een indirect effect minder voedingsopname. Daarnaast kan het
ook necrotiserende effecten hebben.
Hypovolemie en anemie
Bij een hypovolemie is er een verminderde doorbloeding: vertragende effect op inflammatie en
proliferatiefase.
Bij anemie (HCT onder de 15%) is er een vertraagde proliferatiefase door een zuurstoftekort.
Vertraagde, niet-helende wond
Stel je hebt na twee à drie weken een wond die
niet is gaan helen. Dit noemen we nu een
chronische wond. Er is iets dat de fases van de
wondheling in de weg zit...
Necrotisch weefsel of te veel dode ruimte zou
een oorzaak kunnen zijn. Een infectie kan ook.
Je gaat dit natuurlijk verhelpen. De hechtingen
zullen zijn gaan oplossen: de wond was nog
niet geheeld dus we hebben nu wonddehiscentie = weer openen van de wond. Er is
een verkeerde keuze van hechtmateriaal geweest dus ook.
Rechts zien we een wond op de boeg van een paard: probleem = te vuil en te veel
beweging. Links zien we een wond bij een hond waar telkens aan gelikt wordt = te veel beweging.
We nemen de oorzaak weg (slechte voeding, beweging, necrotisch weefsel debrideren). Debrideren
is heel belangrijk om alles nu te resetten en weer met een verse wond te starten. Ook opnieuw
hechten, met nu een betere keus hechtmateriaal. Desnoods doen we een huidtransplantatie.
Je kan de wondheling bevorderen door de inflammatiefase te stimuleren: joodtinctuur gebruiken om
te gaan irriteren, cryotherapie kan ook. Topicale behandelingen kunnen altijd ter ondersteuning
aangebracht worden.
Ulcus = een chronische wond die oppervlakkig ligt in
huid, mucosae of cornea. Kenmerkend voor een ulcus
is het slecht of geen voorkomen van een
epithelisatierand die OP het granulatieweefsel rust in
plaats van ernaast. Links zie je een ulcus: de rand van
Leerdoelen
Je moet de complicaties van de wondheling kunnen koppelen aan
het wondhelingsproces: waar loopt het mis? De complicaties en
resulterende abnormale vormen van wondheling moet je kunnen
beschrijven en de abnormale vormen van wondheling moet je
herkennen. Als laatste moet je ook de behandeling van deze
complicaties kunnen beschrijven.
Factoren die de wondheling beïnvloeden
Systemische factoren
- Onderliggende pathologie (bv diabetes)
- Leeftijd
- Voedingsstatus
- Medicatie
- Diersoort
- Omgevingstemperatuur (kouder = minder doorbloeding = slechtere heling)
Lokale factoren
- Perfusie (hydratatiestatus)
- Infectie
- Type wond en locatie wond
Onvoldoende nutritionele ondersteuning
De inflammatiefase is een metabool zware fase. Het is van belang het dier nu nutritioneel goed te
steunen. Bij een slechte voedingsstatus zien we namelijk een langzamere heling en daardoor ook
indirect een hogere kans op infectie. Houd hier ook rekening mee bij het kiezen van je
hechtmateriaal: het moet nu langer ter plaatse blijven dus niet te snel oplossen!
Medicatie
Medicatie kan ook een effect hebben op de wondheling. Anti-inflammatoire substanties zullen de
inflammatie onderdrukken, wat je juist NIET wilt in de acute fase van de wondheling. Anders komt je
wondheling niet op gang en heb je weer ander hechtmateriaal nodig.
, Chemotherapeutica hebben eerder een indirect effect minder voedingsopname. Daarnaast kan het
ook necrotiserende effecten hebben.
Hypovolemie en anemie
Bij een hypovolemie is er een verminderde doorbloeding: vertragende effect op inflammatie en
proliferatiefase.
Bij anemie (HCT onder de 15%) is er een vertraagde proliferatiefase door een zuurstoftekort.
Vertraagde, niet-helende wond
Stel je hebt na twee à drie weken een wond die
niet is gaan helen. Dit noemen we nu een
chronische wond. Er is iets dat de fases van de
wondheling in de weg zit...
Necrotisch weefsel of te veel dode ruimte zou
een oorzaak kunnen zijn. Een infectie kan ook.
Je gaat dit natuurlijk verhelpen. De hechtingen
zullen zijn gaan oplossen: de wond was nog
niet geheeld dus we hebben nu wonddehiscentie = weer openen van de wond. Er is
een verkeerde keuze van hechtmateriaal geweest dus ook.
Rechts zien we een wond op de boeg van een paard: probleem = te vuil en te veel
beweging. Links zien we een wond bij een hond waar telkens aan gelikt wordt = te veel beweging.
We nemen de oorzaak weg (slechte voeding, beweging, necrotisch weefsel debrideren). Debrideren
is heel belangrijk om alles nu te resetten en weer met een verse wond te starten. Ook opnieuw
hechten, met nu een betere keus hechtmateriaal. Desnoods doen we een huidtransplantatie.
Je kan de wondheling bevorderen door de inflammatiefase te stimuleren: joodtinctuur gebruiken om
te gaan irriteren, cryotherapie kan ook. Topicale behandelingen kunnen altijd ter ondersteuning
aangebracht worden.
Ulcus = een chronische wond die oppervlakkig ligt in
huid, mucosae of cornea. Kenmerkend voor een ulcus
is het slecht of geen voorkomen van een
epithelisatierand die OP het granulatieweefsel rust in
plaats van ernaast. Links zie je een ulcus: de rand van